Rubriek: MAATSCHAPPELIJK


Inhoud rubriek
Maatschappelijk

Filosofie: 'Laten we nooit ophouden met denken
Update: 7 mei 2004

Ouderverstoting, stiekeme of brutale sabotage
Update: 7 april 2004

Klasse lanceert actie 'Groene Pen'
Update: 25  maart 2004

Max Havelaar keurmerk: 
goed gezien en verkocht
Update: 12 maart 2004

Amnesty International campagne
STOP geweld tegen vrouwen
Update: 10 maart 2004

Leerlingenparticipatie hoger ingeschat dan ervaren
Update: 13 november 2003

Door Vrouwenogen
Update: 2 oktober 2003

Schoonheid, van ideaal tot dwingende norm
Update: 4 september 2003

Seks of de doos van Pandora
Update: 19 augustus 2003

'Opvoeden: voorleven en durven afwachten
Update: 26 juni 2003

Koning Boudewijnstichting vereert Fair Trade Labelling Organizations
Update: 31 mei 2003

Bommencampagne over Afghanistan bevrijdde vrouwen niet!
Update: 29 mei 2003

Woman matters more... is een uitbreiding van de elektronische nieuwsbrief 6minutes woman matters

Klik hier voor de meest recente editie van
6minutes woman matters

 

Update: 7 mei 2004

Filosofie: 'Laten we nooit ophouden met denken

Denken moeten we.
Laten we denken in kantoren, in stoptreinen
en terwijl we vanuit de massa de optochten gadeslaan.
Laten we denken in Whitehall, in het Lagerhuis en in rechtbanken.
Laat ons denken op doopfeesten, huwelijken en begrafenissen.
Laten we nooit ophouden na te denken wat de beschaving is waarin we ons bevinden.
Virginia Woolf in 'Three Guineas'

Meer dan tweeëneenhalf millennium lang denken mensen na over de achterkant van de dingen en dat denken gaat vast eindeloos door, tenminste zolang er mensen zijn. Filosofie is de ultieme troost, niet het antwoord maar het zoeken helpt ons te leven. Het besef dat er ons altijd iets ontglipt en dat de denkstof onuitputtelijk blijft, belet ons niet geboeid te zijn door mogelijke modellen, door een veelheid van ideeën en oplossingen.

Filosofie voor het leven dus. Dat is de zin die verenigingen als VEFO (Vlaams Netwerk voor Eigentijds Filosofieonderwijs) of ZENO (Vereniging voor Praktische Filosofie) eraan wensen te geven. Daarom is het filosoferen ook zo op zijn plaats in het onderwijs. Kinderen en jongeren staan zo nieuw in het leven dat ze overal vragen bij hebben. En het is precies die houding die nodig is om te gaan filosoferen.


Filosofie en de eindtermen

In december 2002 diende een aantal kamerleden een resolutie in om de regering aan te sporen om eigentijds filosofieonderwijs uit te bouwen. Volgens volksvertegenwoordiger Frans Ramon (Groen!), initiatiefnemer van de resolutie, moet filosofieonderwijs wel degelijk een bekommernis van politici zijn. De politieker wordt geconfronteerd met de eisen van zijn tijd en moet het onderwijs daarop afstemmen. De omgang met de diversiteit roept individuen dwingend op om een gefundeerd standpunt in te nemen. Bovendien moet het democratisch ideaal voortdurend worden verdedigd. Het onderwijs moet zelfstandig denkende mensen vormen die een samenhangend waardepatroon hanteren.
Het vak filosofie draagt daaraan bij. Immers, filosofie als het wijsgerige en bevrijdende spel van vraag en antwoord dient de bestaande eindtermen als 'burgerzin, sociale vaardigheden, zelfstandige en kritische reflectie'.


Filosofie uit het museum

Hoe ziet het VEFO dat filosofieonderwijs in de praktijk?
In het basisonderwijs en de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs moet filosofie opgaan in de bestaande vakken. Aardrijkskunde, taalles, biologie... ze kunnen alle bij de leerlingen niet-schoolse verwondering oproepen. Het is aan de leraren om die ernstig te nemen en het gesprek aan te gaan. Een onderzoeksgesprek, geen discussie, naar wat een mogelijk antwoord op de vraag zou kunnen zijn. Dat vergt van de leraren een specifieke houding. Ze moeten hun kennis niet te etaleren maar juist achter houden. Kinderen en jongeren moeten samen een antwoord formuleren op een vraag, dat veronderstelt respectvol naar elkaar luisteren, zich concentreren op het onderwerp.
Leraren moeten die vaardigheden in het gesprek een steuntje geven, ze dienen dus voortdurend alert zijn en de juiste aansporingen geven. Het lijkt veel simpeler dan het in werkelijkheid is. Voor het actief luisteren en het stellen van vragen heeft de ene al meer talent dan de andere maar als systematische vaardigheid moet het aangeleerd worden. Die filosofische attitude moet daarom deel uitmaken van de lerarenopleiding.
In de derde graad van het secundair onderwijs moet filosofie een zelfstandig vak worden. Het bestaande vak 'wijsgerige stromingen' is aan een herwaardering toe, vindt VEFO. Zoals het er nu uitziet gaat het puur om overdracht van kennis en is het een soort van museumvak. Het komt erop aan om, aansluitend bij de leefwereld van de jonge mensen en de actuele vraagstukken, het bestaand gedachtegoed over te brengen. VEFO ziet het liefst dat het vak gewoon filosofie gaat heten.

Vraag koesteren

'Hoe zit de wereld in elkaar', dat willen alle kinderen wel helpen uitzoeken. Het leuke aan filosoferen met kinderen en pubers is dat het appelleert aan het denkvermogen en niet aan de intelligentie. Voor een keer doet de schoolse kennis er niet toe, de ondergeschoven kindjes van de traditionele opleiding krijgen bij het filosoferen wél een kans. Vaak zijn het hun ongeremde vragen die precies het gesprek op gang trekken en houden. Richard Anthone, lector aan de Karel de Grote school in Antwerpen en lid van Zeno, vergelijkt het filosoferen in de klas met...het circus. Acrobaten moeten véél oefenen, het gaat niet vanzelf. In ruil daarvoor krijgen ze vertrouwen in wat ze zelf kunnen maar ze mogen niet bang zijn om te falen. Elke goed geoefende act kan nog altijd mislukken, dat moet gerespecteerd worden.
De vraag an sich moet weer bestaansrecht krijgen, vindt Anthone.
In het schoolse systeem komt het antwoord altijd op de voorgrond, de leraar heeft het antwoord in pacht. Kinderen stellen geen of weinig vragen want ze hebben al snel geleerd dat niét weten ook wel een beetje neerkomt op dom zijn. Filosoferen op school heeft als eerste verdienste dat ze kinderen weer leert om vragen te stellen, om bij het niet-weten durven stil te staan. We moeten vragen koesteren, meent Anthone. Wijsheid is niet het tegenovergestelde van domheid, het is een ontvankelijkheid voor kennis, vult Huib Schwab van het Amsterdamse Montessorilyceum aan. Het is, samen met Socrates, weten dat we niet weten en dat we daarom moeten zoeken.

Innige relatie

Dikwijls borrelt de vraag op uit een verhaal dat de leraar vertelt. Een verhaal is niet alleen de motor, het geeft een gedeelde context, het weeft een samenhorigheidsgevoel doorheen de klas. Kinderen die volwassenen een vraag voorleggen, dat veronderstelt een innige relatie, stelt Anthone.
Filosoferen leidt vaak tot chaotische, vrijblijvende gesprekken, opperen leraren. Daarom moeten ook de Socratische gespreksregels gelden, weet Huib Schwab. Die moeten met autoriteit worden opgelegd, alleen zo kan het gesprek naar een zinvolle conclusie leiden. Anthone meent dat je de jongeren de chaos moet laten proeven. Daarna komen ze tot de vaststelling dat afspraken nodig zijn en die zullen ze zelf nauwgezet bewaken.

Verhulde mening

Hoe verhoudt een apart vak filosofie in de derde graad van het secundair onderwijs zich tot de levensbeschouwelijke vakken als godsdienst of zedenleer, zijn het concurrenten?
Niet volgens Kristof Van Rossem van de lerarenopleiding filosofie aan de KULeuven. Filosofie is niet normatief maar metacognitief. Met het voorbeeld van de seksuele ethiek: filosofie zal de gehanteerde begrippen analyseren, classificaties als bijvoorbeeld natuurlijk/tegennatuurlijk tegen het licht houden. Godsdienst of zedenleer zullen de terzake geldende normen en waarden behandelen. In filosofie kan alles worden behandeld, van ethiek over esthetica, genderproblematiek... De voorwaarde is dat alle vooronderstellingen, waarden en normen worden bekeken, omringd met echte open vragen. Niet met suggestieve vragen die verhulde meningen zijn.


Filosofie, democratie en wereldvrede

Filosofie heeft rechtstreeks met democratie te maken, zij maakt mensen tot wat ze zijn: vragende, denkende, redenerende wezens. Mensen met een waardigheid die respect verdienen en geven. In 1945 benadrukte de UNESCO het belang van filosofie voor de wereldvrede. 'Het is in de geesten van mensen dat de verdediging van vrede moet worden opgebouwd', zo leidt de UNESCO haar handvest in, 'en dat gebeurt door de intellectuele en morele solidariteit van de mensheid te installeren. (...) De oorlog die net voorbij is, ontstond uit het ontkennen van democratische principes van waardigheid, gelijkheid en wederzijds respect. Er is een categorische nood om mensen in die ideeën op te voeden, noties waarover het in de filosofie ook gaat. Het filosofisch denken voorkomt dat mensen onwetend en met vooroordelen handelen. Het geeft mensen de intellectuele mogelijkheid om analyses te maken en sleutelbegrippen te doorgronden en van daar uit de wereld en zijn uitdagingen onafhankelijk en kritisch in te schatten.'


'Ik wil een wereldburger zijn' (Erasmus)

Filosofie moet de wereld van morgen anticiperen, aldus professor emeritus van de KULeuven Ulrich Libbrecht. 'Ik wil een wereldburger zijn' schreef Erasmus, een verlangen waar Libbrecht zich bij aansluit. Iedereen heeft de mond vol over multiculturalisme, samenlevingen waarin verschillende culturen coëxisteren. Maar volgens Libbrecht vereist het intense contact in de globale wereld dat we trachten elkaar te begrijpen. We kunnen onszelf nooit helemaal buiten ons westers denkkader plaatsen maar we moeten wel proberen ons in andere denkwijzen in te leven.

Twang Tse: Hoe kan ik een kikker die op de bodem van een put zit de grootsheid van de oceaan doen vatten?

Daartoe richtte hij de Antwerpse school voor comparatieve filosofie op, een cursus waar verschillende filosofische stelsels naast elkaar worden gezet. Geen enkel stelsel is volledig, ze vullen elkaar aan, weet Libbrecht. Het is de bedoeling er het onderscheidende laagje cultuur van weg te halen om te komen tot het universele, het zijn immers de diepere vraagstukken die voor alle mensen herkenbaar zijn.

 

Bron: studiedag 'Voor eigentijds filosofieonderwijs' ingericht door VEFO (Vlaams Netwerk voor Eigentijds Filosofieonderwijs)
Meer op: http://www.filosoferen.be/  en http://www.zenopraktischefilosofie.be/ 


Update: 7 april 2004

Ook na scheiding heeft kind twee ouders nodig

Ouderverstoting, stiekeme of brutale sabotage

Er zijn dingen die eigenlijk niet zouden mogen gebeuren, ouderverstoting is daar een van. Een kind dat zonder reden een ouder verstoot, dat gebeurt wel vaker in de naweeën van een scheiding. Zo vreselijk als het woord klinkt, zegt het nog weinig over de pijn die ermee gemoeid is, bij de ouder én het kind.

Een kind behoort niet bij de inboedel, je kunt het bij scheiding niet verdelen. Het blijft, ondanks alles, het bindend element tussen een vrouw en een man. Een kind dat moet kiezen tussen twee ouders doet iets heel tegennatuurlijks want het liefst van al wil het loyaal blijven tegenover beide. De ouders van hun kant hebben zich voor hun kind geëngageerd, het is een levenslang project. Ouders moeten het elkaar gunnen hun rol te kunnen spelen, binnen en buiten het huwelijk. ,,Na scheiding wordt dat vaak een ongemeen moeilijke zaak'', meent Gaby Jennes, directrice van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen dat de studiedag over ouderverstoting inrichtte, op vraag van het Samenwerkingsverband van Ouder- en Belangenvereniging bij Scheiding. ,,Want er is wantrouwen en verdriet en die overweldigende gevoelens moet je overstijgen in het belang van het kind.''
Foto: Harol

Koning Salomon

Het welzijn van het kind moet het uitgangspunt vormen, vindt ook psychoanalytica dr. Danny Verstraeten, niét het recht van de een of andere ouder op het kind. Ouders moeten weldadig zijn voor hun kind, het beste nastreven, alleen daardoor verdienen ze een aanspraak op dochter of zoon. Koning Salomon wist het al toen hij twee twistende vrouwen om een kind de vreselijke opdracht gaf om het kind letterlijk te verdelen. De echte moeder was natuurlijk diegene die het kind uit handen gaf zodat het tenminste het leven behield. Maar scheidende ouders ervaren niet altijd zo duidelijk wat in het belang van het kind is.

Het kind verstoot de ouder niet omdat het er zelf slechte ervaringen mee heeft maar puur omdat de andere ouder hem al dan niet subtiel tegen hem opzet.

Een scheiding raakt de kinderen altijd, ondanks de banalisering ervan, zegt dr. Hubert Van Gyseghem, docent aan de universiteit van Montreal en gespecialiseerd in ontwikkelingspsychologie en psychopathologie. Er is steeds een zekere mate van beïnvloeding van hoe de kinderen tegen hun ouders aankijken. Van verstoting is slechts sprake indien een kind zonder echte reden één ouder totaal uit zijn leven wist. 'Ouderverstoting' werd in 1984 voor het eerst benoemd en beschreven door Richard A. Gardner, hoogleraar in de toegepaste kinderpsychiatrie aan de Columbia Universiteit van New York in het boek 'The Parental Alienation Syndrome (PAS). Het gaat om een aandoening bij het kind omdat het actief reageert op zijn omgevingsinvloeden. Het kind verstoot de ouder niet omdat het er zelf slechte ervaringen mee heeft maar puur omdat de andere ouder hem al dan niet subtiel tegen hem opzet.

Evoluerende problematiek

Hoe vaak ouderverstoting voorkomt en welke ouder, vader of moeder, er het grootste slachtoffer van is, wordt steeds moeilijker te bepalen. In landen en tijden waar vaders dikwijls het initiatief tot scheiding nemen en de kinderen aan de moeders worden toegeschreven, gaan uiteraard de vaders het meest het verdomhoekje in. Vandaag evolueert de situatie bijzonder snel, er zijn meer scheidingen maar daartoe besluiten ook vrouwen of beide partners in overeenstemming. Het stereotype beeld van de rancuneuze moeder die het kind voor zich opeist, moet enigszins worden doorprikt.
Dr. Van Gijseghem heeft het op basis van eigen onderzoek over 4 procent van de scheidingen die uitlopen op verstoting van een van de ouders. In Canada is bemiddeling bij scheiding verplicht wat de bevinding ongetwijfeld gunstig vertekent. Onderzoek in Duitsland en de Verenigde Staten komt uit op 54 procent van de kinderen dat één jaar na de scheiding al contact verliest met de ouder bij wie ze niet wonen. In Nederland wordt bij 40 procent van de kinderen op de duur de relatie met de niet inwonende ouder verbroken.
De uiteenlopende cijfers wijzen er op dat het verschijnsel niet makkelijk is af te bakenen. Enkel volgehouden en ongegronde afwijzing van een ouder door het kind mag als ouderverstoting worden gedefinieerd. Wat niet belet dat ook binnen gezinnen kinderen wel eens gemanipuleerd worden en van mama of papa vervreemden.


Herstellen

Het komt er voor hulpverleners en/of rechters op aan om een denkpatroon te doorbreken. Ouderverstoting kunnen ze herkennen door een gebrek aan authenticiteit en nuances bij het kind. Zo een kind spreekt zich over de hele lijn negatief uit over de verstoten ouder en alles wat met hem te maken heeft. De argumenten zijn uit de lucht gegrepen: ,,vader slurpt, papa kijkt de hele zondag tv, hij doet me pijn...Zijn discours klinkt als een 'geleerde les', zegt prof. dr. Van Gijseghem, het neemt woorden in de mond die niet van hem komen, jongleert met technische termen als onderhoudsgeld, hoederecht en zo meer.
Het is een vorm van hysterische afwijzing waarbij het kind elk schuldgevoel verliest. Zoon of dochter pleegt een psychologische moord op de verstoten ouder zonder er over in te zitten.
Hoewel de gezinsdynamiek uit de definitie wordt geweerd om ze meer hanteerbaar te maken, blijft die toch wezenlijk voor het verschijnsel. Het hele gedrag is niet eigen aan het kind, het compenseert scheefgetrokken situaties. De omgeving dropt hem in een loyaliteitsconflict: het kind houdt immers van beide ouders en gaat er een verliezen, dat jaagt hem heel veel angst aan en daarom hakt hij mee de knoop door. De niet inwonende ouder is slecht en dus vormt hij geen verlies. Anderzijds voelt het kind haarscherp de druk aan van de inwonende en verstotende ouder. Die toont zich gekwetst door zijn ex-partner en het kind wil niets liever dan herstellen, goedmaken wat de andere ouder haar/hem heeft aangedaan.


'Normale' ouder

De verstotende ouder is zeker geen ziekelijk jaloerse figuur maar een heel normaal mens die veel pijn voelt en van daaruit zwaar uithaalt. In het ergste geval ondergaat het kind een hersenspoeling. Voortdurend en in heel directe termen wordt de verstoten ouder frontaal aangevallen. 'Daar is je vader weer, hij kwelt ons, hij sart ons.'
Maar het kan ook subtieler, dan programmeert de inwonende ouder de gedachten van het kind. 'Ach, ik kan je niet lastig vallen met wat er vroeger allemaal is gebeurd...' is zo een uitspraak die hem volkomen in beslag neemt.
Een verstotende ouder stelt zich zogenaamd neutraal op als het kind zijn andere ouder afwijst, weigert naar hem toe te gaan. Hij 'respecteert' het, terwijl hij er moet op staan dat de afspraken over bezoekrecht onverkort worden nageleefd. Prof. Van Gijseghem tilt zeer zwaar aan het aanzetten tot verstoten van de ex-partner, het is misbruik maken van het kind en komt neer op psychologische kindermishandeling met levenslange en onherstelbare gevolgen.

Schaduw over de toekomst

Ouderverstoting bezwaart de toekomst omdat het gebeuren het wezen van de personages treft. Als een kind zegt 'ik wil je niet meer zien', snijdt het meteen het toekomstperspectief van de ouder door. Maar van zijn kant verliest het zelf voor een deel de band met zijn verleden, met die dingen die zijn eigen identiteit uitmaken. Of je het wil of niet, een ouder heeft zijn stempel op je gedrukt, het kind bewaart de stempel maar speelt de oorsprong daarvan kwijt.
Voor een kind dat intens verweven is geweest in de problematiek van de ouders, is de afstand tot de vorige generatie opgeheven. De normale verhouding ouder-kind is verbroken, waardoor bij het kind de perceptie van autoriteit en het respect ervoor in het gedrang komt. Op lange termijn heeft zij/hij moeite met zichzelf te positioneren in menselijke verhoudingen, ook liefdevolle relaties worden moeizaam onderhouden. De latere volwassene kan een verminderd gevoel van eigenwaarde hebben, angstig en depressief zijn, een verminderde intellectuele en professionele ontplooiing realiseren.

Ouderopvoeding

Prof. Van Gijseghem pleit voor ouderopvoeding, voor gelijkwaardig ouderschap en voor het hanteren van een eenduidige definitie van ouderverstoting bij de rechtbank. Systematische bemiddeling bij echtscheiding zou helpen bij een respectvolle omgang tussen beide ouders en kinderen.
Als de zaken echt uit de hand lopen en mensen niet willen meewerken, moet het kind uit zijn milieu worden gehaald. De afgedankte ouder moet meer contact krijgen en de verstotende juist minder. In een 'onbesmet' milieu moet het kind uitzieken tot het de verhoudingen weer in een normaal perspectief ziet. In de Verenigde Staten wordt dit systeem toegepast en het geeft volgens Van Gijseghem bevredigende resultaten. Kinderen nemen de draad weer op die nochtans definitief leek afgeknapt.

Meer informatie over de blijvende band tussen ouders en kinderen op de site van Gescheiden Ouders Dienstbetoon door Informatie: http://www.goudi.be/ 


Update: 25  maart 2004

Klasse lanceert actie 'Groene Pen'

Leraren mogen op voorstel van het onderwijstijdschrift Klasse hun laatste rode pen inleveren, ze krijgen dan tien groene pennen in de plaats. Zullen ze de uitdaging aangaan?

Een rode pen biedt vele leraren een houvast. Het is een baken in het vaarwater van de leerlingen, wat kennen ze nog niet, waar zijn de lacunes en waartegen maken ze fouten? De rode pen omcirkelt, onderstreept, zet vraagtekens... maar even goed doorstreept ze ambities, verwachtingen en dromen van leerlingen en misschien ook van hun ouders. Met de rode pen in aanslag kijkt de leraar onmiskenbaar anders dan met een groene pen in de hand. Een groene pen die aangeeft waar de leerling scoort, waar hij het goed ziet en doet. Als nu blijkt dat leerlingen zich eerder inzetten om groene kanttekeningen te verzamelen dan om rode te vermijden, is de actie geslaagd.

Foto: Forbo Flooring

Twee culturen

Leraren verbruiken per schooljaar minstens een half miljoen rode pennen of stiften, honderdduizend leerlingen, of één op tien, worden daar eerder door afgeschrikt dan geholpen. Torens boeken en publicaties verschenen al over het verschijnsel 'faalangst'. Faalangst belet de leerling goed te functioneren en te presteren. Regelmatig in het rood en de leerling kan ook niet meer objectief over zichzelf denken, hij ziet zichzelf vooral nog als producent van rode resultaten. Net als ieder ander wéten leraren dat aanmoediging een kind vleugels geeft waarmee het zichzelf ontstijgt. Maar de leraar durft zijn rode pen niet los te laten.
De beoordeling door de school is dan ook soms een afknapper voor de ouder die graag uitgaat van de sterkten van zijn kind. In het rapport en de verbeterde taken en toetsen durven twee culturen wel eens botsen. De ouder moet een klimaat creëren waarin het kind gedijt, zelfvertrouwen opbouwt, positief tegen zichzelf en het leven aankijkt. Maar als de school in plaats van een partner een tegenspeler is die steevast de fouten in de verf zet, wordt dat een hachelijke zaak. Want een kind is meer dan schoolse kennis en reproductie daarvan alleen. Gelukkig zijn er ook heel wat leraren die daar wél oog voor hebben.



Bang voor verandering?

De actie 'Groene Pen' heeft een symbolisch karakter zegt Leo Bormans, hoofdredacteur van Klasse. Toch schoot ze bij sommige mensen in het verkeerde keelgat. Ze vinden dat we kinderen niet hoeven dood te knuffelen en dat ze moeten worden voorbereid op een samenleving waarin het hard toe gaat.
En dat uitgerekend in een tijd waarin we er al eens over piekeren over het feit dat we onze kinderen een maatschappij cadeau doen die is zoals ze is. Een piepklein signaal van een wens, een intentie tot verandering stuit al meteen op een opgeheven vingertje. Nochtans is zo een voorzichtige symboliek precies wat we nodig hebben voor een rustige bewustzijnsverandering. Want in onze maatschappij maken diegenen met het minste rood het wél, maar ook diegenen met de meeste kansen, het mooiste gezichtje, de meest assertieve taal...
Niet dat kinderen geen kritiek kunnen verdragen is de belangrijkste reden voor het hanteren van een groene pen, wel dat we elkaar misschien eens anders, genuanceerder, moeten bekijken.
Het onderwijs is een goede plek om die gedachte te introduceren. Natuurlijk willen we best dat onze kinderen meekunnen en 'er' komen. Wat niet belet dat we ons onderweg even mogen afvragen waarheen we gaan. Met de actie 'groene pen' wisselen onderwijsmensen gewoon eens van standpunt, wie kan daar op tegen zijn?


Update: 12 maart 2004

Max Havelaar keurmerk: goed gezien en verkocht

Een bakje troost voor hier en ginder

Max Havelaar, het keurmerk voor eerlijke handel kende in 2003 de sterkste stijging van de afgelopen tien jaar. De verkoop van de heerlijke koffie met het keurmerk nam toe met 19%, ruim de helft meer fair trade bananen konden de Belgische verbruiker bekoren: 24.000 bananen en 8353 pakjes koffie per dag

(foto: Somfy zonwering)

Waar dat bijvoorbeeld goed voor is? Dankzij de verkoop van koffie met het Max Havelaar keurmerk in België realiseerden de koffieboeren 1,11 miljoen euro bijkomende inkomsten. Dit cijfer is het verschil tussen de gemiddelde koffieprijs op de internationale markt en de minimumprijs van Max Havelaar (126 dollarcent voor een pond arabica). Die minimumprijs betekende zekerheid voor duizenden boerenfamilies in een jaar van aanhoudende koffiecrisis.
Er bestaan nu 134 producten met het keurmerk, een breed gamma dus. De andere Max Havelaar producten gelanceerd in 2002 zoals chocolade, thee, vruchtensap, suiker, rijst en honing doen het goed tot heel goed. De groei is onder meer te verklaren doordat steeds meer mensen fair trade en Max Havelaar kennen en weten dat het om een keurmerk gaat en niet om een merk.

Overleven met koffie

Het Max Havelaar-keurmerk op een verpakking betekent niet alleen een betere prijs voor de boer. In Bwamanda (Democratische Republiek Congo) heeft fair trade een streek twee keer zo groot als België helpen overleven in heel moeilijke jaren. CDI Bwamanda (Centre Development Integral) produceert al jaren robustakoffie onder fair trade voorwaarden. Tijdens de oorlog heeft CDI met de meeropbrengsten uit fair trade vijf hospitalen en tachtig gezondheidscentra draaiende gehouden en/of terug opgestart na occasionele plunderingen. Zes- à achthonderdduizend mensen hebben in tijden van oorlog rechtstreeks of onrechtstreeks toegang gehad tot elementaire voorzieningen die ze anders niet zouden hebben gehad.


Update: 10  maart 2004

Amnesty International campagne

STOP geweld tegen vrouwen

'Als alle vrouwen zich veilig en gewaardeerd zouden voelen, zou dat een enorm potentieel aan positieve energie vrijmaken', zegt voorzitter van Amnesty International Vlaanderen Jef Verrydt wanneer hij steun vraagt voor de AI-campagne 'STOP geweld tegen vrouwen'. Helaas, als het daarover gaat weten we niet waar eerst kijken maar dat is vooral geen reden om niet te zien.

Zoals we maar al te goed weten, zijn er landen waar geweld tegen vrouwen in de wet staat ingeschreven. Dat is het geval voor islamitische landen waar de rechtspraak is gebaseerd op de sharia. De verhalen over vrouwen als Amina Lawal en Intisar Bakri Abdulgar die gestraft dreig(d)en te worden voor seksuele contacten met mannen zonder dat ze ermee getrouwd zijn, haalden de wereldpers. Maar achter die gezichten zitten er telkens weer andere.

Sluipend gif

Geweld is een sluipend gif in een samenleving. Als de overheid het toepast en wettelijk acht, zet het de toon voor de manier waarop mensen met elkaar omgaan, hoe gezinsleden met elkaar leven ook. Bij eremoorden neemt mannelijke familie het recht in handen om hun door vrouwen 'geschonden' eer te 'herwinnen'.
Minder fataal maar even schrijnend: vrouwen binnenshuis incasseren de agressie en frustratie die hun partners buiten beleven. Onder het Russisch recht is huiselijk geweld zelfs geen misdrijf. Werkloze, geterroriseerde Palestijnse mannen brengen het geweld binnen in hun families.
Ook in België sterven jaarlijks gemiddeld zeventig vrouwen nadat ze door hun partner waren mishandeld. Er ligt wel een glimmend laagje over onze maatschappij maar daaronder zitten behoorlijk wat voze plekjes.

De school van het leven

In oorlogen wordt seksueel geweld als wapen gebruikt. Als vrouwen daaraan systematisch worden bloot gesteld, kantelt de maatschappij. Joegoslavië leverde daarvan een Europees voorbeeld, Kongo het meest recente.
De kwetsbare positie van vrouwen in de HIV/Aids geschiedenis is bekend. In Zuid-Afrika nam het sterftecijfer van vrouwen tussen 20 en 49 jaar met 168 procent toegenomen. Er is een duidelijke link tussen de 5 miljoen hiv-patiënten waarmee het land de hoogste toppen scheert en het even spijtige record van verkrachtingen. Zuid-Afrikaanse jonge vrouwen lopen méér kans te worden verkracht dan dat ze leren lezen, een statistische vaststelling die kan tellen. De campagne om aidsremmers aan de slachtoffers van verkrachting toe te dienen liep het honderd omdat de, nota bene vrouwelijke, minister van volksgezondheid meer vertrouwen heeft in traditionele Afrikaanse geneeswijzen.

Kleine moeite, grote gevolgen

Internationale druk en de bekende schrijfcampagnes van AI zetten wel zoden aan de dijk. De 'STOP geweld tegen vrouwen' campagne levert de primeur van het SMS-actienetwerk. Vanaf 1 maart kunt u zich opgeven als SMS-actievoerder. U stuurt een berichtje naar het nr. 3085 en vermeldt voor- en familienaam, straat, nummer en postcode. Dat kost u 0,75 euro. Vanaf dan krijgt u iedere maand een berichtje, kostprijs 0,25 euro, omtrent een persoon die ergens in nood is en de steun van AI krijgt. U stuurt dan weer een berichtje naar het nr. 3085 wat u opnieuw 0,75 euro kost en AI zorgt dat het bij de juiste persoon terechtkomt. Zo simpel kan het zijn om geweld te helpen indammen.
Meer hierover op http://www.aivl.be/ 

Bronnen: 
Amnesty International Vlaanderen
eMO, elektronische nieuwsbrief van Mondiaal Magazine
http://www.oneworld.nl/ 
Human Rights Watch


Update: 13 november 2003

Leerlingenparticipatie hoger ingeschat dan ervaren

Tor-onderzoek zet leerlingen en school tegenover elkaar

'Enkel de posters die we ophangen, mogen we kiezen', zeggen leerlingen van het secundair onderwijs over de mate van inspraak over hun schoolse leefwereld. Terwijl schooldirecteurs stellen dat de leerlingen die leefwereld voor driekwart zelf bepalen. Alweer een onderzoek waarin volwassenen de participatiegraad van jongeren hoger inschatten dan dat jongeren die ervaren.

De leerlingen vinden dat ze onvoldoende inspraak hebben in wat kleur aan hun schoolleven geeft: volgens hun inschatting bepalen ze niet eens voor de helft (49 procent) welke uitstappen en projecten op het programma komen, hoe de leslokalen er gaan uitzien en over de wc's hadden ze ook graag iets meer gezegd. 'Driekwart' zeggen de directeurs. ,,Het staat goed om te zeggen dat de school open is wat leefwereld betreft'', zegt onderzoekster Saskia De Groof, ,,maar de leerlingen ervaren de 'realiteit' anders. En de leraren bewandelen de genuanceerde middelweg; zij denken dat leerlingen zich voor 68 procent over hun leefwereld mogen uitspreken. De leerlingen zijn duidelijk niet tevreden, de directeurs vinden het best terwijl de leraren oordelen dat leerlingen zeker wat meer over leefwereldthema's mogen inbrengen.

Handen af

Als ze maar van hun terrein, de leerwereld, afblijven. Leerlingen schatten dat ze er slechts voor 37 procent inspraak in hebben, directeurs wijken er met 43 procent niet zo ver van af en leraren schatten met 34 procent de inspraak kleiner in dan de leerlingen zelf. Maar op leervlak scoren de leraren hoog qua tevredenheid: 71 procent vindt dat de machtsverhoudingen in dat domein goed liggen. Iets meer dan de helft van de directie is het daar mee eens en de leerlingen zijn met 34 procent natuurlijk het minst happy. 'Over lessen en leraren moeten we zwijgen', zo heet het. Ze hadden nochtans heel graag inspraak gehad in de spreiding en de hoeveelheid van het huiswerk, zelfs de manier van lesgeven en eventueel ook de strafmaat.

'Over regels valt niet te praten'

Leerlingen op school blijven natuurlijk ook jongeren en die kunnen we ons amper nog voorstellen zonder gsm of leuke outfit. Ze maken alvast de kritische massa uit die de look van de school bepaalt. Niettemin vinden ze dat ze slechts voor 35 procent mogen tussenkomen in de regelgeving die het schoolreglement, rook- en gsm-gedrag, de kleding en het uiterlijk omvat. De directeurs zien hen toch een 41 procent van die materie naar hun hand zetten en de leraren slechts 32 procent. De inspraak of het gebrek eraan in verband met de regelgeving stemt de leerlingen het meest ontevreden, slechts 31 procent vindt dat de stand van zaken behoorlijk is. Van de directeurs vindt 55 procent het zo wel goed en driekwart van de leraren is het daarmee eens.
In de domeinen leerwereld en regelgeving vinden zes op tien leraren dat eerst hun eigen inspraak moet worden geregeld voor men aan de leerlingen kan toekomen. Bovendien zien ze het zo dat leerlingen nog niet klaar zijn voor echte inspraak, het is een vaardigheid die ze nog moeten leren.

'Iets doen' met ervaring van jongeren

Hoe meer tevreden leerlingen zijn over de inspraak die ze krijgen, hoe beter ze zich voelen op school. Dat stelde Saskia De Groof vast en ook dat de inspraak motiverend werkt. Als jongeren tevreden zijn over de regelgeving, maken ze minder problemen. Ook uit vorig onderzoek bleek dat een gunstig schoolklimaat daarmee samenhangt.
Inspraak is nu eenmaal iets anders dan een gebrek aan autoriteit. Leerkrachten krijgen het laatste woord en regels moeten blijven gelden. Volgens Saksia De Groof aanvaarden leerlingen dat en zijn ook zij gehecht aan orde en gezag van de leerkrachten. Inspraak betekent dat leerkrachten en directie 'iets doen' met de ervaring van de leerlingen, dat ze open staan voor hun kijk op de dingen.

Projectie of kanteling?

Niet eens zo een gekke verwachting. Want ook voor volwassenen in werksituaties geldt dat de stress en het innerlijk verzet groter worden naarmate het gevoel van controle kleiner is. En ook in de thuissituatie lopen relaties minder makkelijk vast naarmate men minder het gevoel heeft 'voor het blok te worden gezet'.
Er is wat betreft de perceptie van de inspraak een parallel tussen de thuis- en schoolsituatie. Volwassenen zijn bijna altijd optimistischer over de graad van medezeggenschap dan de jongeren. Dat bleek ook uit het onderzoek van het Kinderrechtencommissariaat zoals gepubliceerd in 'Kom je dat thuis eens vertellen' (zie elders op de site).
Ouders hebben nood aan het idee dat ze goed bezig zijn, als beloning voor hun inspanningen en investeringen. Bovendien hebben ze overwegend het idee dat opvoeden 'lange termijn werk' is, dat ze met hun kinderen samenzijn in het perspectief van 'later'. Iets wat de school al helemaal tot haar opdracht rekent. Zij moet leerlingen afleveren die klaar zijn voor voortgezet onderwijs en nog later voor de arbeidsmarkt. Inhoudelijk en wat attitude betreft riskeren ze het niet hiervan af te wijken.
Dan maar hopen dat alles 'mooi' op zijn plaats blijft en later een projectie is van nu.

'Leerlingenparticipatie nader bekeken.'
Onderzoek i.o.v. het departement onderwijs van de vakgroep sociologie VUBrussel.
Onderzoekster Saskia De Groof m.m.v. Jessy Siongers, promotor M.Elchardus.
Het onderzoek verschijnt ook in MAKS! het Jongerenblad van Klasse. De gratis brochure is verkrijgbaar via www.ond.vlaanderen.be./publicaties 


Update: 15  oktober 2003

Nobelprijs voor de Vrede voor Iranese juriste Shirin Ebadi

''Het is een genoegen voor het Noorse Nobel comité om de prijs voor de Vrede toe te kennen aan een vrouw die deel uitmaakt van de Moslimwereld en op wie die wereld trots kan zijn''.

Met die motivatie zet het Nobel comité de prijs voor de Vrede voor 2003 in het teken van verzoening tussen culturen, iets waar de actuele wereld meer dan ooit nood aan heeft.
Maar de keuze van Shirin Ebadi heeft ook een niet minder duidelijke betekenis voor de Iranese samenleving. ''Als advocate, rechter, docente en activiste heeft ze zich steeds luid en klaar uitgesproken voor democratische waarden. Ze is een professioneel deskundig en moedig persoon, ze bekommerde zich niet over de persoonlijke bedreigingen. In een gewelddadige tijd, verdedigt ze geweldloosheid'', zo omschrijft het comite Ebadis inzet.

'Angst komt op als honger'

De 56-jarige Shirin Ebadi en moeder van twee volwassen dochters, bekommerde zich wel degelijk over haar eigen veiligheid. De dreiging werd tastbaar toen ze werd opgepakt, eenzame opsluiting doorstond om uiteindelijk veroordeeld te worden tot 15 maanden gevangenisstraf die weliswaar werd opgeheven. ,,Zoals ieder ander mens was ik bang toen de lijst uitlekte van 'staatsvijanden' die de conservatieve Iranese geestelijken maar liever uit de wereld zouden helpen. Angst is als honger maar ik heb de angst overwonnen omdat ik besef dat de inzet voor mensenrechten in mijn land onvermijdelijk persoonlijke gevaren oplevert.''
Shirin Ebadi wordt al heel lang door de behoudsgezinde geestelijken geviseerd. De juriste was rechter onder het regime van de sjah. Na de revolutie in 1979 beslisten de geestelijke leiders dat vrouwen te emotioneel en te irrationeel zijn om die functie uit te oefenen. Ebadi ging les geven aan de universiteit van Teheran.

Bewonderd door studenten

Het is beslist een doorn in het oog van de geestelijken dat ze door haar studentenpubliek op handen wordt gedragen. Die zien haar als een heldin temidden van een theocratisch systeem. De geestelijken vinden dat ze het hoofd van de studenten vol nonsens stopt en achten haar verantwoordelijk voor de onrust van afgelopen zomer aan de universiteiten.
Op de campus voelt Ebadi hoe de samenleving verandert, de geestelijken willen dit niet inzien. Van alle studenten die zich aan de universiteit inschrijven is 63 procent vrouwelijk. De bestaande wetgeving is niet opgewassen tegen de nieuwe situatie die hieruit ontstaat, weet Ebadi. Maar de wet van de grote aantallen zal maken dat de situatie voor deze geëmancipeerde vrouwen verbetert. Ze tilt er dan ook helemaal niet zwaar aan dat de studentes nog steeds gesluierd les moeten volgen. Als dat vaders gerust stelt over mogelijke 'morele corruptie' van hun dochters, is dat slechts een kleine prijs, vindt ze. Met alle rechtsstudenten en juridische assistenten die er nu zijn, kan het niet anders of straks moeten er weer vrouwelijke rechters worden aangeduid, meent Ebadi.

Samen met andere juristen richtte Ebadi het 'Centrum voor de Verdediging van de Mensenrechten' op. Daaraan schenkt ze dan ook de opbrengst van de Nobel prijs voor de Vrede die 1,3 miljoen Dollar bedraagt.
Mensenrechten en dan vooral die van vrouwen en kinderen, daaraan wijdde ze haar juristenloopbaan. Als advocate pleitte ze zaken waarin kon worden aangetoond dat de Islamwetten zo moesten worden begrepen dat die kwetsbare groep gelijke rechten heeft. De sharia vormt de basis van de Iranese wetten, Ebadi puurt hieruit de overtuiging dat er geen wettelijke basis is voor de discriminerende regels die vrouwen een minderwaardige status verlenen.
Door haar lobbywerk in het parlement en de rechtbanken verkreeg ze dat buitenechtelijke kinderen rechten krijgen, al strijdt ze nog steeds voor hun erfrecht.

Onderhuidse spanning

Daarnaast pleit ze zaken die niemand anders durft aan te pakken, onder meer die van een vermoord dissidenten echtpaar. Ijzingwekkende moorden terroriseren het intellectueel milieu. Maar dat is niet zozeer de reden waarom het daar én onder de studentenpopulatie in Iran wonderbaarlijk rustig blijft. Niemand wil de geestelijken een voorwendsel geven om de hervormingsgezinde president Khatami aan de kant te schuiven omdat hij zogenaamd de rust en orde in zijn land niet zou kunnen handhaven. Precies in de groep van studenten en intellectuelen is men dan ook opgetogen over de erkenning die de strijd van Shirin Ebadi en die van hen krijgt via de Nobel prijs voor de Vrede.

Het is de dertiende vrouw die ooit de Nobelprijs voor de Vrede kreeg en de allereerste Moslim. Hij moet een inspiratie vormen voor iedereen die voor mensenrechten ijvert, in Iran, in de Moslimwereld en overal waar de strijd voor mensenrechten moeten worden ondersteund, zo vindt het Noorse Nobel comité.

De Nobelprijs voor de Vrede, ook een vrouwengeschiedenis

Shirin Ebadi past als elfde vrouw die de Nobelprijs voor de Vrede krijgt in een vrouwengeschiedenis die zo oud is als de Nobelprijs zelf. Al in 1905 werd de prijs voor de Vrede toegekend aan Bertha von Suttner. Deze vredeactiviste was, voor ze zich aan literatuur en de vredesbeweging wijdde, ooit de persoonlijke secretaresse van Alfred Nobel. Ze sensibiliseerde hem ongetwijfeld voor de zaak van oorlog of vrede. Na zijn overlijden werd Nobels legaat aan de Nobelprijs besteed. Onder de vijf prijzen die voor het eerst in 1901 werden uitgereikt, voorzag de springstoffabrikant ook een prijs voor de Vrede, iets waar von Suttner zeker mee de hand in had.

Bertha von Suttner werd in 1843 in Praag geboren als de postume dochter van een veldmaarschalk. Ze werd door haar moeder opgevoed en groeide op in een aristocratisch milieu met een militaire achtergrond. De eerste helft van haar leven gedijde ze daarin, in de tweede helft bestreed ze die. Ze had talen en muziek gestudeerd en ooit zelfs een operacarrière geambieerd. Toen ze dertig was ging ze lesgeven aan de dochters van de familie von Suttner. Ze huwde met een zoon des huizes. Het stel schreef boeken en raakte in de ban van de vredesbeweging.
In 1889 schreef Bertha von Suttner 'Das Machinenzeitalter' waarin ze de gevolgen van overdreven nationalisme en bewapening voorspelde. In 1889 volgde 'Die Waffen nieder' over heldhaftige vrouwen en hun lijden in de oorlog. Omdat het boek met veel inlevingsvermogen was geschreven kende het een enorme impact. Ze propageerde het idee dat onderhandelingen altijd het overwicht moesten hebben op gewapende strijd. Al von Suttners tijd en energie gingen nu op in de vredesbeweging. In 1905 ontving ze de Nobelprijs voor de Vrede. Met de dreigende catastrofe van een wereldoorlog argumenteerde ze dat Europa een eenheid vormde en zich eensgezind moest opstellen. Ze kantte zich tegen het gebruik van vliegtuigen als militair instrument. In 1914 werkte ze nog mee aan de voorbereiding van de 21 ste vredesconferentie in Wenen maar twee maanden voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog overleed ze.

Vrede, een zaak van alle vrouwen

Na Bertha von Suttner volgden tien andere vrouwen. De Zweedse Alva Myrdal zetten zich in voor de vredesproblematiek, in de geest van von Suttner. Ze kreeg de prijs in 1982. In de jaren '30 maakte ze als lid van de sociaal democratische partij van de sociale welvaart haar objectief. Na de oorlog leidde Alva Myrdal een overheidscommissie voor de internationale hulp en reconstructie. Rond 1950 vaardigde ze haar land haar af bij de Verenigde Naties om er de commissie voor sociale welvaart voor te zitten. In 1955 werd ze Zweeds ambassadeur in India. In 1962 zetelde ze in het Zweeds parlement. Voor Zweden nam ze deel aan de Geneefse ontwapeningsconferentie. In 1967 kreeg ze een ministerportefeuille voor de bevordering van de ontwapening en vertegenwoordigde ze haar land bij de commissie voor ontwapening van de VN. Ze oefende grote druk uit op de supermachten om concrete inspanningen te leveren maar was bepaald teleurgesteld over het resultaat.
Alva Myrdal koppelde haar overtuiging aan een kennis van de wetenschappelijke en technische aspecten van de bewapening. Die kennis vond ze een noodzaak, reden waarom ze meewerkte aan de oprichting van het gerenommeerde SIPRI: Stockholm International Peace Research Institute.
Van haar is ook de uitspraak: 'Iedere vrouw en moeder heeft een rol in het verzet tegen de krankzinnige bewapening.'

Geniepige vijand

Jody Williams ontving de Nobelprijs voor de Vrede in 1997 voor haar strijd tegen het gebruik van antipersoonsmijnen in oorlogssituaties. Ze deelde die prijs met de vereniging die ze stichtte: de 'International campaign to Ban Landmines'(ICBL). Die campagne is via niet gouvernementele organisaties in zestig landen actief. Jody Williams en het ICBL werken samen met overheden, de Verenigde Naties en het Rode Kruis. In 1997 werd op een diplomatieke conferentie een internationaal verdrag gesloten om antipersoonsmijnen te bannen.
Jody Williams is technisch adviseur bij de studies die de Verenigde Naties maken over de impact van landmijnen op kinderen.

Bekroonde moed

Behalve voor de inzet voor de wereldvrede in al haar aspecten, werd de prijs ook toegekend aan vrouwen die, zoals Shirin Ebadi, opkomen voor 'regionale' problemen. In die sfeer zitten Mairead Corrigan en Betty Williams die in 1976 de vredesprijs deelden als stichtsters van de Noord Ierse Vredesbeweging.
De Birmaanse oppositieleidster Aung San Suu Kyi ontving de prijs in 1991 voor haar verzet tegen de militaire junta in haar land. Na reeksen van huisarresten verblijft Aung San Kyi momenteel weer in gevangenschap.
Rigabertu Menchu is een Indiaanse uit Guatemala van wie de ouders en een broer werden vermoord op beschuldiging van deelname aan een guerrilla tegen het bewind. Rigabertu Menchu zelf ontvluchtte haar land maar blijft zich inzetten voor de Indiaanse boeren aan de Atlantische kust en voor de ethno-culturele verzoening in het westelijk halfrond. Zij kreeg de Nobelprijs voor de Vrede in 1992.

Van al deze vrouwen, ook zij die temidden het strijdtoneel leven, is geweldloosheid dé karakteristiek. Zij hebben hun zaak bepleit met woord en geschrift en met de demonstratie van persoonlijke moed.

 



Update: 9  oktober 2003

Wereldkalender 'Door Vrouwenogen' door vrouwen en mannen bekeken

Over de kleine kloof tussen 
betrokken vrouwen en afstandelijke mannen

Vrouwen halen alles naar zich toe, zelfs met beelden van een verre plek in de wereld versmelten ze hun eigen gedachten en gevoelens. Mannen blijven wat afstandelijker. Dat vindt het vrouwelijk bureau Fé. soul communication na onderzoek naar wat bepaalde foto's van de Wereldkalender 2004 bij vrouwen en mannen losmaken.

De Wereldkalender wil mensen raken, daarover gaat het trouwens dikwijls in communicatie. Als vrouwen en mannen moeten vertellen wat de foto's bij hen teweeg brengen, zitten ze in een verschillende startpositie en daar is een fysiologische verklaring voor. Vrouwen kunnen hun emoties nu eenmaal niet echt wegcijferen, ze zijn overal in de hersenen gelokaliseerd en niet enkel in de rechter hersenhelft zoals bij mannen het geval is. Bij elke hersenactiviteit dringt zich dus wel een associatie op met een of ander gevoel. Vrouwen zijn in het algemeen ook vlugger van woorden omdat ze bij het praten beide hersenhelften inschakelen. En natuurlijk komt ook het vrouwelijk hormoon oestrogeen eraan te pas: het vermenigvuldigt de taalbewegingen in de hersenen. Auteurs als Fisher en Pease beschrijven de neurologische en hormonale omstandigheden die vrouwen zogenaamd emotioneler en taalvaardiger maken dan mannen zouden zijn. Dat vonden we allemaal terug in Fé.losofie, het onderzoek naar de verschillen in reclameperceptie tussen vrouw en man dat al in juni 2001 door Fé. werd uitgegeven.

Beeldtaal

Fé. soul communication deed een kwalitatief onderzoek in de vorm van diepte-interviews bij twintig vrouwen en evenveel mannen tussen 18 en 65 jaar oud. Die kregen drie foto's uit de wereldkalender te zien. Bij elk van de foto's moest men aangeven welk woord of spontane gedachte het beeld opriep. Daarna moest men 'een' verhaal bij de foto vertellen. Ook dienden vrouwen en mannen het gevoel te benoemen dat de foto bij hen wakker maakte en de basis-emotie van het beeld vastleggen. Tenslotte moesten mensen een titel bij de foto bedenken.

Fé.soul communication trekt een aantal algemene besluiten. Voor vrouwen spreekt de foto zijn eigen taal. Ze bestuderen alle details en geven die een zin in het grotere geheel. Mannen registreren wat er te zien is en koppelen er minder een eigen betekenis aan. Ze houden zich aan de facts en figures. Mannen leiden de boodschap af uit het beeld en halen daar eventueel een emotie uit. Ze hebben het niet makkelijk om verhaalstof uit het beeld te spinnen.
Vrouwen leven zich in de afgebeelde situatie in en vanuit die empathische betrokkenheid komen ze moeiteloos tot een verhaal en een gevoel bij de foto.

'Rasta Basta'

De openingsfoto van de wereldkalender, 'Hamervrouw in Ethiopië' van Jodi Cobb, (zie artikel 'Door Vrouwenogen') werd als eerste aan vrouwen en mannen voorgelegd. Terwijl mannen zich op de vrouw fixeren en zich door haar verleid of integendeel bedreigd voelen, verbeelden vrouwen zich een omgeving bij het sympathieke meisjesgezicht. Spontaan bezorgt de foto de mannen een goed gevoel dat naar het erotische neigt. Vrouwen voelen de foto aan als een warm, verrassend beeld. De basisemotie is voor beide seksen vreugde en liefde waarbij voor vrouwen het verrassingselement sterker speelt. Dat de foto van een vrouw bij mannen een ander gevoel oproept dan bij vrouwen ligt wel voor de hand. Wat ook uit de titels blijkt die vrouwen en mannen bedenken. 'Rasta Basta', 'Kijk me aan', Mooi zwart Afrika' en 'Donker maar mooi' zaten aan de mannenkant. Maar ook 'Achterlijk Afrika' wat toch niet minder dan racistisch van inslag is.
Vrouwen vangen het beeld onder de noemer 'Hier ben ik', 'Kom eens kijken', 'Ondeugende vrouw', 'Women in Black' en ook 'Vissen gevangen'.

Bij de foto 'Vissen nabij Guizhou, China' van Allessandra Meniconzi (zie artikel 'Door Vrouwenogen) voelen mannen zich niet betrokken. Ze hebben het moeilijk om zich meer voor te stellen dan wat op de foto staat en hen valt vooral het duale karakter op, de jonge meisjes lijken vrolijk maar moeten wel slavenhard werken. Een spontaan gevoel bij de foto blijft evenwel uit.
Vrouwen projecteren de situatie van de werkende vrouwen dan weer op zichzelf. Ze identificeren zich er zeer sterk mee en delen de gemengde gevoelens rond het beeld met de mannen. Vrouwen hebben evenwel minder moeite met de combinatie hard labeur en tevredenheid.
Mannen komen niet veel verder dan 'hard werken, pijn in de rug en complete armoede' als het gaat om het verhaal. Vrouwen putten zich uit in het verzinnen van een wereld achter het beeld: de primitieve werkwijze, de basisbehoefte waaraan de vrouwen voldoen, misschien het feestelijk element van het eten, het koude water, de mannen die toekijken, de samenwerking en de eigenheid van de vrouwen, ze blijven gracieus, na een loodzware dagtaak gaan ze tevreden naar huis.
Vrouwen kennen dan ook vreugde, liefde en verdriet als centrale emoties aan het beeld toe. Ook mannen zien de vreugde en het verdriet maar het wekt bij hen afkeer van het beeld op. 'Zwoegend China', 'Hard Labeur' zijn de sombere titels van mannen. 'Nat maar vrolijk' en 'Pootje baden' zijn al vrolijker en 'De plezante rijstplukkers' klinkt als de titel van 'Suske en Wiske' album.
Vrouwen zagen het in 'Blauw', 'Werken maakt toch gelukkig', 'Ploeter je te pletter en 'Koude natte voeten'.

Premissen bevestigd

Die resultaten bevestigen volgens Fé.soul ommunication de premissen van de onderzoekers, namelijk dat vrouwen meer emoties hebben en verwoorden en meer invoelend zijn. Wat ons betreft zijn de gevonden verschillen eerder relatief, maar misschien vertrekken we van een andere vooropstelling waarbij we de fijnbesnaarde mannen, taalvirtuozen en ontvankelijke zielen voor ogen houden. Wat hun emoties naar hun woorden en gebaren doet uitwaaieren, we zouden het niet weten. Het gebeurt hen toch, ondanks hun man zijn.
In ieder geval wensen wij de Fé.vrouwen toe dat ze elk minstens één zo een man mogen kennen. Als vrouw een grote voorsprong in gevoel hebben, lijkt ons nu eenmaal een onzalige overwinning.


Update: 2 oktober 2003

Wereldkalender 2004

Door Vrouwenogen

Een fragmentje wereld en aan de uiterste rand ervan dagen die verglijden, dat is de 11.11.11 kalender. Maand na maand confronteert hij ons nauwe bestaan met een ander bestaan in een ander continent, waar de armoede dikwijls grauw is en mensen toch kleurrijke accenten leggen.
2004 wordt heel speciaal want dan zien we de wereld helemaal 'Door Vrouwenogen'. De beelden van de wereldkalender zijn uitsluitend van vrouwelijke fotografen en schrijfsters bedachten er een verhaal bij, zoals vrouwen dat kunnen. Een verhaal over de binnenkant van het beeld, het 'misschien' bij de foto, over dat wat we niet helemaal zeker weten maar hoe het wel zou kunnen zijn.



Hamervrouw Ethiopië 
Foto: Jodi Cobb, National Geographic Image Collection© 

De Amerikaanse Jodi Cobb werkt sinds 1977 voor National Geographic en deed al vijftig landen aan. Ze specialiseerde zich in het Midden Oosten waar ze als een van de enige westerlingen doordrong tot de gesloten wereld van Saoedi-Arabische vrouwen. Ook in Azië, meer bepaald in Japan baande ze zich met haar camera een weg tot in de gesloten huizen van de geisha's. In 1995 verscheen haar boek: 'Geisha, the life, the voices, te art'.

Fracties dagelijksheid

,,Voor de editie van de wereldkalender 2004 wilden we iets heel speciaals'', vertelt Corine Van Kelekom, coördinator van het project bij 11.11.11. ,,De wereldkalender is een internationaal project waarin de zusterorganisaties in de deelnemende landen samen beelden kiezen. Het werden beelden die vrouwen over de hele wereld verzamelden.'' 
De Nederlandse Ineke Key ging dicht op de huid zitten van mensen in Afrika en Indië, Marjolein van Steeden klikte af op mensen in Egypte, Algerije en Laos. Foto's ook van Sarah Leen en Jodi Cobb, beide stafmedewerkers van National Geographic. Jodi Cobb hield de blik vast van een 'Hamervrouw' in Ethiopië, het werd de openingsfoto van de kalender 'Door Vrouwenogen'.
Met zowat alle foto's gaan we een heel klein eindje mee in het leven van de gefotografeerde mensen, het werden geen speciale momenten, gewoon fracties van hun dagelijksheid.

We kunnen er onze persoonlijke verhalen bij verzinnen, op onze eigen speculatieve manier. De achterkant van de foto's werd door de uitgever wel al van een literaire bijdrage voorzien. ,,De auteurs die mijn Nederlandse collega en ik aanzochten, bedachten exclusieve verhalen bij de beelden'', aldus Corine Van Kelecom.
Sommige auteurs hebben een uitgesproken affiniteit met ontwikkelingslanden en reisden of leefden er, andere verstonden de kunst om het beeld zinvol met een persoonlijke westerse ervaring te associëren.


Vissen nabij Guizhou, China
Foto: Alessandra Meniconzi ©

Over visvangst

Herinnering als een zilveren vis
rond je enkels licht op laat zich
zien op het scherpst van de bocht,

loopt zich vast in overspoeld land
waar jij spetterend rent en haar schept
met je mand, je hebt haar, je kiest -

je hebt er niets mee te maken, het is
aan de andere kant van een aarde,
je kan haar niet tillen, je moet.

Vijf vrouwen vangen een maaltijd,
je ziet ze van ver, ziek van pret
in een kring rond die ene, die ene -

haar rug is je ganse verlangen
haar knieholte enige rustplaats
voor je woedende vuist die eindelijk

eindelijk open valt en verliest.

Anna Enquist

Anne Enquist werd in 1945 in Amsterdam geboren. Ze is klinisch psychologe én kreeg een piano-opleiding aan het conservatorium, een achtergrond die ze verenigt als ze psychologie doceerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam.
Anna Enquist kreeg in 1992 de Cees Buddinghprijs, boeken van haar zijn 'Het meesterstuk' en 'Kwetsuur'.


Straat in Choluba, Mexico
Foto: Sarah Leen, National Geographic Image Collection
©

 

Ze lopen in dezelfde lijn elkaar tegemoet. Hun schaduwen zijn over elkaar geschoven. De zon staat laag. Het is vroeg in de ochtend of laat in de middag. Even naar de markt om watermeloen, pepers, tomaten. Het is fris. Ze hebben een warme vest aan. Ze stappen sterk met sterke benen en sterke indiaanse gezichten langs sterke huizen in sterke kleuren. Ze lopen door Cholula in Mexico. Daar maakt de zon de kleuren sterk en de mensen die de kleuren kiezen stoutmoedig. Die kleuren en die sterke huizen zijn uitroeptekens. Ze hebben Cortès overwonnen. Ze zijn er nog. De vrouwen.
Wist Bartolomé de las Casas het maar. Hij zou trots op hen zijn.

Nelleke Noordervliet

Nelleke Noodervliet is in 1945 in Rotterdam geboren. Ze studeerde Nederlands in Leiden en schrijft romans met historische inslag. Ze debuteerde in 1987 met 'Tine of De dalen waar het leven woont' over de eerste vrouw van Multatuli. In 2002 verscheen van haar 'Pelican Bay'.


Zoutmeer in de woestijn, Algerije
Foto: Marjolijn van Steeden, Frans Lemmens Photography

Woestijnen en spiegelbeelden

In het begin van mijn schrijversschap droomde ik eens van een wiegje in de kinderkamer. Ik schoof de gordijntjes opzij en verwachtte op de gesteven lakentjes een boek te zien liggen. Want ik had in die dagen een enkel boek gepubliceerd en een enkele baby gebaard. Dus was nu weer een nieuw boek aan de beurt, meende ik. Maar ik vergiste me. In de wieg lag geen baby en ook geen boek. Er lag een grote ronde spiegel waarin ik de hele wereld kon zien. Een spiegelbeeld van de wereld. Nu moet je natuurlijk oppassen met spiegelbeelden. Ik meen dat het William Golding was die voor het eerst stelde: Van het leven dat we ons dromen is het leven dat we leiden de weerschijn nog niet. Later veranderde ik deze woorden voor mezelf in: Van het boek dat we ons dromen is het boek dat we schrijven zelfs de weerschijn nog niet.

Aya Zikken

Aya Zikken werd in 1919 in Nederlands Indië geboren, haar lange leven speelt zich af tussen 'hier', Nederland waar ze sinds 1939 weer woont, en 'daar' waar ze haar eerste onuitwisbare en tekende indrukken meemaakte. Zo bleef Aya Zikken de verhalen van haar baboe missen. Gezeten in lotushouding vertelde de baboe door het gaas van de klamboe heen de meest bloedstollende verhalen, over slangen die zich in wandelstok vermomden, over de eerste vrouw op aarde die met haar hond ongezien in een glazen huis leefde... ,,Indonesiërs zien het verhaal als tijdverdrijf en hebben een grote zin voor dramatiek'', vertelt Aya Zikken. Westerlingen doen puur aan verslaggeving vindt ze, door gebrek aan tijd en omdat ze altijd en overal door de media omringd zijn.
Aya Zikken kreeg de Anna Bijnsprijs voor haar hele oeuvre.

'Door Vrouwenogen' op 'Het Andere Boek'

 Op zondag 5 oktober a.s. wordt de wereldkalender 2004 'Door Vrouwenogen' op het 'Het Andere Boek' voorgesteld. Bij die gelegenheid vertelt Ineke Key over haar fotografie en lezen Kristien Hemmerechts, Geertrui Daem en Hameeda Lakho hun teksten voor. Ook worden de resultaten voorgesteld van het onderzoek dat het vrouwelijk communicatiebureau Fé deed naar de verschillende perceptie door vrouwen en mannen van de kalenderfoto's. Volgende week brengen we op deze site verslag uit over wat deze foto's bij vrouwen en mannen los maken.


Update: 4 september 2003

Schoonheid, van ideaal tot dwingende norm

Schoonheid houdt ons heel erg bezig, zonder dat we het met zoveel woorden toegeven. Het streven ernaar heeft iets geniepigs, we gooien er een pak geld tegenaan en stoppen er uren van onze goeie tijd in maar laten het voorkomen alsof het een toevalligheid is. Want dat is de kunst.
Ook het belang dat we eraan toekennen vegen we achteloos onder de mat, wie immers wil er op getaxeerd worden? Terwijl het een publiek geheim is dat schoonheid de sleutel tot sociaal, professioneel en relationeel succes is. Een taboe ook, want niemand zal toegeven dat hij zijn beste vrienden selecteert onder de 'goodlooking ones' en geen enkele werkgever zal affirmeren dat knappe mensen ook betere werkkrachten zijn.

Overdreven? Mensen in het straatbeeld lijken uit het televisiescherm te zijn gestapt en omgekeerd. Iedereen lijkt op iedereen en elkeen streeft ernaar de hem door de natuur bedeelde middelen naar het schoonheidsideaal om te buigen. Dat schoonheidsideaal heeft een absolute en een relatieve component. Het wisselt, eerder ging het eeuwen mee en vandaag verandert het flitsend snel. En zoals Oscar Wilde opmerkte 'Schoonheid bestaat in de ogen van diegene die kijkt'. Maar kunst, de huidige beeldcultuur en onze eigen reflectie over schoonheid voeren niettemin steeds terug naar dezelfde criteria: evenwicht, symmetrie, jeugd en een duidelijk onderscheid tussen de seksen. Wat meer is, wie als mooi wordt gezien krijgt in één moeite tal van positieve kenmerken toegeschreven, intelligent, gevoelig, sociabel en nog veel meer.


Wie als mooi wordt gezien, krijgt in één moeite tal van goede eigenschappen toegedicht. (foto: La Fée Maraboutée)

Mooie mensen, goede mensen

Het ligt voor de hand om het overwaarderen van uiterlijkheden aan de beeldcultuur te wijten. Maar zijn de media wel verantwoordelijk of bevestigen ze het verlangen naar schoonheid dat in de mens zelf zit. Sander Gilman, een Amerikaans socioloog interesseert zich in het fenomeen schoonheid in de mate dat het bijdraagt aan de identiteit van mensen. Volgens hem leggen televisie en film de mens geen dictaat op maar spelen ze gewoon de signalen uit de maatschappij terug.
Scanie de Schonen, een Franse psychologe en actief in het domein van de neurocognitieve ontwikkeling, deed er onderzoek naar. Aan zuigelingen van drie dagen oud toonde ze foto's van, volgens gangbare normen, mooie vrouwengezichten afgewisseld met foto's van vrouwen die als minder mooi worden aanzien. De baby's fixeerden hun aandacht veel langer op de mooiere gezichten. Volgens Scania de Schonen heeft dat te maken met symmetrie. Worden de ogen, de neus en de mond vervangen door blokjes dan houden de baby's langer de symmetrische afbeeldingen in het oog dan die waarop de blokjes door elkaar waren gehaspeld. Misschien zo stelt ze, is dat omdat de hersenen de informatie van symmetrie makkelijker verwerven.

Schoonheid is een bepaald soort lelijkheid die ons goed staat', Plato 400 jaar voor Christus.

In 1972 legden twee Canadese onderzoeksters Dion en Berscheid een vragenlijst voor aan de lezers van een groot-publieksblad. Op basis van 40.000 antwoorden kwamen ze tot de bevinding dat dit publiek mooie mensen inschatte als meest gevoelig, lieftallig, warm, sterk, evenwichtig, sociabel en open.
Hoe dan ook, veel meer dan we het beseffen zijn we aan mooie mensen overgeleverd. Ze vertroebelen onze observaties, ons beoordelingsvermogen en af en toe maken we ons zelfs schuldig aan onrechtvaardigheid.
Immers, van in de peuterzaal tot in het bejaardentehuis is het zo dat mooie exemplaren beter af zijn. Alsof ze het verdienen, alsof hun trekken hun ziel, hun karakter en hun competenties weerspiegelen en de balans altijd gunstig uitvalt.

Pygmalioneffect

Een mooie baby krijgt meer aandacht, er wordt gewoon liever en meer naar gekeken. Dat geldt voor de eigen moeder en voor de kinderverzorgsters in de crèches. Die houding zet zich door in de studiecarrière: knappe kinderen hebben meer vriendjes, worden meer gestimuleerd en halen betere resultaten. Het pygmalioneffect speelt: het is makkelijker om goede prestaties neer te zetten als de omgeving die ook verwacht.
Mooie mensen worden betere relaties toegedicht. Een gulden regel zou zijn dat het kapitaal aan schoonheid best evenwichtig over de partners is verdeeld. Onevenwichtigheid zou de relatie fragiel maken. Al kan een man zijn manco's makkelijker met status en geld compenseren.

Ook in het arbeidsmilieu slaat de verblinding toe. Of om het met Aristoteles te zeggen: 'Schoonheid is een betere aanbeveling dan eender welke brief'.
Vooral als het om jobs gaat waarbij contact met de klant belangrijk is, speelt het voorkomen een grote rol. Vrouwen moeten mooi én vrouwelijk zijn maar ook mannen moeten flatteren. Minder mooie mensen vallen uit de boot vanwege vage bedenkingen: 'ze missen charisma, ze lijken weinig dynamisch.'
Voor kaderfuncties kan schoonheid wel een handicap vormen voor vrouwen. Ze worden dan beladen met een reeks negatieve stereotypes, kunnen ze wel leiding geven aan mannen en hoe zijn ze daar beland? Het is nooit goed, vriendelijke vrouwen zijn te 'arrivistisch' en terughoudende vrouwen komen pretentieus over.

Mannen kunnen hun manco's compenseren met status. (Foto: Jean-Paul Sartre)

De vraag 'wat zien anderen als ze naar me kijken', is voor iedereen belangrijk. Het verband tussen schoonheid en zelfrespect bestaat. Waarbij het ook zo is dat mensen met een stevige zelfappreciatie ook meer tevreden zijn over hun eigen verschijning.
Mensen die altijd al als mooi worden gezien, bouwen minder makkelijk een autonoom beeld van zichzelf op. Ze zien zichzelf steeds door andermans ogen, wat hen kwetsbaar maakt en hen op een latere leeftijd in de problemen kan brengen.
Het is niet alleen schoonheid die telt. Ook Cyrano met de onmogelijk grote neus kon een meisjeshart veroveren met zijn prachtige liefdesbrieven. Harten veroveren en een plaats onder de zon vinden kost gewoon veel meer energie dan bij mensen die hun voorkomen mee hebben. Niet zo verwonderlijk dat esthetische chirurgie opgeld maakt. Maar dat is geen nieuw gegeven en bewijst dat het streven naar schoonheid altijd al belangrijk was.
Sander Gilman beschrijft in zijn boek 'Making the body beautiful, a cultural history of aesthetic surgery', hoe mensen hun lichaam lieten 'aanpassen' om zich een beter leven te maken. Esthetische chirurgie dateert van de eeuw van de Verlichting. Mensen hadden het recht van naam en van sociale positie te veranderen, dus mochten ze ook over hun eigen lichaam beslissen. Artsen werden door de eed van Hippocrates weerhouden om op een gezond lichaam in te grijpen. Maar als de ziel erg onder het lichaam leed, was de chirurgie weer wel verantwoord.
En zo gebeurt het ook vandaag. Volgens Gilman is het de opdracht van de plastische chirurgie om ons lichaam te doen aansluiten bij wat we voelen.We worden ouder en voelen ons jonger, dus moet esthetische chirurgie de ouderdomsverschijnselen in het lichaam aanpakken.

Een kwestie van middelen

De socioloog Jean-François Amadieu en auteur van het boek 'Le poid des apparences dans les entreprises' stelt dat discriminatie op basis van het uiterlijk vergelijkbaar is met discriminatie op basis van sekse of herkomst. Met dat verschil dat ze wordt getolereerd, er bestaat een stilzwijgende afspraak over en de slachtoffers zijn de laatste die ervan worden verwittigd. Schoonheid is een kwestie van het bestendigen van een sociale dominantie, vindt hij. Want de correctie van schoonheidsfouten kost geld, bijvoorbeeld orthodontie voor scheve tanden. Hij vindt wel dat het vele werk dat sommige vrouwen aan hun uiterlijk besteden mag worden gehonoreerd maar dan enkel in jobs waar het uiterlijk er echt toe doet.
Amadieu vindt dat er een einde moet komen aan de hypocrisie over schoonheid. Voor hem is schoonheid niet absoluut, ze is een kwestie van middelen.

 

Volgende keer: Hoe 'schoonheid' evolueert doorheen de geschiedenis en vrouwen over het huidige schoonheidsideaal.


Update: 19 augustus 2003

Seks of de doos van Pandora

Jongeren hebben seks omdat ze 'heel veel voor elkaar voelen'. Trouw en respect voor elkaar vinden ze, net zoals hun ouders, heel belangrijk. Als manier om jezelf en een ander met alle gaven en onhebbelijkheden tegen te komen, kan seks wel tellen. Behalve ouders, school en gespecialiseerde centra zorgen nu ook sites van 'de pil'-producenten voor de nodige begeleiding als de doos van Pandora open gaat. Of dat een goede zaak is?

Pandora's doos, zo wordt seks genoemd in een informatieve brochure over seksuele opvoeding van het Centrum voor Gezinsondersteuning en Seksuele Opvoeding (CGSO). De doos met kwalen en gaven ontsluit zich trouwens steeds vroeger: elke tien jaar schuift de beginleeftijd een jaar vooruit. Volgens het CGSO hebben Belgen gemiddeld met zeventien hun eerste seksueel contact, na een aanloopperiode die drie à vier jaar duurt. Een onderzoek uitgevoerd door producent Wyeth van de pil met merknaam Lowette duidt tussen de vijftien en zestien aan als gemiddelde leeftijd voor 'de eerste keer', 43 procent van de veertien jarigen zegt bovendien verder te willen gaan dan strelen.
De samenleving is meer open over seks dan dat het thema in interpersoonlijke relaties aan bod komt. In media, reclame en kunst is het een vast thema maar als ouders en kinderen tegenover elkaar zitten moet je ze de mond openbreken als het over seks gaat. Jongeren stemmen wat seksuele zeden en gewoonten betreft af op hun leeftijdsgenoten. Uit de Sex Survey 2002 in opdracht van Durex blijkt dat ruim een kwart van de jongeren de beginselen van seks via school opsteken terwijl ze die liever van hun moeder zouden horen. Maar wereldwijs worden ze natuurlijk via hun vrienden.
In verband met seks is er een toenemende permissiviteit; jongeren vervangen de externe moraal door een persoonlijke zingeving. Ze zijn verregaand intiem met elkaar omdat ze 'veel voor elkaar voelen' en wachten niet op een formele relatie. Trouw en respect voor elkaar spelen wel een even belangrijke rol als voor hun ouders het geval is.
Ouders 'kiezen' trouwens dikwijls voor een 'laissez-faire' houding. Ze voelen zich hoe dan ook te onhandig en machteloos om in de intieme levenssfeer van hun kinderen tussen te komen. En de jongeren delen alvast de opvatting met hun ouders dat de seksuele moraal tot het privé-domein behoort. Niettemin willen ze het gevoel hebben dat ze er met hun ouders kunnen over praten.

Over anatomische schema's en vrijen op een boot

Niet zo verwonderlijk, want Pandora's doos maakt het leven een stuk ingewikkelder. In het domein van seks liggen lust en last bijzonder dicht bij elkaar. Jongeren denken soms ook beter geïnformeerd te zijn dan in werkelijkheid het geval is. Volgens Britse tieners bijvoorbeeld zijn rechtstaand vrijen op een telefoonboek of zittend in een badkuip, hoesten na het vrijen, gemeenschap hebben op een boot even zoveel bruikbare tips om ongewenste zwangerschappen te ontlopen. De gekke en gevaarlijke ideeën over anticonceptie van Britse jongeren kwamen boven drijven in een studie van het artsentijdschrift 'Docter'. Driekwart van de ondervraagde artsen achten onwetendheid over contraceptie in de eerste plaats verantwoordelijk voor zwangerschappen bij tieners in het Verenigd Koninkrijk: ieder jaar worden er ruim 8000 meisjes jonger dan 16 zwanger. Bij ons schatte men het aantal tienerzwangerschappen in 1999 ook al op 5035.
Een bloemlezing van de mythes die bij Belgische tieners leven werd via marktonderzoek in opdracht van Schering samengesteld: 12 procent van de ondervraagde jonge meisje meent dat een allereerste seksueel contact geen zwangerschap kan uitlokken, 8 procent denkt dat een douche na het vrijen anticonceptief werkt en nog eens 8 procent ziet de pil ook als bescherming tegen Aids. Volgens het marktonderzoek zitten jonge meisjes verlegen om praktische informatie over het innemen van de pil en over haar betrouwbaarheid.
Wyeth komt na een bevraging tot dezelfde vaststelling: 95 procent van de jongeren is ervan overtuigd dat ze zich moeten beschermen maar stelt spijtig vast dat anatomische schema's uit de les biologie geen antwoord op hun vragen geven. Uit de Durex Sex Survey 2002 enquête blijkt dat in 44 procent van de gevallen de seksuele opvoeding op school beperkt bleef tot de biologische feiten. In Vlaanderen lag voor 38 procent van de zestien en zeventienjarigen de nadruk tijdens de lessen seksuele opvoeding wel op SOA's en HIV.
Onderzoek van het CGSO stelt dat 80 procent van de jongeren bij een eerste seksueel contact wel degelijk de pil of het condoom gebruikt, waarbij slechts 66 procent van die jongeren tegen SOA of HIV-besmetting beschermd is. De combinatie condoom-pil wordt slechts in 20 procent van de gevallen toegepast. Hoe langer een relatie duurt hoe meer de verantwoordelijkheid naar het meisje verschuift en zij de pil neemt.
Veilig vrijen is trouwens nooit een verworvenheid. Veranderingen in de relatie of omstandigheden maken dat de bescherming dient aangepast.

De pil als lifestyle

Is het dan niet mooi meegenomen dat 'de pil'-producenten zich - naar eigen zeggen - het lot van zoekende tieners aantrekken?
Beslist wel. Maar het is niet makkelijk voor een commerciële firma om zich in de echte noden van jongeren en de bekommernissen van ouders en andere opvoeders in te schrijven.
Schering was de eerste die met een brochure 'Alles wat je ooit wilde weten en nooit durfde te vragen' via artsen en apothekers naar de jongeren toeging. De folder gaf informatie over menstruatie, de werking van de pil en veilig vrijen. De lichtgedoseerde pil Yasmin werd als de aangewezen keuze naar voor geschoven. De farmaceutische firma betreurt dat meisjes haar enkel als anticonceptief zien. Volgens de producent zorgt pilgebruik op termijn voor minder gynaecologische kankers, een argument dat qua waarheidsgehalte niet hoog scoort. Voor jonge meisjes heeft de licht gedoseerde pil, steeds volgens het bedrijf, het bijkomend voordeel dat ze de ongemakken van de menstruatie vermindert, de gemoedsschommelingen beheerst en het gewicht intact laat.
Ook Wyeth wil met de pil Lowette het verschil maken. Als 95 procent van de tieners last heeft van acné is het volgens de firma toch normaal dat meisjes vragende partij zijn voor een pil die in één moeite anticonceptief werkt en komaf maakt met jeugdpuistjes. Een trendy site laat uitschijnen dat de pil evenmin als de GSM in een meisjestasje mag ontbreken.
'De 'pil'-producenten introduceren hun product graag vroeg bij jonge meisjes. De snelweg van het internet blijkt een uitstekend medium te zijn: voorlichtingssites over de pil spelen in op hun behoefte aan privacy.

Een pil voor het denken

Het CGSO van zijn kant ziet seksuele opvoeding in het perspectief van de ontwikkeling naar volwassenheid, waar mensen bekwaam zijn om seksualiteit en intimiteit betekenisvol in hun leven te integreren. Seksualiteit is geen vaststaand gegeven en heeft een verschillende betekenis in verschillende levensfazen. Seksuele opvoeding moet dan ook de vorm aannemen van relationele en seksuele vorming met aandacht voor genderaspecten. In seksuele opvoeding gaat het volgens het CGSO behalve het lichamelijke ook om attitudes en vaardigheden die mensen tot verantwoordelijke en liefhebbende partners maken.
Ouders kunnen daar ook onrechtstreeks maar daarom niet minder effectief aan bijdragen. Jongeren die in een liefdevolle, familiesfeer opgroeien zullen hun verlangen naar intimiteit beter kunnen uitbouwen dan zij die in een koud klimaat moeten gedijen. Er is een link tussen de boodschappen en de ervaringen die je als jongere krijgt over lichamelijkheid en intimiteit en de benadering van seksualiteit als volwassene.
'De pil'-producenten verwijzen slechts zijdelings naar de relationele aspecten van seksualiteit en verwijzen terzake door naar gespecialiseerde instanties, in de marge dan toch. Alvast de pil nemen, lijkt de boodschap voor de jonge meisjes te zijn. Voor de andere facetten van seksualiteit rekenen ze wellicht op de hoop die nog altijd in de doos van Pandora vast zit.

bronnen: http://www.cgso.be/ , 'Good Lovers', een uitgave van GCSO Trefpunt,
http://www.depil.be/ , marktonderzoek Schering en 'Global Sex Survey 2002 i.o.v. Durex


Update: 26 juni 2003

'Hoezo pedagogisch?'

Opvoeden: voorleven en durven afwachten

Opvoeden durven we niet meer aan zonder er een pedagogisch boek op na te slaan, kwestie van de juiste toon te treffen. Er bestaan evenwel pedagogen waarvan het advies luidt: zoekt het zelf maar uit én vertrouw op je eigen oordeel. Ze schreven niettemin ook een boek: 'Hoezo Pedagogisch?' De schuilnaam die ze kozen, E.A.Godot, geeft het al aan, het wordt af-wachten, geen resultaatgerichte opvoedingsmaraton. Eerder zal het boek een sfeer voor je scheppen waarin je rustig(er) laat betijen, waarin jij je niet langer moet spiegelen aan de ideale opvoeder en je kind het modelkind hoort te zijn, een sfeer om na te denken over wat erin de 'zelven' van opvoeder en kind zit en hoe ze daarmee de wereld tegemoet kunnen gaan.

'Er zijn geen kinderen meer', een verzuchting die in de informatiemaatschappij meer dan ooit waarheid in zich draagt. Beter dan hun ouders vinden kinderen de weg in cyberspace. De 'veilige' kindertijd vervliegt langs kieren en tochtgaten, je kinderen zijn nooit meer met jou alleen. Pal op woensdagmiddag, zondag in de vooravond, op vrijdag heel laat, altijd slaan ze aan het chatten en zijn ze heel sociaal bezig. De verste uithoekjes van hun leven delen ze met vrienden en vriendinnen. Pas als ze vierkante computeroogjes hebben herinneren ze zich ook nog het bestaan van zoiets als ouders. Tenminste, zo zou het kunnen uitdraaien. Want de verleiding is nog veel groter dan vroeger met televisie het geval was om ze aan te virtuele oppas over te laten, je hebt er dan immers geen kind meer aan.
E.A. Godot vindt dat zoiets niet kan. En in de houding die de opvoeder tegen de ICT-slokop aanneemt, zit eigenlijk zijn hele opvoedingsvisie vervat. Aanwijzingen geven en beperkingen opleggen is één zaak, maar in dit specifieke geval dreig je te verdwalen omdat je kind de zijpaadjes misschien beter kent dan jijzelf. Daarom, zet je naast je zoon of dochter en beleef het samen.
Geen tijd? Tja, E.A.Godot vindt dat opvoeden alles met tijd te maken heeft. Opvoeden is samenleven met je kind, samen dingen doen en misdoen, al doende leren.
Opvoeden is geen opwarmkost, geen beproefd recept, het is behoedzaam mengen, een enkele keer subtiel kneden en eindeloos waken om tot een 'originele, voedzame' relatie te komen. Net nu opvoeden bijna overbodig of zelfs onmogelijk lijkt, vergroot de noodzaak eraan. Deze kindertijd vraagt om meer duidelijkheid, om moedig en oprecht grenzen trekken.

Blauwdruk

Vroeger waren kinderen werkkracht of soldaat, of werden ze uitgehuwelijkt als pionnen op een schaakbord van macht en bezit en elders geldt dat nog steeds. Kinderen waren en zijn volwassenen in zakformaat, ook nu en hier. Te snel zijn ze jong volwassen en conformeren ze zich aan de blauwdruk. "De wens om vrij en kritisch op te voeden, botst op het duidelijk vooropgestelde beeld van de volwassen mens", schrijft E.A. Godot. Kinderen moeten ook wel eens met rust worden gelaten, vindt de auteur. Ze moeten lummelen en 'doelloos' dwalen om los te komen van alle verwachtingen die op hen worden afgevuurd.

Kinderen worden door marketeers op hun specifiek behoeftepatroon aangesproken en meer dan ernstig genomen als consument. De markt en de peers dicteren wat cool is. Denkt de opvoeder er anders over dan is hij toch gewoon 'hopeloos'. Kinderen weten wat ze willen, ze zijn overassertief soms en tegelijk is de achterbankgeneratie heel afhankelijk, zij het van een privé chauffeur. Ze zijn vroeger mondig en later volwassen, ze worden vroeger aangesproken en later verantwoordelijk.
Kinderrechten en -plichten zijn geformaliseerd. Dat is goed vindt E.A. Godot, kinderrechten en -plichten bakenen de ruimte af die kinderen nodig hebben om kind te zijn. Dat ze moeten worden geëxpliciteerd heeft er mee te maken dat ouders tijd noch ruimte hebben om rechten en plichten zorgzaam, via het samenleven, op hun kinderen over te brengen.
En toch is de betrokkenheid van de ouders en opvoeders de enige manier om regels geloofwaardig te maken, houdt E.A. Godot vol. Het gezin is dé plaats om waarden en normen over te dragen. Over hoofdwaarden als eerlijkheid, rechtvaardigheid, zorg en respect kan er weinig discussie zijn. Wél over de manier waarop ze worden ingevuld. Jongeren gaan bijvoorbeeld op een heel andere manier respect betonen dan ouderen dat deden. De veruiterlijking van een waarde is vrij willekeurig en berust vaak op conventie. Regels zijn daarom 'gegeven' en niet 'gegrond'. Je kunt ze niet aan je kinderen opleggen zonder hun scepsis of zelfs weerstand uit te lokken: 'waarom moet het dan zo?' Dan kun je niet om het gesprek heen over waarden en normen die in de regel meespelen en hem betekenisvol maken.

De kunst van het oog-luiken

'Gedogen' verdient de negatieve bijklank dat het nu heeft niet, vindt E.A. Godot. Gedogen is verdragen dat van een regel wordt afgeweken, maar dan wel op een morele grond, niet uit laksheid, niet uit angst voor discussie. Gedogen betekent dat je je eigen waarheid relativeert en dat je toelaat dat er soepel met de regels wordt omgegaan. Opvoeders verstaan de kunst van het oog-luiken, zo meent E.A. Godot. Kinderen hebben het nodig om te mogen twijfelen en experimenteren. Zoniet wordt opvoeden conditioneren en trainen in plaats van uitnodigen om een persoonlijk antwoord te geven.
Hoewel het een door en door democratisch model lijkt, heeft E.A. Godot het niet op de 'onderhandelingshuishouding' begrepen. Onderhandelen over regels betekent dat de partners ze naar hun hand zetten en proberen tot een win-win situatie te komen. Onderhandelen hoort thuis in de economie en niet zozeer in het gezin, vindt de auteur. De verliezer is in ieder geval de minst gewiekste onderhandelaar en bovendien komt het wezenlijke in de discussie vaak niet eens aan bod. Om efficiënt te zijn, om conflicten te vermijden heeft men het minder over de waarden dan over de uitkomst: de modus vivendi.

Op een studienamiddag over 'Hoezo pedagogisch?' liet Gaby Jennes, directrice van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen horen dat het boek wel veel kritiek geeft op de gebruikelijke aanpak binnen de gezinnen maar weinig of te vage alternatieven biedt. Zo vindt ze onderhandelen in een gezin bijvoorbeeld geen cosmetische oplossing, wél een aanleiding om waarden en normen te expliciteren.
Als houvast bij het opvoedingsproject schiet het boek tekort, stelt ze. ,,Uit het succes van pedagogische boeken en televisieprogramma's blijkt dat ouders en opvoeders naar duidelijke richtlijnen zoeken. De invloed van de ouders op de kinderen is onmeetbaar, begrijpelijk toch dat je richting en bevestiging zoekt. Waarna je niet om een persoonlijke keuze heen kunt, vindt ook Gaby Jennes. Opvoeden vraagt een authentiek en betrokken gedrag.

In het boek 'Hoezo pedagogisch?' valt inderdaad niet zoveel anders te lezen dan dat opvoeding vanuit het hart, gul en met een openheid voor het resultaat moet gebeuren. Die boodschap is dan wel rijk en complex genoeg en in een breeddenkend betoog neergeschreven. Ze laat geen gevoel van tekort na maar biedt een wijds perspectief van mogelijkheden. 'Hoezo pedagogisch'? is een boekje dat de opvoeder boeit en je kind nooit ontgroeit.

'Hoezo pedagogisch?' E.A.Godot, is een uitgave van SWP Amsterdam onder het ISBN nummer 90 6665 508 9. Het telt 250 bladzijden en kost 26 euro.

 

De taal die we verstaan maar niet beheersen

Verhalen doen deugd en laten zelden onverschillig. E.A. Godot betreurt dan ook dat kinderen die zelf kunnen lezen geen verhalen meer krijgen. Ze hebben nochtans een blijvende betekenis in de opvoeding. Verhalen kunnen kinderen leren om met onbekende situaties om te gaan. In de kleuterschool leren kinderen die naar verhalen luisteren stil zitten, analyseren, synthetiseren en erover praten.
Verhalen moeten echter niet al te dikwijls om hun opvoedkundige betekenis verteld worden. Verhalen moeten vooral samen genoten worden.
Het kenmerk van een betekenisvol verhaal is dat het over ons zelf gaat, dat we onszelf erin herkennen. We vinden er - tot op zekere hoogte - een bevestiging van onze ervaringen, gedachten en emoties in.
Literaire auteurs kunnen preciezer verwoorden waar het om gaat: "Ze reiken een taal aan die we verstaan maar niet beheersen", meent E.A. Godot. Literatuur spiegelt ook verschillende mogelijke levens voor. De betekenis daarvan in de opvoeding is dat een kind kan leren dat ook zijn eigen leven niet 'vast ligt', dat de plot een wending kan krijgen, dat het kind zelf die wending kan geven.
Literatuur brengt ook schakeringen aan in onze gevoelens, in wat ons raakt en waarom.

Van je eigen verhaal weet je dat je het nooit volkomen aan de ander kunt duidelijk maken. Het is gekleurd door eigen ervaringen zodat de ander nooit helemaal kan weten wat je ermee bedoelt. Een stukje van jezelf blijft dan ook altijd en onvermijdelijk alleen. Dat het ook voor de ander geldt is een troost.
In de literatuur wordt dat menselijk gegeven gedeeld, je voelt er de onoverbrugbare nabijheid van de ander, een gevoel dat je ook je kind niet mag ontzeggen, meent Godot.
"Verhalen zijn het nest van de zin en de betekenis die we aan ons leven kunnen geven", vervolgt de auteur. In de opvoeding, waarbij het erom gaat om eigen keuzes te leren maken, kunnen ze dus niet ontbreken.

 

De 'Ware', een verhaal dat je zelf moet schrijven

Jong volwassenen laten zich niet makkelijk vastpinnen op hun beslissingen. Studiekeuzes worden makkelijker dan vroeger verlaten, in relaties gaat het hard maar wel in een sfeertje van 'we zien wel'. Dertig procent van de huwelijken strandt dan ook nog. Het is duidelijk dat het idee van de 'Ware' door de feiten wordt verlaten, even goed als men in filosofie en wetenschap van het idee van dé waarheid is afgestapt.
Ondanks de realiteit van de seriële monogamie blijft het romantisch idee van de Ware overeind. Moet de opvoeder zijn steentje bijdragen aan het overleven van de mythe of moet je zoon of dochter het zelf maar uitvinden? E.A. Godot stoffeert het onderwerp alvast met een paar hele mooie overwegingen. Voor vrijwel iedereen heeft liefde de connotatie van een gevoel. Een misverstand, meent de auteur en hij citeert Ludwig Wittgenstein: 'Liefde is geen gevoel, liefde wordt beproefd.' Waarmee bedoeld wordt dat liefde trouw is. "Door liefde met een gevoel te vergelijken moet duidelijk worden dat liefde een zekere duur moet kennen om liefde te mogen heten."
Trouw vraagt om inspanning. Soms zelfs bestaat trouw als de liefde taant of voorbij is. Dan wordt het trouw aan zichzelf, aan de eigen keuze en de eigen identiteit.

Monogamie houdt de individuele gevoelshouding én de samenleving op orde.
Is ze ook van binnenuit vol te houden? vraagt E.A. Godot.
Jongeren zijn alvast bijzonder monogaam. Anticonceptie koppelde relaties los van voortplanting en nu worden ze volkomen op hun eigen waarde beoordeeld. Ze horen exclusief te zijn, zoniet worden ze opgezegd.
Wat Montaigne over vriendschap zei, vindt E.A. Godot ook mooi toepasselijk voor de relatie tussen een vrouw en een man: het gaat om de voortdurende bevestiging van de individualiteit van de ander. Beide partners kunnen zichzelf zijn: "Omdat hij het was, omdat ik het was", heette het bij de 16 de eeuwse schrijver en opvoedkundige.
Intimiteit is nog zo een karakteristiek van een relatie, het gaat om iets wat je slechts met één ander deelt. Vandaag bestaat de oplossing er wel in dat je verschillende deelaspecten van jezelf met telkens een andere deelt.

De 'Ware' is een gebod, vanuit sociaal oogpunt, eerder dan een individueel verlangen. Toch bestaan er duo's die hun relatie onpeilbaar verdiepen. Een relatie met die ene is dan ook een verhaal dat je zelf moet maken, is het standpunt van E.A. Godot.

 


Update: 31 mei 2003

Koning Boudewijnstichting vereert Fair Trade Labelling Organizations

Consumentenmacht deelt in de prijs

Geniet u ook een ochtendkopje Max Havelaar-koffie dan hebt u dat alvast met de koninklijke familie gemeen. Het paleis kiest namelijk voor de koffie uit dit gamma producten voor een eerlijke handel. En de Koning Boudewijnstichting kende de Internationale Koning Boudewijnprijs voor Ontwikkelingswerk toe aan de organisatie 'Fair Trade Labelling Organizations International'.

Fair Trade Labelling Organizations International (FLO) is de organisatie die ervoor zorgt dat producten die aan de productievoorwaarden voor eerlijke handel voldoen een certificaat krijgen. Aan dat label herkent de verbruiker de koopwaar zodat hij ervoor kan kiezen. FLO overkoepelt zeventien initiatieven in veertien Europese landen, de Verenigde Staten, Canada en Japan. Max Havelaar België is natuurlijk een initiatief van bij ons en deelt in de prijs.

Duurzame ontwikkeling in het winkelkarretje

De jury van de Koning Boudewijnstichting onder voorzitterschap van de Belg en directeur van UNAIDS Peter Piot koos voor een initiatief dat bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van het zuiden. Dit even in cijfers: FLO bereikt met zijn programma 800.000 producenten, concreet gaat het om arbeiders en hun familie in veertig verschillende landen. De organisatie garandeert dat de producten die zij afleveren aan de voorwaarden voor eerlijke handel voldoen.
Het leuke eraan is dat je al winkelend je bijdrage aan een duurzame ontwikkeling van het zuiden kunt leveren. Het Max Havelaar gamma biedt een reeks voedingsproducten: suiker, koffie, thee, bananen, cacao, fruitsap en honing, ze worden zeker via wereldwinkels verspreid maar je vindt ze ook steeds vaker terug in warenhuizen. Warenhuizen verdelen het liefst producten die deel uit maken van een gamma. Met de nieuwe Max Havelaar chocoladerepen is dit weer uitgebreid.
Overigens mag Max Havelaar zich verheugen over een stijgende consumentenvoorkeur. In het eerste trimester van 2003 steeg de omzet van Max Havelaar koffie met 20 procent in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar. Voor bananen groeide de verkoop aan met 30 procent.