Rubriek: RELATIES


Inhoud rubriek
 Relaties

Opvoeden met elkaar of tegen elkaar
De partnerrelatie in het perspectief van ouderschap

Update: 24 maart 2004

Binnenkamerse democratie
Over overleg in het gezin
Update: 9 november 2003

Het psychologisch vaderland begrensd
Update: 8 november 2003

Schoollopen en de maakbaarheid van geluk
Update: 1 mei 2003



Woman matters more... is een uitbreiding van de elektronische nieuwsbrief 6minutes woman matters

Klik hier voor de meest recente editie van
6minutes woman matters

 

Update: 24 maart 2004

Opvoeden met elkaar of tegen elkaar

De partnerrelatie in het perspectief van ouderschap

Als je met je partner wil kibbelen, dan maar liever over het gras dat nog moet gemaaid of over de kleur van de nieuwe auto. Want opvoeden doe je beter eensgezind. Een nieuwe Amerikaanse studie wees uit dat de mate waarin ouders samenspannen als het over opvoeden gaat, de kwaliteit van hun relatie verder in de tijd voorspelt.
Opvoeden brengt heel nieuwe onderwerpen in de relatie binnen, zegt Sarah Schoppe-Sullivan, co-auteur van het onderzoeksrapport en assistente aan de Ohio State University. Hoe je met je kind omgaat ligt niet zonder meer in het verlengde van hoe je met elkaar omgaat, of een goede relatie zorgt niet automatisch voor een eensgezinde opvoeding. Een innige relatie voor de komst van de baby beschermt ouders dan ook niet noodzakelijk tegen de stormen die in een gezin met opgroeiende kinderen kunnen woeden.

Foto: Somfy Belux (Zonweringen)

Ouders concurreren

Samen met onderzoeksters van de universiteiten van Arizona en Illinois zette Sarah Schoppe-Sullivan een onderzoeksprogramma op waarbij 46 families betrokken waren. De onderzoeksters observeerden de ouders terwijl ze speelden met hun baby die dan zes maanden oud was. Ook lieten ze hen samen een lijst invullen waarin gevraagd werd hoe ze de gezinstaken verdeelden en hoe ze hun relatie beleefden. De manier van spelen met het kind bleek heel betekenisvol. Sommige mama's en papa's ondersteunden elkaar en beleefden er plezier aan elkaar bezig te zien met hun dochtertje of zoontje. Anderen lagen op de loer voor mekaars fouten en gingen in competitie voor de aandacht van de baby.
De belangrijkste vaststelling luidde dat de omgang met de baby los kan staan van de relatie met de partner. Ouders konden best harmonieus met elkaar omgaan maar als het om het kind ging als kemphanen tegenover elkaar staan. Een dualiteit die evenwel niet blijft duren.
Spel en voorspelling

Dezelfde observatie werd nog eens overgedaan als het kind drie jaar oud was. Dan bleek dat de relatie inmiddels flink kon geëvolueerd zijn. Ouders die niet aan één zeel trokken als het over opvoeden ging, ervoeren nu ook spanningen in hun eigen relatie. Ondermijnend ouderschap beïnvloedt de relatie tussen de partners wel degelijk negatief.
De onderzoekers waarschuwen ouders dat hun attitude tegenover opvoeden een voorspellende waarde heeft voor de kwaliteit van hun eigen relatie verderop in hun leven. De wijze waarop ouders met elkaar onderhandelen over de opvoeding van hun jonge kind beïnvloedt de kwaliteit van hun eigen relatie. Ouders moeten zich ook bewust zijn van de subtiele manier waarop ze elkaar kunnen aanvallen en mekaars rol ondermijnen. De manier waarop mama en papa samen 'ouderen' geeft een soort van vooruitblik over hoe ze later samen meer complexe levensvragen zullen beantwoorden. Grotere kinderen en adolescenten worden ook almaar veeleisender en stellen de ouders en hun relatie steeds meer op de proef. De relatie van de ouders is niét onafhankelijk van de relatie van het koppel


Update: 9 november 2003

Binnenkamerse democratie

Over overleg in het gezin

Hiërarchische gezinnen, onderhandelende huishoudens en schipperende families: de mate van overleg tussen ouders en kinderen geeft vorm aan hun verhouding. En ook de inhoud die de onderhandeling krijgt. Immers, ouders die een opgelegde regel een afspraak noemen zijn het land niét uit en moeders en vaders die overleg gelijk stellen met een oeverloos palaver evenmin.
Overleg is een must, zegt kinderpsychiater Peter Adriaenssens, maar hoe moet het dan?

Op een discussiemiddag georganiseerd door het Kinderrechtencommissariaat met de publicatie 'Kom je dat thuis ook eens vertellen?' als uitgangspunt, is er alvast iemand die de nood aan overleg als teken van de tijd duidde. ,,Het onderhandelingsmodel om meningsverschillen te effenen is een norm die de middenklasse als universeel oplegt'', vindt Michel Vandenbroeck van het Vormingscentrum voor de begeleiding van het jonge kind. Het past bij het post-moderne kindbeeld, dat van een autonoom individu dat voor zichzelf opkomt, een visie die op haar beurt bij de vrije markt hoort. Voor Vandenbroeck zijn meningsverschillen inherent aan samenleven en hij kan er best mee leven.
Niét als het erop aankomt om het spanningsveld tussen jezelf en de ander(en) en de respectieve belangen te overbruggen, stelt Adriaenssens.

Bloeden aan opgebroken familiebanden

,,Onderhandelen is wezenlijk voor het overleven van onze maatschappij. Maar ook in het klein, in de gezinnen, is het overleg de enige weg naar een democratische opvoeding. Respect voor anderen en het streven naar automie vallen niet automatisch en vanzelf samen. Helaas wordt, als ouders en kinderen elkaar helemaal kwijt lijken te zijn, nog steeds het advies gegeven om alle bruggen op te blazen, ondanks het feit dat tal van volwassenen bloeden aan opgebroken familiebanden in hun jeugd'', weet Adriaenssens.

Schaakmat...

Niettemin, onderhandelen is écht niet simpel, de handleidingen voor ouders én kinderen (zie kader) zijn geen overbodige luxe! Eigenlijk kan aan mensen enkel een attitude van openheid tegenover hun kinderen worden meegegeven, vanuit die ingesteldheid is het telkens weer improviseren. Ouders en hun kinderen evolueren trouwens voortdurend. ,,Elk kind vraagt een andere aanpak'', zegt Adriaenssens. Wat de ene uit zijn tent lokt, jaagt de andere juist de kast op of doet hem in zijn schulp kruipen. ,,Soms wil een jongere helemaal niet meedoen, een andere keer is die vaardiger dan zijn ouders'', vertelt Adriaenssens. Mensen hebben nu eenmaal uiteenlopende verbale talenten en het kan best zijn dat zoon of dochter je met één wederwoord schaakmat zet.
Liesbet De Maeyer van jeugddienst In Petto brengt in dat haar organisatie ook een steentje bijdraagt aan het mondig maken van jongeren. Ook aan de Kindertelefoon kunnen kinderen oefenen om hun standpunt te formuleren, meldt Annelies Schulpen.
Voor zichzelf opkomen zonder dat anderen er nadeel van hebben, dat kan enkel als er samenspraak is. Wat niet belet dat de ouder de moed moet hebben om de éindverantwoordelijkheid te nemen. Ook het Kinderrechtenverdrag stelt ouders verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen.
,,Daarover rijzen nog al eens misverstanden'', vindt Adriaenssens. Dikwijls voelen jongeren zich verantwoordelijk voor hun eigen fouten en voor die van hun ouders. Onterecht, dat gevoel krijgen ze alleen als de ouder zijn aandeel ontwijkt.

...met respect

Overleg is dan ook niet hetzelfde als consensus, onderstreept Adriaenssens. Ouders moeten naar hun kinderen luisteren en hun mening grondig verwerken. Maar als ze er samen niet uitkomen moet de ouder volgens zijn inzichten een eindconclusie doordrukken. Met respect overigens. Hij moet de leiding nemen en niet omgekeerd. Dat vraagt moed, want het is het goede recht van de jongere om kritiek te hebben en dat moet ook met respect gebeuren. De ouder moet ook daarvoor aanspreekbaar blijven.
De Maeyer ervaart dat jongeren die leiding ook aanvaarden.
Bijna een op twee ouders heeft het gevoel dat zij/hij de opvoeding niet goed in de hand heeft, dat blijkt uit enquêtegegevens verzameld door Bea Van den Bergh, Leen Ackaert en Lieven De Rycke. Ze voelen zich onzeker, mede omdat ze niet de enige zijn die hun stempel op hun kinderen drukken. De school en vooral de vrienden oefenen een grote invloed uit. ,,Maar de ouders zijn wel het centrale punt waarnaar alle informatie en standpunten terug keren. Sommige ouders hebben het ongeluk dat ze zelf onvoldoende gewapend zijn om die synthese te maken, omdat ze een opleiding of informatie missen, omdat ze er alleen voor staan en zo meer'', vertelt Adriaenssens.

Maximale twijfel

,Niettemin, ik wens iedereen maximale twijfel toe, twijfel is positief en winst'', zegt de kinderpsychiater, ,,want dan kun je samen zoeken. Jammer dat twijfel ook zo gevaarlijk kan zijn. In dat geval gaan mensen onder hun opvoedingstaak gebukt in plaats van er van te genieten, stelt Adriaenssens vast. Ouders vinden het hun permanente opdracht om altijd perfect pedagogisch bezig te zijn. Terwijl ze best eens mogen missen.
Vandenbroeck vindt het ook jammer dat er weinig communicatie is tussen de verschillende partijen die bij de opvoeding betrokken zijn. Als die niet geïntegreerd zijn, werken ze ook niet ondersteunend.
,,Jongeren wisselen wel veel met elkaar uit en dat werkt inspirerend'', bevestigt De Maeyer.
Adriaenssens is het er mee eens dat ouders die ondersteuning grotendeels missen. Enerzijds spiegelen de media ons steeds ideale gezinnen in designwoningen en ouders met supercarrières voor waartegen het echte leven niet anders kan dan verbleken. Anderzijds wordt er veel informatie verspreid over het negatieve, over alle mogelijke aspecten in de ontwikkeling die fout kunnen gaan. Ouders krijgen een soort superbewustzijn waarmee ze de gewone gang van zaken nog amper durven afwachten, zo ontstaat een eindeloze vraag naar hulp want de reeks van disfuncties is zelfs nooit volledig.

Een glimmende, puntgave achttienjarige rolt van de band

We zitten nu echt in een consultatiesysteem waarin ouders te pas en te onpas bijstand van een deskundige inroepen. Het tekort aan bedden in psychiatrische instellingen is volgens Adriaenssens een signaal. Het moet ons doen beseffen dat zoiets een noodgreep is. Terwijl de maatschappij mensen bij de gewone, gezonde ontwikkeling van hun kind moet ondersteunen. Een instantie als 'Kind en Gezin' speelt al vroeg in de ouder-kind relatie een belangrijke rol als aanmoedigende partij in de 'normale' ontwikkeling.
Ouders spelen ook tegenover elkaar een nefaste rol, meent Adriaenssens. ,,Geen strengere jury voor je opvoedingswerk dan andere ouders''. Omdat ze elkaar eerder afbreken dan aanmoedigen, durven ze zich niet meer onzeker of kwetsbaar te tonen. Opvoeden wordt als bandwerk gezien waarvan het eindproduct een flinke zoon of dochter van achttien is. Er is geen tolerantie voor een afwijking aan het eindproduct. Zwijgen over je adolescent is dan dikwijls de enige boodschap.
Toedekken en niet praten, het zou wel eens een collectieve eigenheid van het Vlaamse volk kunnen zijn. Het heeft mogelijk meer met de culturele onderbouw te maken dan we vermoeden. Maar hoe kunnen onze kinderen dan leren praten, onderhandelen, zichzelf blootleggen, vraagt Adriaenssens zich af.
Tenslotte vindt hij de samenleving tekort schieten in haar opdracht om de gezinnen te 'dragen'. Drama's à la Renault en Ford doen onrecht aan ouders, een onrecht dat ook op de hoofden van de kinderen neerkomt en hun perceptie van de maatschappij tekent.
www.kinderrechten.be  


kaderstukje

Megafoon: een uitgave van het Kinderrechtencommissariaat met actietips voor kinderen en hun ouders. 'Hoe ouders en kinderen met elkaar kunnen overleggen.' Van buitenaf bekeken is het soms absoluut te gek op welke futiliteiten relaties vast lopen. Een systematische en respectvolle samenspraak kan voorkomen dat kleine onenigheden uitgroeien tot grote misverstanden of, erger nog, onoverbrugbare kloven. Megafoon is een boekje voor kinderen én hun ouders, it takes two to talk, met tips om de draad van het gesprek niet te verliezen.

In Petto: onderzoeksrapport, vormingspakket, jongerenmagazine over 'Gelukkig zijn'. Dat de jeugd de meest zorgeloze en gelukkige tijd van je leven uitmaakt werd lang geloofd maar niet meer vandaag. Jonge mensen durven de wisselvalligheden van het bestaan te beleven. In Petto reikt hen en hun begeleiders een instrument aan om er greep op te krijgen voor wie hem dreigt te verliezen.

Handleiding voor Houders van Ouders: H 2 0, waarin ouders voorgesteld worden als water, bron van leven dus. Water is natuurlijk best dubbel: onmisbaar maar kan ook voor overlast zorgen. Een heel eerlijke handleiding voor jongeren of houders van ouders, eerlijk in de zin dat het geen zorg uit de weg gaat en daarbij telkens de weg wijst naar ondersteuning en begeleiding en accepteert dat er niet altijd superoplossingen voor handen zijn. Eerlijk ook omdat 'the family next door' wordt geportretteerd en niet het ontmoedigend ideaaltypische gezin. Kinderpsychiater Peter Adriaenssens geeft raad voor het dagelijks leven. Omdat een gezellige huiskamer veel psychiatrisch leed kan voorkomen. Eveneens een uitgave van In Petto. www.inpetto-jeugddienst.be 

Kom je dat thuis eens vertellen? Beschouwend boek over opvoeding van Leen Ackaert, Peter Brants, Lieven De Rycke en Bea Van Den Bergh. Het zet het kind en de visie erop in zijn cultureel-historische context. Geen luxe omdat onze ideeën vrijmoediger zijn dan onze opvoedingpraktijk. Uit de meting van de beleving van de gezinsrelaties blijkt dat we het anders doen dan we denken, daar wijzen de antwoorden van de kinderen ons op. Te dikwijls worden die kinderen nog benaderd als de 'overrompelende tegenspelers' in plaats van als gezellen waarmee het leuk omgaan is. Achter die houding schuilt onzekerheid want 91 procent van de ouders zegt wel van zijn rol te genieten maar 51 procent geeft toe dat het moeilijker is dan gedacht en 46 procent heeft het gevoel de opvoeding niet goed in de hand te hebben.
Respect is een sleutelwoord in de ouder-kind relatie. Intuïtie is waardevol maar er bestaat ook een instrument: Het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, een document uit 1989 met een lange ontstaansgeschiedenis binnen de Verenigde Naties. In 1991 kreeg het in ons land kracht van wet, een wet die we minstens even goed zouden moeten kennen als we de wegcode of onze rechten op het werk. En die we straffeloos overtreden. Bijvoorbeeld iedere keer dat we zeggen, 'zwijg, ik weet het beter' want het de vrijheid van meningsuiting is een kinderrecht. Of telkens we in zijn dagboek snuffelen want het kind heeft recht op privacy.
Is de rol van de ouders dan gereduceerd tot leven en laten leven? Geenszins of zoals Peter Brants het in het boek samenvat: 'De ouder krijgt de taak het kind zoveel inspraak en verantwoordelijkheid te geven als het kan dragen. Het kind wordt uitgenodigd om die verantwoordelijkheid op te nemen en op te komen voor zijn eigen belangen. Kinderen en ouders overleggen daarbij zoveel mogelijk met elkaar, om hun belangen op elkaar afgestemd te krijgen.' 
'Kom je dat thuis eens vertellen, visies van ouders en kinderen op het dagelijks leven in het gezin. Een acco-uitgave ISBN 90-334-5189-1.


Update: 8 november 2003

Nieuw wetsvoorstel: kind krijgt moeders naam

Het psychologisch vaderland begrensd

Een baby moeten het bij zijn aankomst stellen met een wereld die anderen voor hem klaar maken. Daar hoort een naam bij. Een nieuw wetsvoorstel vraagt dat het kind moeders naam als familienaam krijgt en als ouders het echt willen én het erover eens raken ook de naam van de vader kan worden toegevoegd

Als het wetsvoorstel wordt aanvaard dragen kinderen de naam van de moeder of de twee namen in alfabetische volgorde. Niet minder dan een ommekeer: tot nog toe kregen wettige, erkende of gewettigde kinderen de naam van de vader. Enkel wanneer de vader niet opdaagt, krijgt het kind moeders naam.
Het nieuwe wetsvoorstel dat kiest voor de naam van de moeder werd ingediend door drie SP.A volksvertegenwoordigers De Meyer, Douifi en Detiège nadat een eerder wetsvoorstel voor dubbele naamgeving wegens te complex werd afgewimpeld. ,,De verwantschap tussen moeder en kind is het duidelijkst en vaak blijven kinderen na een scheiding bij hun moeder'', licht Magda De Meyer de nieuwe optie toe. ,,Maar ik hoop heel erg dat ouders de betrokkenheid van de vader in de naam zullen willen symboliseren. Anderzijds zijn je naam aan een kind geven en erop betrokken zijn twee heel verschillende dingen'', vindt De Meyer.

Genderkwestie

,,De wetgever moet inspelen op een maatschappelijke realiteit, wat de naamgeving aangaat hebben we aangevoeld dat de bestaande wetgeving niet langer met de complexe gezinssituaties van vandaag overeenkomt. De discussie over de aanpassing van het juridisch kader is al lang aan de gang maar een eenduidig standpunt in de kamer blijft uit, ook uit het publiek kun je niet één doorslaggevende opvatting kristalliseren'', zegt De Meyer. ,,Een groot aantal mensen ziet vast geen reden om de bestaande wetgeving te veranderen. Anderzijds worden we geconfronteerd met heel wat nieuw samengestelde gezinnen waarin kinderen soms de naam dragen van een man die ze niet eens meer kennen, en naam die vaak ook verschilt van die van hun stiefbroertjes of -zusjes. Dat frustreert hen en zet hen op school en tegenover hun vriendjes in een moeilijke positie.
De 300- dagen regeling, waarin een kind dat binnen die termijn na een scheiding ter wereld komt nog steeds als wettig kind van de ex wordt gezien, vinden we helemaal niet meer verdedigbaar. De wetgever is op dat punt onwrikbaar, die starheid vormde voor ons een argument om een voorstel te formuleren dat komaf maakt met een wet die schrijnende situaties doet ontstaan'', aldus De Meyer.

,,De timing van het wetsvoorstel is natuurlijk niet toevallig'', commentarieert psychoanalytica dr. Danny Verstraeten. Gezinnen en relaties zijn sterk geëvolueerd, anderzijds gaat het wetsvoorstel mee in de stroom van moeders die meer erkenning vragen. Een terechte vraag van vrouwen en moeders, aldus dr. Danny Verstraeten, maar daarom nog niet een adequaat antwoord van de wetgever.
Ook kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove vindt dat het wetsvoorstel veeleer is ingegeven door de bekommernis om de discriminatie tegenover de vrouw weg te werken. De discussies die er rond worden gevoerd zijn dan ook genderdiscussies waarin het Kinderrechtencommissariaat geen standpunt kan innemen'', zegt ze. ,,Het belang van het kind is niet het eerste uitgangspunt gebleken voor een mogelijke wijziging wat niet belet dat die wel implicaties voor het kind heeft.''

Automatisme versus keuze

,,In het bestaande (gewoonte)recht wat naamgeving betreft, is een automatisme ingebouwd dat niet meer van deze tijd is'', vindt ook Vandekerckhove. ,,Zelfs binnen relaties die overeind blijven zou tien procent van de kinderen een andere vader hebben dan de wettige echtgenoot. In nieuw samengestelde gezinnen hebben kinderen vaak te maken met vaders die opvoedingsverantwoordelijkheid dragen zonder dat ze ook de biologische vader zijn. Of het in het belang van het kind is om de echte vader via de naam op de voorgrond te halen, is niet eenvoudig om uit te maken. Misschien heeft het kind meer behoefte om, ook via zijn naam, opgenomen te zijn in een functionerend gezin.
Uit vragen in het domein waarmee kinderen bij het kinderrechtencommissariaat komen aanzetten, leiden we af dat ze er zich meestal weinig aan gelegen laten welke naam ze dragen, die van vader of moeder'', getuigt Vandekerckhove. ,,Een enkele keer vragen kinderen die na een scheiding niets meer van hun biologische vader horen en dag in dag uit met een andere 'vader' te maken hebben, wel eens of ze zijn naam kunnen verwerven. Omwille van de uniformiteit binnen het gezin.'' Onwaarschijnlijk dat het omwille van de uniformiteit is, vindt Verstraeten. ,,Het gaat veeleer om affectieve redenen. Op gevoelsmatig vlak zullen de meeste kinderen juist heel loyaal willen blijven tegenover hun ouders. In de hulpverlening stuit men telkens weer op deze zeer diepe en onuitroeibare loyaliteit, zelfs bij kinderen die in een eerste fase na de scheiding heel opstandig en afwijzend op hun vader reageerden.''

Hoe verhoudt de complexe realiteit zich dan tot de wetgeving? Is de poging om de naamgeving te vereenvoudigen en enkel de naam van de moeder te geven een afdoend antwoord? Het Internationaal Kinderrechtenverdrag uit 1989 vormt voor het kinderrechtencommissariaat de toetssteen. Puur juridisch valt de proef positief uit. ,,Het Kinderrechtenverdrag vereist dat een kind een naam krijgt, een identiteit die onvervreemdbaar is. Welke naam het kind moet krijgen, die van de vader of die van de moeder, daarover doet het Kinderrechtenverdrag geen uitspraak en die keuze schuift het door naar de lidstaten'', zegt de kinderrechtencommissaris.

Afstamming en houvast

,,Bovendien stelt het verdrag dat het kind, wanneer mogelijk, zijn twee ouders moet kennen, dat het uitsluitsel moet krijgen wat zijn afstamming betreft.
De bestaande Belgische wetgeving terzake steunt precies op de afstamming. De afstamming biedt een houvast en voorkomt dat het kind willekeurig mag overstappen op de naam van eender welk ander betekenisvol personage in zijn leven. Wanneer het Kinderrechtenverdrag naar de bekendheid van de afstamming van de twee ouders verwijst, houdt dit misschien wel een aansporing in om ook aan de naam van de vader vast te houden. Waarbij we in ons vorig advies wél aangaven dat het voor kinderen een bijkomende opdracht is om de dubbele familienaam te hanteren, hij vormt een ballast op toetsen, huiswerk en documenten'', aldus Ankie Vandekerckhove. Verderop in het leven, wanneer het kind nieuwe relaties aangaat, wordt het alleen maar ingewikkelder.

,,Weten van wie je afstamt, waar je vandaan komt, is belangrijk voor het identiteitsgevoel. Het is in het belang van het kind om de afstamming te kennen, dat merken we ook bij adoptie'', bevestigt ook Danny Verstraeten. ,,De wetgever moet er dan ook voor zorgen dat het kind wanneer het informatie zoekt niet in het duister tast. Daartoe hoeft het niet per se de naam van de vader te dragen, registratie van vaders naam volstaat. De naamgeving betekent echter nog meer dan alleen maar informatie over de afstamming, het is een daad van erkenning door de vader, die de band met het kind installeert en het kind in zijn bestaan bevestigt."

Het advies zoals geformuleerd n.a.v. het wetsvoorstel voor dubbele naam door het Commissariaat voor Kinderrechten op www.kinderrechten.be

Afstamming in moeders lijn creëert geen matriarchaat

Het wetsvoorstel om de wet op de naamgeving te veranderen roept psychologische vragen op. Een naam is betekenisvol en het is de vraag wat de nieuwe realiteit teweeg brengt in het innerlijk leven van de persoon, vindt psychoanalytica dr. Danny Verstraeten.
Het gaat niet om een neutrale discussie en ze komt op een moment dat de zaken scherp worden gesteld. De overweging om de naam van de vader te vervangen door moeders naam is in tegenspraak met de nood aan een nieuwe invulling van het vaderschap.
In onze westerse traditie is de erkenning door de vader altijd al een belangrijk gebeuren geweest met een grote symbolische waarde. Op een bewust niveau is de erkenning voor vader en kind van grote betekenis. Maar ook op het minder afgelijnde vlak van het onderbewustzijn. De erkenning door de vader en zijn aanwezigheid moeten voorkomen dat het kind afhankelijk blijft van de, in psychologische zin, machtige figuur van de moeder. Dat het kind de naam van de vader draagt, geeft hieraan maatschappelijke ondersteuning.

De vraag is evenwel, als het voorstel wet wordt en het kind moeders naam krijgt, heeft dat echt belangrijke gevolgen?
Zoals bij elke verandering die zich als ingrijpend aankondigt is er geen duidelijkheid over het effect, we kunnen slechts speculeren. Wanneer het kind moeders naam draagt, krijgen we een matri-lineaire afstamming. Een afstamming in moeders lijn is iets heel anders dan een matriarchaat. Dat de moeder voor de familienaam zorgt, hoeft niet per se een ommekeer in de machtsverhoudingen voor gevolg te hebben. Ook in die nieuwe context kunnen ouders coöperatief en evenwaardig met elkaar omgaan. Een wijziging van de wet hoeft geen breekpunt te worden. Mannen kunnen belangrijk zijn zonder dat ze hun naam aan hun kinderen geven. Maar juist omdat de biologische band niet evident is blijft de naamgeving door de vader een cruciaal teken van het opnemen van zijn ouderschap."

Liever geen revanche

,,Belangrijk is alleszins dat de nieuwe wet geen triomfalistische bijklank krijgt of uit revanche tegen mannen ontstaat'', waarschuwt Danny Verstraeten. ,,We moeten mannen, vaders, meer bij hun kinderen betrekken in plaats van hen buiten beeld te duwen. Dat kinderen hun naam dragen is voor mannen nochtans een heel gevoelig punt. In principe maakt het hen ook verantwoordelijk voor het kind waarmee we weer bij de symbolische betekenis van de naamgeving uitkomen.De wet moet niet een 'gemakkelijke' oplossing zijn voor een gewijzigde materiele situatie maar dient vooral psychologisch zinvol te zijn en de menselijke relaties ten goede proberen te ordenen. Daarom mag de symbolische betekenis van een nieuw wetsvoorstel niet uit het oog verloren worden.
In een samenleving waarin vaders tweederangs figuren worden, boekt niemand winst. De vaders helemaal niet maar evenmin het kind of zijn moeder.''

Loyaliteit tegenover zijn ouders is voor het kind een dwingende behoefte, welke naam het ook draagt en wat er ook gebeurt met de relatie van mama en papa.
,,Het allerbelangrijkste is dat het kind, in principe en behoudens gevallen waarin het helemaal misloopt, welwillend kan blijven tegenover beide ouders'', besluit Danny Verstraeten.


Update: 1 mei 2003

Schoollopen...

Ruim 70 procent van de meisjes gaat graag naar school tegen 59 procent van de jongens, 19 procent van de kinderen zegt trouwens ronduit niet graag naar school te gaan. Yeti, een tijdschrift voor kinderen uit de lagere school en de


Update:1 mei 2003

Schoollopen...

Ruim 70 procent van de meisjes gaat graag naar school tegen 59 procent van de jongens, 19 procent van de kinderen zegt trouwens ronduit niet graag naar school te gaan. Yeti, een tijdschrift voor kinderen uit de lagere school en de jongste telg in de familie van 'Klasse' en 'Maks' peilde naar de schoolbeleving van lagereschoolkinderen. De vragenlijst kreeg 14.000 respondenten uit het vijfde en zesde leerjaar.

De lagere school kan mooie cijfers voorleggen, vooral voor belangrijk bezigheden als eerlijk punten geven, racisme tegengaan, persoonlijke problemen helpen opvangen, krijgt ze respectievelijk 84, 80 en 75 procent. Als het erop aankomt meisjes en jongens gelijk te behandelen wordt ze zelfs met een 87 procent bedacht. Andere aspecten blijken de onderwijzers in min of meerdere mate te ontglippen; zo vindt 53 procent van de jonge kinderen de school stresserend en 54 procent zegt dat er binnen de schoolmuren stevig gepest wordt. Ruim 20 procent verklaart trouwens de school beu te zijn, een opmerking die zo weinig concreet wordt ingevuld dat je er alle kanten mee uit kan en nergens mee aankomt. Het gedetailleerd rapport vindt u het vlotst via de nieuwsflits van http://www.klasse.be

 ...en de maakbaarheid van het geluk

''Voor ons maakte het niet uit of de Matron achtentwintig of achtenzestig was, voor ons was ze een volwassen mens en op deze school waren alle grote mensen gevaarlijk.'' De Matron kleurde meer dan waarschijnlijk de 'Bulstronk' in zoals we die in zijn boek 'Matilde' leerden kennen. Maar wij zijn lichtjaren verwijderd van Roald Dahls schoolherinneringen zoals hij ze ook in 'Boy' beschrijft. Onze kinderen houden alvast niet zulke sterke verhalen aan hun schooltijd over al maakt de school nog steeds hevige emoties los, van hartsgrondige haat tot intens gedeeld plezier. Voor ze werden opgetekend in peilingen als die van Yeti, waren de verzuchtingen van kinderen vluchtig en het is nog maar de vraag of de enquêteresultaten hier iets aan veranderen. Mogen kinderen beseffen dat er een grens is aan de maakbaarheid van de ideale leeromgeving en bij uitbreiding aan de maakbaarheid van hun geluk of moeten ze het hebben van de illusie dat zij kunnen afbakenen wat dat precies inhoudt en volwassenen dat voor hen organiseren? Of is de school niet te omzeilen en een oefening om er ook zélf het beste van te maken? Met alweer als extreem voorbeeld Roald Dahl die tijdens zijn ellendige nachten vol heimwee in de kostschool St. Peter's alle gevoelens exploreerde en 'oplossingen' vond. ''Als ik me naar het raam draaide keek ik in de richting van thuis.(...) altijd kon ik de denkbeeldige lijn van mijn bed naar ons huis in Wales trekken. Niet één keer ben ik ingeslapen zonder me naar mijn familie te draaien. Dat was een hele troost voor me.''



6minutes woman matters is een uitgave van Grid Electronic Publishing Consultancy
Coördinatie: Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer
e-mail: info@6minutes.net
Redactie: Marleen De Geest - Reacties en persberichten: editor@6minutes.net


6minutes navigatie  6minutes navigation

6minutes.net