6min_arch_nl.gif (2209 bytes)
maart 2003

6m_bann_wm_nl.gif (8670 bytes)



 


Uw persoonlijke voordeelmail


6m_but.gif (2967 bytes)

6minutes is een uitgave van Grid Electronic Publishing Consultancy
Lakensestraat 147 bus 15 - 1000 Brussel
Coördinatie: Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer
E-mail: info@6minutes.net

Copyright Grid, Brussel

Archief

 

6m_but_wm_nl.gif (3398 bytes)

Woman Matters More # 2
28 maart 2003

De transparante werkelijkheid van het glazen plafond

Soms lijkt het alsof het feminisme enkel een verleden heeft. En toch, als het zich met pragmatische vraagstukken bezighoudt die voor beide seksen relevant zijn, heeft het ook een toekomst. Het 'glazen plafond' in organisaties is daarvan een voorbeeld omdat het doorbreken ervan een win-win relatie voor de hele organisatie oplevert. Een perspectief van waaruit doorgewinterde vrouwelijke leidinggevenden hun professioneel verhaal deden voor een gemengd studentenpubliek tijdens een college 'genderstudies' aan de Kuleuven.

Wat is 'vrouwelijkheid' precies en hoe beïnvloedt de opvatting daarover een bestaande werkelijkheid, is één van de vragen die genderstudies proberen te beantwoorden. Prof. dr. Veerle Draulans is titularis van het college.
'Vrouwelijkheid' wordt volgens haar ingevuld door de heersende cultuur, het individu eigent zich via socialisatieprocessen de geldende waarden toe. Denken en handelen vanuit die waarden scheppen de realiteit; in de dagdagelijkse werkomgeving van ons allemaal geeft onder meer de opvatting over wat 'vrouwelijk' is, vorm aan de werkverhoudingen.
Vrouwelijke waarden winnen trouwens terrein op de werkvloer. Emotionele intelligentie, luisterbereidheid, empathie, het zijn even zoveel 'vrouwelijke' karakteristieken die tegenwoordig onder de vereisten van goed leiderschap vallen, ook van mannen. Wat niet belet dat de klim naar een leidinggevende functie voor vrouwen moeizaam verloopt. Het 'glazen plafond' is de onzichtbare barrière die belet dat ze in hogere regionen van organisaties postvatten. Maar de doorzichtige hindernis schermt niet enkel de top af, ze kan op elk niveau de doorgroei van vrouwen beletten.

Van scepsis naar praktijkfeminisme

,,Geen sprake van dat wij met dat feministisch gedoe meedoen'', in die stijl reageerden heel wat jonge vrouwen binnen Janssen Pharmaceutica toen er gepolst werd naar de zin van vrouwvriendelijke initiatieven. ,,Het was lang een taboe-onderwerp'', vertelt verantwoordelijke voor vorming en opleiding Mieke Smet. Pas sinds een jaar of vier ontluikt de belangstelling voor diversiteit binnen de organisatie en in die sfeer brachten we 'Women's leadership' tot stand, een netwerk om vrouwen in hun loopbaanontwikkeling te ondersteunen. Geen luxe trouwens: de top van het bedrijf is exclusief mannelijk, het middenkader bestaat voor 15 procent uit vrouwen terwijl de totale populatie van medewerkers is verdeeld over 60 procent mannen en 40 procent vrouwen. De terechte conclusie luidt dat vrouwen onvoldoende naar managementfuncties doorgroeien en dat er specifieke acties op het getouw moeten worden gezet om het vrouwelijk potentieel beter te benutten.
Een genderbewust human resourcesbeleid, communicatie over het vraagstuk en netwerkkanalen kregen gestalte. ,,Ook mentoring is een heel belangrijk instrument om jonge vrouwen over de streep te trekken'', getuigt Mieke Smet. Zowel de senior als de junior leren van elkaar. Voor jonge vrouwen is het rustgevend een ervaren iemand naast je te weten als het erop aankomt keuzes te maken, onvermijdelijk bij de combinatie van werk en privé-leven. Vrouwen moeten leren aanvaarden dat kiezen ook altijd een beetje verliezen is en dat het erop aankomt om gefundeerde beslissingen te nemen. Als ze voor concrete vraagstukken staan merken mensen dat de 'vrouwenkwestie' nog steeds geen afdoend antwoord kreeg. Ook mannen raken erin geïnteresseerd omdat ze inzien dat diversiteit in het bedrijf belangrijk is voor de evolutie in de bedrijfscultuur.''

Vrouwelijkheid toegevoegde waarde in IT-omgeving

,,Respect voor het individu en work-life balance maken sinds 1953 deel uit van de waarden van IBM'', stelt corporate PR-verantwoordelijke Marianne Schouten. Dat belet niet dat het bedrijf relatief weinig vrouwen aantrekt. Een kwart van alle medewerkers zijn vrouwen, ze nemen 15 procent in van managementfuncties waar dat in andere informaticabedrijven gemiddeld 10 procent is. De doorstroming is dus behoorlijk maar gebeurt vanaf een kleine basis. Dat komt onder meer omdat nog steeds meer vrouwen in de administratie functioneren dan in de technologische functies. Jammer voor hen, want precies van daaruit groeien ze vlotter door. ,,Jammer ook voor IBM want we evolueren steeds meer naar een service-bedrijf waarin een vrouwelijke vaardigheid als communicatief luisteren een grote toegevoegde waarde biedt'', bevestigt Marianne Schouten. De IBM-leidinggevende vrouwen richtten jaren terug het Women's leadership council op waarin ze ervaringen en ideeën kunnen uitwisselen en jonge vrouwen een mentor vinden. Het aantrekken en laten doorstromen van vrouwelijke werknemers is ook een aandachtspunt voor de directie van IBM, precies omdat men zich ervan bewust is dat de complementariteit in de teams een win-win relatie creëert. De organisatie bouwde via telewerkfaciliteiten ook een verregaande mogelijkheid tot flexibel werken in. Een heel belangrijke troef voor IT-vrouwen die werk met zorgtaken combineren. Trouwens, het is bekend dat verzuchtingen op vlak van work-life balance aanstekelijk werken en mannelijke medewerkers er niet immuun voor zijn.

Een uitvoerige analyse door prof.dr. Veerle Draulans van het verschijnsel 'glazen plafond' kan u vinden in de rubriek 'Uitgelezen' op www.rosadoc.be

Tekst: Marleen De Geest 
Illustraties:
Brochure "Dienst Emancipatiezaken", Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. "Is de Vlaamse overheidsmanager ook een vrouw?"


De transparante werkelijkheid van het glazen plafond (vervolg)

Zeldzame zwaan in de academische bijt

Ook Vlaamse universiteiten blijken in eigen huis een glazen plafond te hebben.
Met slechts 6,8 procent vrouwelijke gewoon hoogleraren wordt duidelijk hoe moeilijk het voor een vrouw is om tot de hoogste rangen van het professorenkorps door te dringen. De Kuleuven wil hieraan remediëren en richtte een paar jaar geleden een centrum voor gelijke kansenbeleid in, prof.dr. Reinhilde Veugelers is aangesteld als rectoraal adviseur voor het gelijke kansenbeleid aan de Kuleuven. In een eerder rapport van het centrum voor gelijke kansenbeleid met daarin talrijke getuigenissen van vrouwelijke wetenschappelijke medewerkers wordt de genderdiscriminatie omschreven als een complex en soms verdoken probleem. Reden voor het centrum voor gelijke kansenbeleid om de problematiek eerst en vooral zichtbaar te willen maken en doorheen alle faculteiten een sensibiliseringscampagne op te zetten.
Wat zijn de oorzaken van de moeilijke doorstroming van vrouwen in het academisch milieu? Het verhaal begint met de instroom van studenten waarbij de beide seksen gelijk zijn verdeeld, echter niet wanneer ze zich over de faculteiten verspreiden. Meisjes kiezen nog steeds vaker voor humane wetenschappen en talen en jongens voor meer wetenschappelijke richtingen. Echt vervrouwelijkte faculteiten zijn psychologie en pedagogie waar meisjes drie vierden van de populatie uitmaken. Een opvallend verschil met wetenschappelijke richtingen en economie waar meisjes respectievelijk 37,4 en 38,4 procent vertegenwoordigen. In faculteiten met een groot aantal meisjesstudenten doceren meer vrouwelijke professoren, waarmee het verband tussen de in- en doorstroming meteen is geïllustreerd.
Dat betekent niet dat vrouwelijke professoren uit deze faculteiten het in het breder academisch milieu zo makkelijk hebben. Hun onderzoeksdomein wordt vaak minder ernstig genomen dan de 'harde' items uit wetenschappelijke richtingen. Ook naar de studenten toe hanteren ze een meer begeleidende tot zelfs 'bezorgde' stijl, iets wat in de eigen carrièreverloop minder gunstig doorwerkt dan veel publicaties afleveren.
De schaarse vrouwen in wetenschappelijke richtingen voelen zich dan weer tegelijk geïsoleerd en geviseerd. Ze moeten vaak meer publiceren dan hun mannelijke collega's en hun 'fouten' riskeren te worden uitvergroot.
De 'objectieve' regels en procedures in de academische loopbaan worden door vrouwen en mannen verschillend toegepast waarbij het gebeurt dat mannen voor hun 'creatieve' vertaling worden beloond. Het centrum voor gelijke kansenbeleid vindt het sekseneutraal maken van de procedures dan ook een voorwaarde om het glazen plafond in de universiteit te slopen. Noest vorsingswerk en goed doceren helpt vrouwen niet altijd vooruit omdat de cultuur en de structuur van de instelling door invloedrijke mannen wordt gedomineerd.
Commissies en raden die over benoemingen beslissen, bestaan voor het overgrote deel uit mannen. Er zijn weinig rolmodellen voor het vrouwelijk zelfstandig academisch personeel en de mogelijkheden om te netwerken zijn daardoor ook geringer. En dan is er natuurlijk nog de combinatie gezin en professioneel leven. Vrouwelijk academische personeel heeft sterk de indruk dat hun eindverantwoordelijkheid thuis hen een achterstand geeft in hun academische loopbaan. Het voelt wel wat voor de invoering van het levensloopmodel waarbij levens- en loopbaanfasen beter op elkaar worden afgestemd.

Betaald om geëmancipeerd te zijn

,,Ik ben de enige die betaald wordt om me met gelijke kansen voor vrouwen bezig te houden'', grapt San Eyckmans, opdrachthoudster emancipatiezaken bij de Vlaamse gemeenschap. Haar domein strekt zich trouwens uit over gelijke kansen voor beide seksen, personen met een handicap en allochtonen. Eyckmans put uit de studie 'Is de Vlaamse overheidsmanager ook een vrouw?' die vorig jaar in opdracht van de dienst emancipatiezaken door Deloitte en Touche werd uitgevoerd.
De Vlaamse overheidsadministratie kampt, hoewel ze een platte organisatiestructuur heeft, met een tekort aan kandidaten voor de functie van afdelingshoofd. Dat onder meer is een dringende reden om het vrouwelijke potentieel beter te benutten. Maar ook de vaststelling via een onderzoek van de HRM-afdeling dat vrouwelijke leidinggevenden voor communicatieve vaardigheden beter scoren dan hun mannelijke collega's. Momenteel telt het personeelsbestand 39 procent vrouwen, ze maken net geen 22 procent uit van de leidinggevenden, bij de 25 directeuren-generaal zijn er 3 vrouwen. Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vervrouwelijkt: hun aandeel in de instroom is met 56 procent groter dan hun huidige vertegenwoordiging in het personeelsbestand. Maar het aandeel vrouwen in de rekruteringspool voor afdelingshoofden is kleiner dan het huidige percentage vrouwelijke afdelingshoofden zodat ze in de toekomst met minder zullen zijn.
Een leidinggevende functie schrikt zowel vrouwen als mannen af al tonen vrouwen zeker niet minder ambitie dan mannen; respectievelijk 43 procent vrouwen en 40 procent mannen heeft wel belangstelling voor een beleidsfunctie. Veel stress door zware werkdruk, moeilijke combinatie gezin en arbeid en belasting door veranderingsprocessen zijn drie factoren die door vrouwen en mannen worden aangehaald als stoorzenders.
Het afstemmen van een haalbaar takenpakket op de combinatie met een privéleven dringt zich als eerste voorwaarde op om meer mensen over de streep te trekken. San Eyckmans geeft aan dat in dat opzicht de intenties van de organisatie een fraaier beeld geven dan de praktijk. Flexibel werken uit zich meer in 's avonds langer doorwerken dan in 's ochtends later op kantoor opdagen.
Deeltijds leidinggeven en vanuit telewerk stuit op nogal wat weerstand in de hiërarchie, alleen al de diep ingegraven vergadercultuur staat die trend in de weg.
Opvallend is ook dat vrouwen het gelijke kansenbeleid niet echt in hun hart dragen. Ze menen dat ze als ze dat wensen wel op eigen kracht en op basis van hun merites zullen doorgroeien en schakelen een gelijke kansen beleid vaak gelijk met positieve discriminatie.

Tekst: Marleen De Geest 
Illustraties:
Brochure "Dienst Emancipatiezaken", Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. "Is de Vlaamse overheidsmanager ook een vrouw?"


De transparante werkelijkheid van het glazen plafond (vervolg)

Vriendelijk vragen loont niet

Ann Demeulemeester is algemeen secretaris bij het ACW, de koepel van Christelijke werknemersorganisaties, op het KAV na, een mannelijk bolwerk vindt ze zelf. Aan het eind van de jaren '90 wilden vrouwen zich echter meer profileren binnen de organisatie en naar buiten toe. Daartoe ontstond er een consensus om waar mogelijk vrouwen als spreker, deskundige, publiciste naar voor te schrijven. De organisatie spitste zich ook toe in de opvolging van vrouwenthema's, bijvoorbeeld zoals ze werden geformuleerd in de Vrouwenconferentie in Peking.
Maar behalve dat werd de bekommernis om vrouwen meer zichtbaar te maken ook vertaald als 'vrouwen zouden op elk niveau van de organisatie evenredig moeten zijn vertegenwoordigd', een diversiteit die de organisatie ten goede komt. Ann Demeulemeester moet vaststellen dat het streven nog niet echt werd gerealiseerd. Daar zijn verschillende redenen voor: er blijkt geen breed draagvlak voor te vinden te zijn en het idee werd te voluntaristisch benaderd. Waarmee de ervaring in andere bedrijven en organisaties wordt bevestigd, de doorgroei van vrouwen gebeurt niet vanzélf. Quota eisen blijkt meer effectief dan vriendelijk vragen of je er ook bij mag horen. Bovendien blijft de weerstand overeind, een gezinsvriendelijk personeelsbeleid en inzetbaarheid zijn een precaire combinatie, zo vreest men nog steeds.
Anderzijds zijn ook vrouwen terughoudend. De informele sfeer in de organisatie is niet echt vrouwvriendelijk, vrouwen voelen zich nog steeds niet honderd procent op hun gemak in de vergadercultuur en met het typische jargon dat er wordt gehanteerd. Ze voelen zich ook geïsoleerd.
De resultaten van de inspanningen om vrouwen meer zichtbaar te maken, blijven in ieder geval beperkt, moet Ann Demeulemeester toegeven. Ook al is er sprake van een gestadige vooruitgang. Het blijft een boeiend gegeven en het is prettig om vrouwen rond het thema te mobiliseren en ze creatief en strijdbaar te houden.

Mooie theorie en moeizame praktijk

'Mooie theorie, maar hoe hebt uzelf stand gehouden in de moeilijke combinatie van werk en privéleven?' Uit deze afrondende publieksvraag aan het eind van het panelgesprek over het 'glazen plafond' blijkt dat de studenten zich niet in de eerste plaats zorgen maken over de barrières in het bedrijf maar eerder op de eigen beperkingen vrezen te stoten.
Mieke Smet van Janssen Pharmaceutica onderstreept dat een vrouw die een veeleisend professioneel en gezinsleven wenst te combineren niet zonder de inbreng van haar partner kan. Bovendien mag men zich geen illusies maken, keuzes maken, betekent altijd dat men iets moet laten vallen. Het is daarom zo belangrijk dat men kiest voor iets wat men echt graag doet. In haar eigen werkomgeving heeft ze de indruk dat jonge vrouwen professioneel eerder een stapje terug doen terwijl de mannelijke collega's er voluit voor gaan.
San Eyckmans, opdrachthoudster emancipatiezaken bij de Vlaamse Gemeenschap, stelt dat ook mensen zonder gezin de ratrace wel eens verlaten. Professionele verwachtingen moeten realistisch zijn. Je kunt niet in 'overdrive' blijven functioneren.
Nationaal secretaris van het ACW Ann Demeulemeester vertelt dat haar job zo ongeveer met haar levenswerk samenvalt en ze er ook haar levensvisie in kwijt kan. Dat geeft misschien wel vleugels maar maakt de keuze voor een beleidsfunctie nog niet evidenter. ,,Het is geen theoretische keuze, wel een met concrete consequenties!'' Ook zij kan erop rekenen dat haar partner bijspringt maar het blijft organiseren en rennen.
Reinhilde Veugelers, professor en rectoraal adviseur voor het gelijke kansenbeleid aan de Kuleuven zegt een gedreven onderzoekster te zijn. ,,Ik heb mijn werk nodig om een goede echtgenote en moeder te zijn'', vertelt ze. Maar de partner moet natuurlijk zijn steentje bijdragen, daarvoor ben je tenslotte ook met twee...

Tekst: Marleen De Geest 
Illustraties:
Brochure "Dienst Emancipatiezaken", Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. "Is de Vlaamse overheidsmanager ook een vrouw?"


Woman Matters More... # 01
19 maart 2003

Alcohol tijdens de zwangerschap

Géén is beter dan één

Een biertje genieten op een terrasje in de zon, een wijntje om het tafelen te bekronen, geen mens die aan het effect hiervan tilt. Niettemin, als ze zwanger zijn kunnen vrouwen maar beter helemaal van alcohol afzien, de ongeboren baby drinkt immers gewoon mee. Dat zegt prof.dr. Marleen Temmerman, diensthoofd verloskunde in het Gents universitair ziekenhuis op een persconferentie over de invloed van alcohol voor, tijdens en na de zwangerschap.

Het is niet makkelijk om de gevolgen van het alcoholgebruik van de zwangere vrouw op het kindje precies vast te leggen. Daartoe zouden gerandomiseerde studies moeten worden uitgevoerd met groepen van vrouwen die géén, één, twee... zeven etc glazen alcohol per dag drinken en dan kijken wat er van komt. Omdat zoiets niet mogelijk is, ontstaat er een grote 'grijze zone' wat alcoholgebruik betreft. Wie tijdens de zwangerschap helemaal van alcohol af blijft, kan uiteraard op zijn twee oren slapen wat de invloed ervan op zijn kindje aangaat. Wie zes tot acht glazen alcohol per dag drinkt maakt kans op een baby met het 'Foetaal Alcohol Syndroom' (FAS). Daar tussenin is niets zeker maar er is reden om aan te nemen dat wekelijks één tot twee glazen al nadelig kunnen zijn. En wel hierom: als de moeder alcohol verbruikt, is het alcoholgehalte bij de foetus even hoog als in haar bloed.

Mama suf, baby suf

De placenta filtert de alcohol niet weg uit het bloed van de moeder. Bovendien zijn zelfs kleine beetjes alcohol schadelijk omdat het de bloedvaten vernauwt en daardoor de foetus minder bloed en zuurstof krijgt toegevoerd. De ongeboren baby voelt al binnen de vijftien à dertig minuten de weerslag van een glas alcohol. Het is duidelijk dat het kleine lichaampje daar nog meer moeite mee heeft dan de moeder die pakweg 60 kilogram weegt.
Alcohol heeft op elk moment van de zwangerschap schadelijke gevolgen: in de maanden waarin de foetus gevormd wordt en de organen zich ontwikkelen maar ook later in de zwangerschap omdat dan de hersenontwikkeling doorgaat.
In het allerergste geval en bij flagrant drankmisbruik kan er sprake zijn van het foetaal alcohol syndroom. Het is een geheel van fysieke en mentale effecten zoals groei-achterstand, aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, en aangezichtsmisvormingen. In België bedraagt de incidentie hiervan naar schatting 2 op 1.000 levend geborenen, in de westerse landen zouden veel meer kinderen, waarschijnlijk zo een 0,5 procent, 'mineure' sporen dragen van alcoholmisbruik.
Als de foetus in de baarmoeder alcohol te verwerken krijgt, kunnen er ernstige cognitieve stoornissen en gedragsproblemen optreden en dit onder meer als gevolg van veranderingen in de hersenstructuur, door alcohol veroorzaakt. De kinderen vertonen mogelijk leer- en geheugenstoornissen maar ook hyperactiviteit, impulsief gedrag en moeizame sociale omgangsvormen. Uiteraard is alcohol tijdens de zwangerschap niet altijd de oorzaak van die kenmerken, ze komen ook voor bij kinderen van moeders die geen glas aanraakten.

Geen paniek!

Alcohol en zwangerschap gaan niet samen. Gynaecologen, artsen en andere hulpverleners zijn het erover eens dat de westerse samenleving te tolerant is voor alcoholgebruik door zwangere vrouwen. De focus is op drugs gericht, een glaasje drinken hoort er bij en wel voor iédereen. Geen enkele sociale laag of bevolkingsgroep die er niet mee te maken heeft. Op die manier is het voor artsen en gynaecologen delicaat om vrouwen over hun drankgebruik te polsen zonder weerstand op te roepen. In de samenleving zou er een soort van gevoeligheid voor het probleem moeten bestaan, een consensus ook dat een zwangere vrouw best geen alcohol drinkt.
Medewerkers van de Vereniging voor Alcohol en Drugmisbruik zijn het erover eens dat het alcoholgebruik bij jonge, meest vruchtbare, vrouwen toeneemt, breezers en popdrankjes spelen in die trend mee. Dat wordt natuurlijk pas een probleem als er afhankelijkheid ontstaat en ze drank nodig hebben om zich lekker te voelen, of wanneer ze zwanger raken.
Vrouwen die hun zwangerschap vaststellen en zich bij het terugtellen realiseren dat ze in een vroeg stadium alcohol dronken, hoeven volgens dr. Temmerman niet meteen in paniek te raken. Rond de tijd van de conceptie heeft alcohol eigenlijk het minst invloed. Alleen als er stevig overdreven is, kan dat in het ergste geval tot het spontaan verlies van de vrucht leiden. Alcohol moet vermeden worden wanneer de foetus zich ontwikkelt en gaat groeien. Bruin bier om de borstvoeding op gang te brengen, is ook geen aanrader meent dr. Temmerman. De baby wordt er maar slaperig van en drinkt dan niet goed. Voorzichtigheid op elk moment dus maar ongerustheid is voor zwangere vrouwen of jonge moeders evenmin een goede gezel.

 

editie # 49 van 20 maart 2003

1 - Massavernietingingswapens versus massale vernietiging
2 - De niet-gehoorde stemmen
3 - Ad hoc tribunaal
4 - Britse vrouwen in Irak
5 - Hoger opgeleid en minder verdienen
6 - Niet per se in mantelpak...


1 - Massavernietingingswapens versus massale vernietiging

Volgens een voorzichtige schatting was sinds Saddam Hoesein in 1979 aan de macht kwam meer dan 70 procent van de Iraakse vrouwen zelf het slachtoffer van verkrachting, foltering, executie of was rechtstreeks getuige van deze 'straffen' voor echtgenoten, kinderen of andere familieleden. Niettemin is de wereld via de Verenigde Staten gefixeerd op Iraakse massavernietigingswapens en de externe dreiging die daarvan uitgaat. Het debat en de consequenties lijken over de hoofden van de Iraakse mensen heen te gaan terwijl zij de volle laag van de meedogenloze repressie krijgen.


2 - De niet-gehoorde stemmen

Begeleid door Brits Europarlementslid en onder-voorzitster van de commissie Buitenlandse Zaken Emma Nicholson hielden zes Iraakse vrouwen in Brussel een conferentie: 'The unheard voices of Iraqi women'. Het ligt immers niet voor de hand om over de interne situatie in Irak te getuigen. De vrouwen die in Europa asiel genieten, verlieten hun land onder druk van de fysieke en mentale repressie die zij en hun familieleden ondervonden. Ze vrezen voor represailles op bekenden en geliefden die ze er achterlieten.


3 - Ad hoc tribunaal

Op tafel lag het rapport van de 'International Federation of Human Rights Leagues' (FIDH) en de Parijse mensenrechtenorganisatie 'Alliance Internationale pour la Justice'(ALJ) die de samenkomst organiseerde. Het is gebaseerd op getuigenissen van Koerdische vluchtelingen in autonoom Koerdistan en Sjiïtische vluchtelingen in Iran. Irak is een multi-culturele natie van Arabieren, Koerden, Turkmenen, Assyriërs en Chaldeeërs. Niet Arabische mensen zijn in groep het slachtoffer van etnische zuivering waarbij chemische wapens worden ingezet. Willekeurige beschuldigingen aan het adres van 'tegenstanders' van het regime eindigen er in gevangenschap, deportatie of executie. Talloze slachtoffers 'verdwijnen', gedumpt of aan hun eind gekomen in kampen.
De Iraakse vrouwen vragen de aandacht en de steun van de internationale gemeenschap: zij willen koste wat het kost een eind aan het regime van Saddam Hoessein en zijn Baath-partij. Tot zover de overeenstemming met de agenda van president Bush. Een bommencampagne maakt helaas geen onderscheid tussen een regime en de burgers en is dus geen adequaat instrument voor verandering, meent de ALJ. De ALJ ziet in de genocide en de misdaden tegen de mensheid wel een grond om het Iraakse regime voor het pas ingewijde Internationaal Strafhof te dagen. Alleen heeft Irak, net als de V.S. trouwens, het Strafhof niet geratificeerd. Bovendien kunnen wandaden die van voor 1 juli 2002 dateren niet voor het Hof worden gebracht. De ALJ pleit dan ook voor een ad hoc Straftribunaal, de beslissing om die instantie op te richten is in handen van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Meer informatie: http://www.a-i-j.org


4 - Britse vrouwen in Irak

Emma Nicholson van haar kant oordeelt, na diverse clandestiene bezoeken aan het zuiden van Irak, dat de huidige mensenrechtenschendingen tegenover het Mesopotamische volk wel een reden vormen om Saddam Hoessein en zijn medestanders voor het Internationaal Strafhof te dagen. Halfweg maart legde ze deze vraag aan de Britse regering voor.
In een post-Saddamtijdperk zien de Irakezen zichzelf herrijzen als een natie waarin de verschillende culturen respectvol samenleven naar het Europees mensenrechtenmodel. Ze hebben het al eens eerder geprobeerd met Britse hulp.
,,Ik hou van Bagdad, van Irak. Dat is het echte oosten, daar zijn de zaken in beweging, de romantiek van dit alles raakt me en absorbeert me'', schreef de Engelse Gertrude Bell in 1910. Ze vluchtte talloze keren de woestijn in om te proberen een onmogelijke liefde te vergeten, Bell concentreerde zich op de verschillende Arabische stammen en bracht de streek en haar bevolking in kaart. De Britten lonkten naar de schatten van het land, het toenmalig Mesopotamië had een enorme graanvoorraad, olievelden en lag op de route voor India. Samen met de archeoloog 'Lawrence of Arabië' verzamelde Bell informatie, ze werden beide belangrijke pionnen van de inlichtingendienst en hielpen Irak als Britse kolonie tot stand te komen. De Irakezen zagen dit echter niet zitten en al in 1922 werd het land onafhankelijk, hoewel er een zekere Britse voogdij heerste. De biografie van Gertrude Bell 'Koningin van de woestijn' van Janet Wallach is vandaag het herlezen waard. ISBN 90 414 0157 1


5 - Hoger opgeleid en minder verdienen

Het Nationaal Instituut voor de Statistiek heeft ons subjectief aanvoelen becijferd. Vrouwen scoren wat opleiding betreft lichtjes hoger dan mannen, 28 procent van de vrouwen heeft een diploma hoger onderwijs tegen 27 procent van de mannen. In de rest van de Europese Unie heeft 21 procent van de vrouwen een hoger diploma behaald en 23 procent van de mannen.
Ondanks hun hoge scholing werkt in België slechts 51 procent van de vrouwen, waarvan 37 procent dan nog deeltijds. Van de mannen is 68,1 procent aan de slag en slechts 5,9 procent deeltijds. De loonkloof blijft ook in België behoorlijk wijd: vrouwen blijken slechts 89 procent van het loon waard te zijn dat mannen verdienen. In de rest van de Europese unie is het verschil groter: vrouwen zijn er maar goed voor 84 procent van het mannensalaris.
7,6 procent van de vrouwen is zelfstandig tegen 11 procent van de mannen. Zelfstandig ondernemende vrouwen schatten de toekomst van hun bedrijf nochtans rooskleuriger in dan hun mannelijke collega's dat doen, zo blijkt dan weer uit een recente enquête van UNIZO, de vereniging voor zelfstandige ondernemers. Behalve in de industrie neemt het aantal vrouwelijke ondernemers in alle sectoren toe. Eén op drie zelfstandig ondernemers is een vrouw, vier op tien starters zijn vrouwen.
Zestig procent van de zelfstandig werkende vrouwen is meer dan 50 uren actief in haar bedrijf.


6 - Niet per se in mantelpak...

Het kan zelfs in pyjama, zo denkt 'Pajamanation', een organisatie die professioneel thuiswerken promoot. Werken vanaf de thuisbasis kan een manier zijn om arbeid vlotter met dat andere leven te combineren maar in geen geval lijkt thuiswerken op rommelen tussen een geïmproviseerd bureau en het aanrecht. Een goed idee wordt slechts een businessplan en later een omzet als er strategie, discipline en vakkundigheid aan te pas komen. In samenwerking met het Nationaal Instituut voor Thuiswerkers en Opleidingen (NITO) en het Centrum voor Zelfstandig Ondernemende Vrouwen (CEZOV) organiseert Pajamanation dan ook een cursus die specifiek over het organiseren van thuiswerk gaat.
Een tweede module richt zich speciaal naar vrouwen die in de thuiswerkformule willen stappen. Het CEZOV hoopt dat thuiswerken een opstap kan vormen naar een heus zelfstandig beroep. Meer informatie en inschrijving: http://www.nito.be  en http://pajamanation


editie # 48 van 6 maart 2003

1 - Vrouwendag...
2 - ...meer dan ooit internationaal
3 - Mediagebruik in het gezin...
4 - ...bepaald door gezinsthema
5 - Privacy voor pubers
6 - Violiste met spreekverbod


1 - Vrouwendag...

Sinds 1910 is 8 maart internationale vrouwendag. De Duitse socialiste Clara Zetkin riep op tot een jaarlijkse strijddag tijdens de eerste internationale vrouwenconferentie in Kopenhagen. Tegenwoordig is het nog maar de vraag of 8 maart in veel vrouwenagenda's een speciaal merkje krijgt en hoeveel vrouwen op een derde feministische golf zitten te wachten. De verworvenheden die we via de twee vorige kregen toegespeeld laten we ons niet ontglippen met als resultaat dat we nu razend druk bezig zijn. We zien nog wel een stuk of wat mogelijkheden: vrouwen krijgen niet steeds hetzelfde loon voor hetzelfde werk, de ICT-sector is nog niet veroverd en niet alle koppels slagen erin om de gezinstaken eerlijk te verdelen. Toch blijft de tegenreactie tegen de verworvenheden niet uit: sommige mannen vinden niet echt hun draai in hun nieuwe en nochtans meer volledige rol. Maar de grootste bekommernis situeert zich ergens aan de rand van ons bestaan: intrafamiliaal geweld, de grote financiële kwetsbaarheid van vrouwen en de moeilijkheid voor allochtone vrouwen om ons bij te benen. Eén ding wordt duidelijk, de relevantie van een vrouwendag valt of staat met solidariteit.


2 - ...meer dan ooit internationaal

De oorsprong van de internationale vrouwendag ligt in de Verenigde Staten. Op 8 maart 1908 brak er een massale staking voor betere werkomstandigheden uit onder de vrouwen die in de textiel- en kledingindustrie werkten. Het zou mooi zijn mochten de Amerikaanse vrouwen op vrouwendag 2003 naar hun traditie teruggrijpen. In ieder geval is de boodschap van deze 8 maart alvast voor hun president niet mis te verstaan: 'Invest in caring, not killing'.
Het is de vierde stakingsoproep op vrouwendag en dit jaar heeft die alles te maken met het huidig internationaal klimaat. Twee derde van al het werk in de wereld wordt door meisjes en vrouwen verzet, heel dikwijls onbezoldigd. Militaire inspanningen over de hele wereld slorpen jaarlijks 900 miljard dollar op. Meer dan de helft van dat goeie geld komt trouwens van de Verenigde Staten. Tien procent van het universeel militair budget zou volstaan om ieder individu op de planeet een bestaan te verzekeren: water, voedsel, basisgezondheidszorg, scholing en een minimum inkomen. Liever dan de oorlogsmachine te financieren willen vrouwen dat regeringen het geld besteden aan gelijk loon voor vrouwen en mannen en sociale voorzieningen. Alles hierover op: http://www.womenstrike8m.server101.com


3 - Mediagebruik in het gezin...

'Media on, family off', onder die titel leverde Veerle Van Rompaey aan het departement communicatie van de KULeuven een doctoraatsscriptie af. 'De media zetten een domper op het familieleven'; bij die populaire en meteen ook fatalistische veronderstelling plaatste communicatiedeskundige Van Rompaey vraagtekens.
In een eerste kwantitatief luik ging ze na hoeveel en welke toestellen Vlaamse gezinnen zoal in huis hebben: van internet over televisie tot zelfs klokradio. Meteen onderscheidt haar onderzoek zich van andere studies die bijvoorbeeld enkel de invloed van televisie of internet trachten op te meten. Ze onderkent drie gezinstypes: de traditionele gezinnen die enkel televisie, radio en eventueel een computer hebben maar geen multimedia, de intermediaire gezinnen die extra toestellen in huis halen, bv. een tweede televisie en tenslotte de multimediagezinnen mét een internetaansluiting.
In het kwalitatieve gedeelte volgde Veerle Van Rompaey intensief gedurende drie jaar tien gezinnen.


4 - ...bepaald door gezinsthema

Dé bevinding van haar onderzoek zorgde voor een verrassing: het verschillend gebruik van de media in de onderscheiden families was niet terug te voeren tot de soorten en aantallen toestellen, wél tot de familiale achtergrond.
Elk gezin houdt een bepaald thema aan, betoogt Van Rompaey, het thema wordt onbewust door alle gezinsleden aanvaard en heeft te maken met hoe ze hun familie zien en definiëren. Precies dat thema bepaalt hun omgang met de media. 'Openheid', gerichtheid naar de buitenwereld is een voorbeeld van zo een thema. Het steekt de kop op wanneer bijvoorbeeld een gezinslid achter zijn computer blijft zitten en zijn sociale contacten verwaarloost. De familie begint zich te ergeren en spant zich in om iedereen weer achter het thema sociale contacten te krijgen.


5 - Privacy voor pubers

Anderzijds kan ICT juist helpen om een thema te realiseren, bijvoorbeeld wanneer de gezinsleden zich door hun drukke bezigheden in hun sterke samenhorigheid bedreigd voelen. Iedereen een gsm in handen stoppen, helpt om contact te houden en het thema samenhorigheid veilig te stellen. Gezinsthema's bestaan er in eindeloze variaties, zoveel als er gezinnen zijn wellicht. De thema's bevinden zich wel op een continuüm van open naar gesloten gezinnen én op een lijn van gezinnen waarin één persoon doorslaggevend is naar families waarin alle gezinsleden een even belangrijke rol spelen in het thema.
Het zwaartepunt van het onderzoek wordt verlegd van de toestellen naar de interne dynamiek binnen de gezinnen. De fatalistische gedachte dat media per se een negatieve invloed op het gezinsleven uitoefenen, mogen we dus laten varen.
Van Rompaey stelde trouwens vast dat geen enkel medium de sociale contacten helemaal uitvlakt. Wat internet betreft is het eerder een bezigheid die bovenop de andere vrije tijdsbesteding van jongeren komt. Het is een belangrijk middel voor het afbakenen van de privacy voor pubers, precies omdat ze het in welbegrepen isolement van de andere gezinsleden kunnen gebruiken. Want dat grondig isolement geen geslaagd gezinsthema is, spreekt voor zich.


6 - Violiste met spreekverbod

Als je het expressief vermogen van de viool mag omarmen, is het allicht minder dramatisch om spreekverbod te krijgen. Hoewel, misschien wou Ursula Plaichinger iets kwijt wat niet in sol klein of do groot is te vatten.
De violiste kwam op nieuwjaarsdag al in beeld tijdens het meer dan traditioneel nieuwjaarsconcert dat het Weens filharmonisch orkest onder leiding van Nicolaus Harnancourt als steeds via Europese televisiezenders de wereld instuurde. Sinds de oprichting in 1842 van het orkest is dat een exclusief mannelijke aangelegenheid. In 1996 dreigde de Oostenrijkse overheid ermee de staatssteun voor het orkest op te schorten tenzij ook vrouwelijke muzikanten aan bod kwamen. Daarop kreeg een harpiste een tijdelijk contract. Tegenwoordig maakt Ursula Plaichinger als enige vrouw deel uit van het orkest, maar dan wel als plaatsvervangend lid, pas in 2004 kan ze een vaste aanstelling krijgen. Meer nog, ze mag niet met de pers spreken over haar toch wel uitzonderlijke positie in het muzikaal mannelijk bolwerk. Leden van het Weens filharmonisch orkest mogen trouwens geen individuele interviews geven, het orkest moet als geheel functioneren, zo heet het. Jammer want we sidderen van nieuwsgierigheid om te weten wat er tussen de lessenaars leeft.


6minutes woman matters is een uitgave van Grid Electronic Publishing Consultancy
Coördinatie: Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer
e-mail: info@6minutes.net
Redactie: Marleen De Geest - Reacties en persberichten: mdg@6minutes.net


6minutes navigatie  6minutes navigation

6minutes.net