| Update:
20 november 2003
'Venus ontsluierd'
Een tentoonstelling over
vrouwen, zeden en gebruiken
De Venus van Urbino, mag dan al
afstandelijk kijken, ze trekt de toeschouwer naar zich toe, in haar
intrigerende wereld. Die wereld probeert de tentoonstelling 'Venus
ontsluierd' op te roepen. Met verwante schilderijen, portretten en
voorwerpen uit de tijd waarin de Venus van Urbino werd geschilderd.
Hoewel
elk tijdperk wordt vastgepind op zijn karakteristieken is er meer dat
ons met de renaissancemensen bindt dan dat ons scheidt. Mocht Venus
opstaan van haar matrasje en haar jurkje dichtknopen om met ons een
kopje thee te drinken, we zouden heel wat verhaalstof hebben om uit te
wisselen.
| Modellen
gevolgd
Het doek van Tiziano
Vecellio dat uit de Galeria degli Uffizi in Firenze komt, is een
uitgelezen schilderij om er een tentoonstelling rond te bouwen
zoals Umberto Eco ze bedoelde. Titiaan ensceneerde zijn
onderwerp meesterlijk zodat je als kijker op zijn modellen
betrokken raakt, ze wekken voldoende belangstelling om hen
verder te volgen. En dat was precies Eco's bedoeling. Hij wil de
interesse van het publiek op een welbepaald schilderij fixeren.
De rest van de tentoonstelling 'Venus ontsluierd' dient enkel om
dat ene doek beter te begrijpen en het helemaal te exploiteren.
In tegenstelling tot de klassieke opvatting van musea en
tentoonstellingen die naar overzicht en volledigheid streven
waardoor het risico bestaat dat de toeschouwer weinig van de
veelheid tot zich laat doordringen. |
'Dat naakte mens'
Venetiaanse schilders borstelden
hun naakten naar levend model. Titiaan sprak trouwens over zijn model
als over 'dat naakte mens'. Hij gaf haar een koele blik, maar haar
lichaam is levensecht, warm en sensueel.
1538 en volop renaissance, het lichaam en de schoonheid ervan werden
verheerlijkt. Daar was, ook in die tijd, niets mis mee want de
Franciscanen moedigden gelovigen aan om de héle schepping van God te
bewonderen. Titiaans Venus straalt via zijn perfecte proporties dan ook
een soort van morele schoonheid uit.
Maar terwijl schilders in Rome en Toscane het schoonheidsideaal uit de
oudheid weergaven, de stenen droom waarin vooral het evenwicht
domineerde, streefden de Venetiaanse meesters naar het plastische, zelfs
erotische beeld. De Venus van Urbino nodigt bijna uit om haar aan te
raken.
Ze past haast in de contouren van de 'Slapende Venus' van Giorgiane uit
1510, een werk dat trouwens door Titiaan werd afgewerkt nadat meester
Giorgione in dat jaar stierf aan de pest. Giorgione was niet echt
Titiaans leermeester - dat was Bellini - toch is zijn invloed
onmiskenbaar.
Natuur versus cultuur
De Venus van Urbino is in
tegenstelling tot die van Giorgione klaar wakker en kijkt de toeschouwer
alert aan. Ze bevindt zich in een kamer waarin enkel het landschap
achter het open venster naar de natuur verwijst. Giorgione heeft zijn
'Slapende Venus' in een landschap gelegd en haar zo een 'natuurlijk'
karakter meegegeven. Al refereert het doek onder haar lichaam aan
kleding en smokkelt de schilder daarmee een cultureel element in zijn
werk. Rond het Venus-thema blijft de spanning tussen het 'natuurlijke'
en het maniëristisch, het 'culturele' trouwens altijd hangen, ook
verder in de geschiedenis.
De Venus door Titiaan is genoemd naar de opdrachtgever van het werk: de
hertog van Urbino, een plaatsje in de provincie Pesaro dat zijn
renaissancekarakter tot op vandaag gaaf wist te houden. Guidobaldo della
Rovere noemde het schilderij in zijn correspondentie met de schilder
'dat met het naakt'.
Elfje en bruidje
Hoe dan ook baadt het werk in een
dubbelzinnige sfeer. Naar verluidt diende het voor de bruidskamer van
Guidobaldo en Giulia. Al in 1535 was Giulia als elfjarig kind aan de
hertog uitgehuwelijkt maar ze zou pas op haar veertiende naar hem toe
komen: in 1538 dus. Het opgerolde hondje aan Venus' voeten verwijst naar
de huwelijkstrouw en de rode rozen in haar hand spreken van liefde. Het
myrteboompje op de vensterbank alludeert op vruchtbaarheid. Maar het
erotisch karakter van het werk beantwoordt wellicht aan de persoonlijke
smaak van Guidobaldo. De spanning tussen de hemelse en de aardse Venus,
tussen het huwelijk en de vrije seksualiteit vormde een stevig thema in
de eerste helft van de 16 de eeuw.
Een mythische herder en de
kleur van luxe
De omgang met courtisanes,
dichteressen en muzikanten, handelaars in ziel en lichaam, was vast
ingeburgerd. Al maakten sommigen zich daarover wel zorgen, Hieronymus
Fracastori bijvoorbeeld, die een medisch werk in verzen schreef waarin
hij de precieze symptomen van syfilis uit de doeken deed. Hij gaf de
aandoening trouwens haar naam, die van een mythische herder nog wel.
In de tentoonstelling is het portret van Guidobaldo della Rovere, van de
hand van Titiaan, omgeven door dat van zijn echtgenote Guilia, en van
intellectuelen en wetenschappers als Erasmus en Mercator.
Titiaan schilderde eveneens kroniekschrijver Pietro Aretino, die was
zijn kompaan bij avontuurtjes, schreef verzen bij de portretten en
zorgde voor de erotische inspiratie.
| Over
koffers en spieden
De tentoonstelling legt
ook de link met een stukje middeleeuwse Decamerone van Boccaccio
dat - lang voor reality TV - vertelt:
Madame Ginevra was gehuwd met Bernabo. Ambrogiuolo wedde met de
echtgenoot dat hij zijn vrouw in haar kamer zou bespieden.
Daartoe verstopte hij zich in een klerenkoffer. Als bewijs
beschreef hij het vrouwelijk vertrek tot in de kleinste details
maar Bernabo oordeelde dat hij die net zo goed van de bedienden
had kunnen vernemen. Daarom vertelde Ambrogiuolo hem over de
moedervlek onder de linkerborst van Ginevra, het ultieme bewijs
dat hij haar naakt had gezien. |
De middenperiode van Titiaan
waaruit 'De Venus van Urbino' stamt, wordt gekenmerkt door rustig,
picturaal subtiel werk en verfijnde kleuren. Rood gaf in de middeleeuwen
en de renaissance aan dat er luxe mee gemoeid was. Rood was tevens
Titiaans lievelingskleur en komt in drie tinten op het schilderij voor.
Een Venetiaans herbarium laat de planten zien waaruit de kleurstof onder
meer wordt gehaald. Met de ontdekkingsreizen werden nieuwe planten
ingevoerd en namen de mogelijkheden toe. Al in die tijd werd de
kleurstof uit Noord en Zuid Amerika aangevoerd maar ook uit India en uit
het Verre Oosten.
Odalisken en courtisanes met
een naam
Behalve aan het verhaal achter het
schilderij besteedt de tentoonstelling veel aandacht aan de invloed die
'De Venus van Urbino' op latere kunstwerken had. Getuige daarvan de
werken van andere renaissance schilders en barokkunstenaars als
Tintoretto en Poussin. In de 17 de en 18 de eeuw werd het thema (nog)
meer libertijns behandeld. Erotiek had zich helemaal van zonde en
schuldbesef losgemaakt. De courtisanes kregen zelfs een naam. Zo rust
mevrouw Borghese, zus van Napoleon Bonaparte, op een siège longue in de
tentoonstelling, een replica van een beeldhouwwerk van Canova. In de 19
de eeuw is er zowel plaats voor een romantische weergave van het naakt
als voor een academische. Ingres en Boucher laten de haremvrouwen of
odalisken zien, de beroepsmatige seksualiteit. Uit de 20 ste eeuw zorgen
Modigliani, Balthus e.a. voor een bijna ironisch naakt. Werken die niet
echt in de tentoonstelling hangen, worden op schermen geprojecteerd. Op
die manier is er toch heel veel te zien, maar u kunt gericht kijken en
onbeperkt genieten.
'Venus ontsluierd' nog tot 11 januari 2004. Meer op www.bozar.be
Update:
17 september 2003
GenovanversaeviceversA
Kostbare elegantie van Genua
tot Antwerpen
Mode is een maaksel, een artefact,
dat sterk de onveranderlijkheid van mensen illustreert. Ook zo kun je de
nieuwe en derde tentoonstelling in het Antwerpse Modemuseum bekijken. De
titel wordt uitspreekbaar als je weet wat de tentoonstelling laat zien:
stoffen en mode uit het Genua van de 17 de en 18 de eeuw geconfronteerd
met stoffen van hedendaagse Belgische en Italiaanse (mode)ontwerpers.
Van Genua naar Antwerpen en terug. In het Italiaans heet dat
GenovanversaeviceversA.
Collage Angelo Figus
Een
Vlaamse stad aan de Schelde en een stad in de Italiaanse regione Liguria
aan de Middelandse Zee. In de barokperiode waren Antwerpen en Genua
bondgenoten in luxe, handelspartners waarbij vanuit de noordwestelijk
gelegen Italiaanse haven zijde en zijdefluweel vertrokken en Antwerpen
Brugse kant verscheepte met de Genuese rijken als bestemmelingen. Wat
wij daar nog mee te maken hebben?
De 'meer tip dan schoenen' die we
tegenwoordig dragen zijn zo uit de barokperiode weggelopen. Nu misstaan
ze niet onder een jeans, toen kwamen enkel de punten onder de
hoepelrokken vandaan want de voet mocht als lichaamsdeel niet gezien
zijn. De schoentjes werden uit fijn satijn gemaakt of uit fluweel of
zijde en waren rijkelijk geborduurd. Ze verwezen subtiel naar de voetjes
en getuigden tegelijk van de status van de vrouwen die ze droegen.
Dergelijke (namaak)schoentjes zijn in het MoMu te zien, opgestapeld tot
ze een kunstzinnige installatie worden. Ook prijken ze aan de voeten van
de rijke dames op de schitterende schilderijen die de ruggengraat van de
tentoonstelling vormen. Barokschilders hadden namelijk hun handen vol
met het maken van voorname portretten in opdracht van kerkelijke en
burgerlijke vooraanstaanden. Dat treft, want waar anders dan in de
beeldende kunst kun je zien hoe mensen vroeger gekleed gingen?
Jeans uit de barok
La
flagellazione, onbekende Ligurische schilder, beschilderd textiel, serie
De Passie - 16de eeuw.
Onze
jeans dan, die komt regelrecht uit Genua. Ook al is ze een eerder
onverwachte gast temidden van de barokperiode. De klassieke
indigo-blauwe jeans is een katoenen keperweefsel met een indigo geverfde
kettingdraad. Van dat stugge en duurzame weefsel maakte men in de
middeleeuwen al 'bombazijnen' of fusteinen. De indigo kleur werd ook blu
di Genova genoemd. In de 16 de eeuw werd het blauwe weefsel naar
Engeland uitgevoerd en met de naam jean verwezen de Engelsen naar de
stad Genua.
Het is dan ook een bevreemdende ervaring om op een bepaald moment in de
tentoonstelling omgeven te zijn door jeans doeken waarop het
passieverhaal van Jezus is afgebeeld. Deze authentieke stukken uit de 16
de eeuw vormen een tijdelijke kapel die in de voorbije eeuwen jaarlijks
in de goede week werd opgesteld in een Genuese Benedictijnerabdij. De
tekeningen zijn het werk van anonieme kunstenaars uit de Lombardische
school in Genua maar duidelijk geïnspireerd op gravures van de Duitse
schrijver en graficus Albrecht Dürer.
Het blauw krijgt er een mystieke betekenis. In de 20 ste eeuw merkt de
Russische schilder Kandinsky op dat blauw het streven van de mens naar
zijn innerlijke aard weerspiegelt. Vandaag is blauw zeker niet op de
voorgrond van het modebeeld - wie weet weren we het onbewust - maar de
jeans is niet stuk te krijgen.
Virtuositeit en gevoel
Portret
van Ansaldo Pallavicino, door A. van Dyck.
Barok staat natuurlijk vooral voor
weelde en zelfs overdaad. De oorsprong daarvan ligt ook bij de
Kerkelijke geschiedenis. De contrareformatie van de Katholieke Kerk
reageerde immers op de strenge reformatie. Door de bombastische
versiering van kerken wilde men de gelovigen in hun gevoel aanspreken en
overtuigen van het eigen gelijk, overweldigen zelfs. Heiligen met
wapperende kleren en dito gebaren creëren in hun zwaar beladen decor
een sfeer van beweging, van onrust ook. Dit in tegenstelling tot de
renaissance waar evenwicht en sereniteit het streven zijn. De barok
introduceert de virtuositeit en het gevoel. Het individu moet een
dialoog met het geheel aangaan zoals dat ook in de barokmuziek het geval
is. Denken we maar aan de solopartijen in Vivaldi's 'Vier seizoenen'
tegen de achtergrond van het orkest.
Barok mag dan zwaar als connotatie hebben, dynamiek is haar kenmerk en
die sfeer sloeg ook aan bij de burgerbevolking die zowel in Italië als
in Vlaanderen via de handel aan zijn welstand kwam. Toen zoals nu waren
stoffen een manier om zich te onderscheiden en die parallel wordt in de
tentoonstelling verbeeld.
Zijde, het Italiaanse 'seta', komt van het spinsel waarin de rups haar
laatste gedaanteverwisseling van rups tot vlinder beleeft. China is het
land van herkomst maar al in de eerste eeuw verspreidt het gebruik van
zijde zich naar Europa. Genua was lang de belangrijkste opslagplaats
voor ruwe zijde die vanuit de Genuese kolonies aan de Zwarte Zee werd
aangevoerd. In de overgang van de renaissance naar de barok kende de
Genuese zijdenijverheid een absoluut hoogtepunt met de internationaal
befaamde fluwelen en damasten weefsels die massaal naar Antwerpen en
andere Noord Europese steden worden geëxporteerd.
Stof voor de happy few
Collage
Angelo Figus
Het
zijn die stoffen die aan de kleding van de 16 de en 17 de eeuwse
vooraanstaanden en aan de decoratie van hun palazzo's hun distinctie
geven. Stalen van de stoffen, schilderijen van Italiaanse meesters en
van schilders uit de lage landen, w.o. een aandoenlijk kinderportret van
Van Dyck, worden zestien kamers lang geplaatst tegenover stoffen van
actuele Belgische en Italiaanse ontwerpers zoals Missoni, Gianfranco
Ferré, Romeo Gigli, Dries Van Noten, Ann Demeulemeester en andere.
Ook die stoffen zijn niet in ieders bereik - dat is de barokke tint in
onze tijd - maar wel op de tentoonstelling GenovanversaeviceversA.
Elke kamer heeft een 'thema' dat voortspruit uit de 'barokke geest' van
Angelo Figus, afgestudeerd aan de Antwerpse ModeAcademie en nu
internationaal gerenommeerd modeontwerper, die door directeur van het
MoMu Linda Loppa als curator van de tentoonstelling werd aangewezen. De
gemaakte associaties tussen de materialen van toen en nu zijn dan ook
zijn droombeelden. Willekeurig gekozen objecten zijn de
verbindingstekens tussen toen en nu: van schoenen over deuren, oud
speelgoed en velocipèdes naar een heuse fiat 500 waarin de
aristocratische Genuese dame op het doek van Carlo Francesco Nuvolone
zou kunnen vertrekken.
De kathedraal der herinneringen
In de kamer die heet 'De
kathedraal der herinneringen' laat het MoMu haar collectie kant zien
naar aanleiding van een 'Kinderportret' van Peter van Lint. Ze wordt
geconfronteerd met hemden met geborduurde opschriften van Antonio
Marras. De verzameling geeft een overzicht van de manier waarop kant
veranderde, van transparante strookjes uit de 16 de eeuw naar dichtere
florale motieven in de volgende honderd jaar. Vanaf de 18 de eeuw worden
de motieven onder invloed van de rococo frivoler om daarna tot een meer
open en luchtig geheel te evolueren.
De eigenzinnige aanpak van Angelo
Figus moest het verschil maken met de oorspronkelijke tentoonstelling
'Arte e Lusso della Seta a Genova dal '500 al '700, een tentoonstelling
in Genua te zien in 2000 - 2001. De kunsthistorica Marzia Cataldi Callo
die voor de Genuese tentoonstelling het wetenschappelijk werk
verrichtte, hield ook in het MoMu het geheel binnen historisch
verantwoorde perken.
De tentoonstelling GenovanversaeviceversA is een soort van vooropening
van Europalia dat dit jaar Italië als gastland heeft en waarbij de
wederzijdse beïnvloeding van België en Italië de rode draad vormt.
GenovanversaeviceversA in het
ModeMuseum Provincie Antwerpen, Nationalestraat 28 te 2000 Antwerpen van
9 september 2003 tot 28 maart 2004.
Meer informatie op www.momu.be
Update: 6 juni 2003
Fatale Vrouwen uit de verf
'Fatale Vrouwen', het is een
dwingende titel voor een schilderijententoonstelling.
Vrouwen heten het noodlot van de man te zijn en voor even kan ook de
bezoeker zich niet aan die geladen verhouding onttrekken. De manier
waarop de kunstenaar naar de vrouw kijkt, doet een nieuwe werkelijkheid
ontstaan. 'Fataal' werd de vrouw in de tweede helft van de 19 de eeuw,
niet enkel op doek maar ook in het theater, de literatuur en de opera.
In welke tijd, waarom en voor wie is een vraag die we ons daarbij kunnen
stellen. Een summiere situatieschets als decor voor 'fatale vrouwen'.
De tentoonstelling 'Fatale
Vrouwen' in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten brengt werk samen
uit de periode 1860 - 1910, een bijzonder complexe tijd waarin heel wat
tegenstellingen aan de oppervlakte kwamen.
De romantiek had de gemoederen opgezweept: in alle kunstvormen werden
hevige emoties binnengebracht met verstrekkende maatschappelijke
gevolgen. Goethe levert daarvan de meest uitgesproken illustratie: hij
laat het liefdesverdriet 'des jungen Werthers' in de keuze voor de dood
eindigen en een stroom van teleurgestelde jongelingen volgen hem daarin.
In de 19 de eeuw groeide ook het besef dat het pure rationalisme van de
Verlichting niet overal een antwoord op gaf, denkers als Schopenhauer
bijvoorbeeld stelden dat de rede de hele werkelijkheid niet kon kennen.
Het absolute vertrouwen in de wetenschappelijke vooruitgang liep
voorzichtig terug.
illustratie: Frans Von Stuck -
Judith en Holoferses.
Dubbele moraal
De strijd tussen het ideaal van
het gezin en bijhorend fatsoen en onderhuidse passie mondden uit in een
dubbele moraal. Zoals Marita Mathijsen schrijft in haar analyse van de
19 de eeuw die ze 'De gemaskerde eeuw' noemt: ''Beheersbaarheid werd
synoniem gesteld aan verzwijging. Wat je niet ziet, bestaat niet."
Een onzichtbaar idee dat niettemin treffend wordt verbeeld in de film
van Robert Altman 'Gosford Park'.
Van die dubbele moraal is de vrouw het slachtoffer. In 'Constance Ring',
een boek dat wel eens de eerste echte vrouwenroman wordt genoemd,
getuigt de Noorse schrijfster Amalie Skram (1846 - 1905 ) daarover.
Constance heeft een fysieke afkeer van haar 16 jaar oudere echtgenoot
die zich naast het rechte huwelijkspad heel wat ommetjes permitteert. Ze
wordt opstandig en klaagt bij burgervader en priester het onrecht aan
maar krijgt overal dezelfde boodschap: voor mannen en vrouwen gelden op
seksueel gebied andere regels: vrouwen moéten kuis zijn, mannen horen
zich te 'ontplooien'. Het werk van Amalie Skram is trouwens
autobiografisch gekleurd.
Maar het kon ook erger, heel wat vrouwen kregen een 'medisch' antwoord
op hun klachten. De Londense dokter Brown voerde tussen 1860 en 1866
zeshonderd besnijdenissen of andere 'gynaecologische ingrepen' uit om
vrouwen van hun 'stemmingswisselingen' af te helpen. Iets
vrouwvriendelijker ging het er in 'La Salpêtrière' aan toe, de
instelling waar de Parijse dokter Charcot zijn psychiatrische patiënten
opving. Rond 1885, toen dokter Sigmund Freud er zijn vak ging
bijschaven, waren er achtduizend vrouwen opgenomen met epileptische
aanvallen of andere psychische aandoeningen. Charcot gaf er dan ook een
medicinale en therapeutische oplossing aan. De hysterie was een
vertrouwd ziektebeeld maar werd hier alvast erkend als een 'uitweg' van
de vrouw uit haar machteloosheid tegenover de patriarchale cultuur.
Intieme kring
Behalve in de intieme kring werden
vrouwen ook op maatschappelijk vlak onder de duim gehouden. Vrouwen
moesten het stellen met huisonderwijs en bibliotheken bijvoorbeeld waren
voor hen verboden terrein. In 'A room of one's own' geeft Virginia Woolf
lucht aan haar frustratie hierover. Hoewel vrouwen geen andere bronnen
hadden dan huiskamernieuws kwamen er steeds meer boeken van hen uit.
Jane Austen en de zussen Brönte leverden een stevige bijdrage aan de
traditie van het vrouwenboek.
Naarmate de 19 de eeuw vorderde, herkenden steeds meer vrouwen zich in
de vraag naar bevrijding en erkenning van de eerste feministische golf,
stilaan groeide het draagvlak voor meer vrouwvriendelijke ideeën. In
Groot-Brittannië kregen vrouwen openlijk steun uit mannelijke hoek. In
'The subjection of women' uit 1869 schreef wijsgeer en economist John
Stuart Mill dat de onderwerping van de man aan de vrouw op zich verkeerd
was en bovendien een belangrijke hinderpaal vormde voor de menselijke
evolutie. Daarmee was het pad niet geëffend: suffragettes ijverden voor
vrouwenstemrecht en in de textielsector eisten vrouwen een beter loon en
menselijkere arbeidsvoorwaarden.
illustratie: James Tissot -
Inscheping te Calais.
Uitgerekend op een moment dat
vrouwen zakelijker worden en harde middelen inzetten om harde eisen te
bekrachtigen, dichten kunstenaars hen weer de listen van fatale vrouwen
toe. Het blijft uitkijken naar een droom naast de werkelijkheid. Volgens
tentoonstellingscommissaris Henk van Os was het thema zo populair omdat
de kapitaalkrachtige bourgeoisie nood had, buiten het dag in dag uit
bestaan om, onder te duiken in een fantasiewereld vol tragiek en
symboliek.
'Twee mensen'
De liefhebbers van fatale vrouwen
moeten een eind terug in de tijd, diep in de geschiedenis, uit de
oudheid, uit de mythen, legendes en de bijbel worden ze opgediept.
Cleopatra, Faustina en Helena van Troje, Circe en Medea, Judith, Delila
en Salome gingen allemaal over lijken. Over hen gaat het ook in de
tentoonstelling 'Fatale Vrouwen'. Ze zijn er allemaal, gezien door
Waterhouse, Draper, Liebermann, Browning, Cabanel, Moreau e.a.
Salome is waarschijnlijk het vaakst vertegenwoordigd in de
tentoonstelling. Herodes' stiefdochter danst zo verleidelijk voor hem
dat hij haar niets kan weigeren. Op Salomes vraag laat hij Johannes de
Doper onthoofden, hij schenkt haar het hoofd dat zij op de mond wil
kussen. Oscar Wilde maakte een theaterversie van het verhaal en Richard
Strauss gebruikte dat als libretto voor zijn opera Salome. Sommige
tekeningen zijn dan ook van flarden tekst vergezeld.
En dan zijn er de anonieme fatale vrouwen, zoals de passagier op 'De
inscheping in Calais' van Tissot er een is. Zij houdt schilder en
toeschouwer met haar blik gevangen.
De Belgische beeldende kunstenaars Khnopff een Rops leverden ook een
belangrijke bijdrage aan het thema. De symbolisten wilden een
werkelijkheid tonen zoals niemand ze eerder opmerkte. Ook de
seksualiteit kreeg een plaats in een vreemde context.
Maar de kunstenaars creëerden de fatale vrouwen ook voor zichzelf of
zoals een ouder wordende Rops het uitdrukte: ,,Ik ben bang om oud te
zijn en een vrouw niet langer tot liefde te kunnen inspireren, dat is de
ware dood voor een man met mijn natuur die de gekte van gemoed en
lichaam zo hard nodig heeft.''
De Noorse kunstenaar Munch waarvan de tentoonstelling wel vijftig etsen
herbergt, tekende vooral zijn angsten van zich af. Naar eigen zeggen had
hij geen andere keuze. Getekend als hij was door het verlies van zijn
moeder en zus toen hij nog heel jong was, beide gestorven aan
tuberculose, kon hij de draad met vrouwen nooit meer opnemen. Zijn
mislukte relaties dreven hem tot wanhoop en drankzucht. De sfinxen,
vampieren, Salome's en harpijen die hij verbeeldt houden de man dan ook
in hun greep.
En toch, in een klein hoekje van
de tentoonstelling hangt ook van Edvard Munch een onooglijk maar
prachtig werkje dat de vrouw en de man in een andere, meer waarachtige,
verhouding zet. 'Twee mensen' of 'De eenzamen' heet het, een vrouw en
een man staan samen maar niet bij elkaar op een verlaten strand. Ze
staan met de rug naar de kijker toe zoals wel typisch is voor Munch,
maar vooral zijn ze blijkbaar niet in staat om zich naar elkaar te
wenden. Alleen al voor dat ene werkje is een bezoek aan 'Fatale Vrouwen'
de moeite waard. Geloof het of niet.
'Fatale Vrouwen' 1860 - 1910 in
het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Leopold de
Waelplaats, 2000 Antwerpen, nog tot 17 augustus. Open van dinsdag tot
zondag van 10 tot 17 uur. Over het onderwerp worden verschillende
lezingen gehouden.
Informatie op http://museum.antwerpen.be/kmska/
|