|

6minutes.net is een
gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant
via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek
interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.
GRATIS
abonnement
OVERZICHT van
alle titels
BEHEER
uw adres: opzeg,
adreswijziging, taal
JAARREKENINGEN
- databank
ARCHIEF van
eerder verschenen edities
Uw PRIVACY
ADVERTEREN
in 6minutes.net
1minute ADVANTAGE
6minutes OP
UW SITE
KALENDER
CONTACT
E-zines
EN FRANCAIS
6minutes.net is een
uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt -
antispam-maatregel)
Domeinnaam registratie & webhosting via
Register.be
|
6minutes belgië
ontcijferd # 18 van 27/06/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS
In deze editie:
1 - Openbaar vervoer gaat door op zijn elan
2 - Faillissementen en gerechtelijke akkoorden
3 - Straffe toeren of hoffelijkheid?
4 - De inkomens van de Belgen
5 - Mag ik de afstandsbediening even?
6 - Klik én vast !
1
- Openbaar vervoer gaat door op zijn elan
|
In 2004 vervoerden De Lijn, MIVB
en TEC samen 838 miljoen reizigers. Dat zijn er 10% meer dan in 2003. De
groei van de Belgische openbare vervoersmaatschappijen gaat dus
onafgebroken verder. Ook in 2003 (plus 10,1%), 2002 (plus 13,7%) en 2001
(plus 9,6%) werden al groeicijfers opgetekend. De Lijn trok 14% meer
reizigers aan (van 362 naar 413 miljoen), de MIVB 8,8% (van 220 naar 239
miljoen) en de TEC 3,5% (van 179 naar 186 miljoen). Ook in 2003 en 2002
was De Lijn al de grootste groeier.
Hoe belangrijk is het openbaar vervoer ten opzichte van het privé-vervoer?
Uitgedrukt in reizigers-kilometer is het privé-wegverkeer goed voor
82,2% van het totaal. Metro, tram en bus nemen samen 11,6% voor hun
rekening (3,9% door privé-autocarbedrijven en 7,7% door openbare
maatschappijen) en de NMBS de overige 3,9%.
Vergelijking privé-
en collectieve vervoersmodi
Openbaar vervoer
over de weg
Openbaar vervoer
via het spoor
|
2
- Faillissementen en gerechtelijke akkoorden
|
Jan De Boitselier, sedert 1997
werkzaam bij Graydon Belgium, publiceerde eind vorig jaar
“Faillissementen en gerechtelijke akkoorden”. De auteur ging daarin
onder meer na wat een faillissement technisch gezien is, wat de oorzaken
zijn van faillissementen, hoe ze voorkomen kunnen worden en wat hun
impact is op de economie. Hij sprak met bedrijfsleiders, failliete
ondernemers, curatoren en rechters en bracht een heleboel statistieken
en wetteksten bij elkaar over het onderwerp.
Volgens de rechter-commissarissen dienen startende ondernemers vooral
voldoende beroepsbekwaamheid te bezitten (92,3% van de
rechter-commissarissen duidden deze factor aan). Ook voldoende kapitaal
(89,1%), een realistisch bedrijfsplan (84,5%) en voldoende begeleiding
(72,9%) zijn belangrijk om te slagen. Belangrijkste oorzaken van een
faillissement zijn volgens de rechter-commissarissen: wanbeheer (80,3%),
een te laag netto-actief of onvoldoende kapitaal (78,8%) en een
onrealistisch financieel plan bij de oprichting (68,5%).
De failliete ondernemers zelf voelen zich vaak de dupe van een
“machinerie” waar ze geen vat op hebben. Wanbetaling en
faillissement van een klant scoort het hoogst (64%) als reden van het
faillissement, gevolgd door fraude (26%), een ongunstig
ondernemersklimaat (20%), ongevallen en ziekte (15%), onvoldoende advies
en begeleiding (15%) en de trage werking van het gerecht (4%).
“Faillissementen en gerechtelijke akkorden” is een co-productie van
Standaard Uitgeverij en Graydon Belgium en kost 19 euro.
Voorstelling
Jan De Boitselier en boek
Demorafie van de
ondernemingen
|
Advertentie
 |
Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd
Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier
en u doet een vriend of kennis een plezier
|
3
- Straffe toeren of hoffelijkheid?
|
Niet dat het altijd verkeerd
loopt, maar het is niet altijd koek en ei tussen fietsers en
automobilisten. Indien àlle fietsers met brandende lichten zouden
rijden en indien àlle autobestuurders niet meer zouden stilstaan of
parkeren op het fietspad, dan zouden de grootste irritaties tussen deze
weggebruikers alvast opgelost zijn. Dat blijkt uit de resultaten van een
enquête van UitWeg over de ergernissen van weggebruikers.
De tweede grootste ergernis van fietsers zijn de achteloos opengezwaaide
portieren. Plaats drie is voorbehouden aan hen die bij het oprijden van
de weg onmiddellijk doorrijden tot op het fietspad zonder te kijken of
er fietsers in aantocht zijn. Op vier staat het inhalen van fietsers op
plaatsen waar er niet genoeg ruimte is en op vijf komt rechts op de
rijbaan zo weinig ruimte laten dat fietsers er “gesandwicht” worden.
Automobilisten storen zich op één na het meest aan fietsers die niet
op het fietspad rijden, gevolgd door fietsers die met twee of meer naast
elkaar rijden. De vierde grootste ergernis van de autobestuurders zijn
de fietsers die plots het fietspad verlaten om de rijbaan op te rijden
en/of over te steken. Plaats vijf is voorbehouden aan fietsers die
voorrang nemen op plaatsen waar ze die niet hebben.
Ergernissen
van fietsers en autobestuurders
|
4
- De inkomens van de Belgen
|
Uit de fiscale statistieken van
het aanslagjaar 2003, opgesteld en verwerkt door de Afdeling Statistiek
van de FOD Economie, blijkt dat het totaal belastbaar netto-inkomen in
2002 in ons land 126,6 miljard euro bedroeg, tegen 121,1 miljard euro
het voorgaande jaar. Dat komt neer op een globale stijging van 4,5
procent. Als men rekening houdt met de inflatie van 1,6 procent in 2002,
komt dat neer op een reële toename van de inkomens met 2,9 procent.
Vlaams-Brabant is de provincie met het hoogste gemiddeld inkomen. Ze
neemt de fakkel over van Waals-Brabant. De provincie Luxemburg laat
opnieuw de grootste vooruitgang optekenen. De inkomens stegen er met
gemiddeld 3,9 procent (tegen 7,4 procent in 2001). Lasne is qua
gemiddeld inkomen per aangifte opnieuw de rijkste gemeente van het land.
Ze gaat Tervuren en Oud-Heverlee vooraf. Rode lantaarn is opnieuw de
Brusselse gemeente Sint-Joost-ten-Node.
De inkomens van de
Belgen
|
5
- Mag ik de afstandsbediening even?
|
De intensiteit van het tv-kijken
verschilt volgens de onderzoekers Ignace Glorieux en Jessie Vandeweyer
(Departement Sociologie, Onderzoeksgroep TOR, Vrije Universiteit
Brussel) naargelang de opleiding, ouderdom en gezinssamenstelling van
het individu in kwestie. Laaggeschoolden kijken heel wat meer tv dan
hooggeschoolden: 21u09 per week tegen 11u15. De verschillen zijn vooral
frappant op weekdagen. Bij de laagste opleidingscategorie kijkt 65% meer
dan 3 uur tv op een weekdag, bij de universitair geschoolden slechts 5%.
Bij de alleenstaanden en samenwonenden met partner maar zonder kinderen
kijkt ongeveer de helft minstens drie uur tijdens een weekdag.
Twintigers en dertigers besteden wekelijkse duur respectievelijk 13u11
en 12u58 aan televisiekijken, veertigers en vijftigers 13u40 en 17u23 en
zestigers 26u46.
Vrijetijdsbesteding
van vrouwen en mannen
Een
onderzoek naar de tijdsbesteding van de Belgen
Andere on
line studies over tijdsbesteding en cultuur
|
6
- Klik én vast !
|
Op 1 juni 1975 werd in ons land de
gordeldracht verplicht. 30 jaar later werd de aan de hand van
gordeltellingen de gordeldracht nogmaals geanalyseerd. Deze tellingen
gebeurden in opdracht van het Belgisch Instituut voor de
Verkeersveiligheid bij 16.259 bestuurders en 6.111 voorin zittende
passagiers in personenwagens.
66,7 procent van de bestuurders en 65,7 procent van de passagiers droeg
in 2004 de gordel. Dit is een toename met respectievelijk 14,1 en 0,5
procent ten opzichte van 2003. Mannen, vooral als passagier voorin (75,8
procent) evenals Brusselse (62,9 procent) en Waalse chauffeurs (58,8
procent) zijn niet altijd happig om de gordel te dragen. Ook in zones
met beperkte snelheid (30 en 50 km/uur) wordt gordelplicht door deze
groep nogal eens ‘vergeten’. Op 30 km/u-wegen dragen slechts de
helft van de bestuurders en inzittenden de gordel. Op autosnelwegen
daarentegen dragen 77 op 100 bestuurders en 73 op 100 passagiers de
gordel.
En, hoewel er een stijging wordt vastgesteld, blijft België een matige
leerling in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen waar
het draagpercentage meer dan 80 procent is. En wat te denken van
Australië en Canada waar respectievelijk 95 en 90 procent van de
autogebruikers de gordel benutten.
On line
studies over mobiliteit en verkeersveiligheid
Belgisch Instituut voor de
Verkeersveiligheid
|
6minutes belgië
ontcijferd # 17 van 30/05/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS
In deze editie:
1 - Het surfgedrag van mannen en vrouwen
2 - De effecten van de zone 30 voor de verkeersveiligheid
3 - In de ban van de sigaret (1)
4 - In de ban van de sigaret (2)
5 - De landbouwrekeningen van 2004
6 - Brusselaars houden van chocolade
1
- Het surfgedrag van mannen en vrouwen
|
Ons land telde in december 2004
ruim 4,2 miljoen regelmatige surfers. 45% van de internetpopulatie is
vrouwelijk, 55% mannelijk. Vrouwen zijn wel bezig hun achterstand op
mannen in te halen, maar vrouwelijke senioren blijven voorlopig zeer
zeldzaam. Mannelijke internetgebruikers geven aan het vaakst op zoek te
zijn naar de onderwerpen nieuws en actualiteit, computer, internet en
ICT, muziek, financiële informatie en sport. Vrouwen surfen minder, en
globaal genomen bezoeken ze ook een kleinere variëteit aan sites.
Nieuws en actualiteit worden ook door hen het vaakst vermeld, gevolgd
door muziek, spelletjes en games, reizen en jobs. De grootste
verschillen treden echter op voor erotische websites, auto's, computers,
internet en ICT en sport (bij uitstek "mannelijke"
onderwerpen) en voor informatie over ziekte en ziektebeelden,
persoonlijke verzorging, gezin en kinderen, koken en recepten, voeding
en kleding (sites die verhoudingsgewijs veel vaker door vrouwen bezocht
worden). De analyse gebeurde door de Afdeling Statistiek van de FOD
Economie op basis van cijfers van (vooral) InSites Consulting. Dat
bedrijf ondervroeg in december 2004 ook 10.000 internetgebruikers naar
hun favoriete site. Google stak er, met een gemiddelde score van 8,5,
werkelijk met kop en schouders bovenuit. Ook Sunjets, ISP Telenet,
Toyota, Makro, VRT, Colruyt, Canvas, Audi en Proximus kregen een hoge
waardering mee van de surfer.
Mannen, vrouwen
en het internet
|
2
- De effecten van de zone 30 voor de verkeersveiligheid
|
Aan de hand van ervaringen in het
buitenland (in Vlaanderen is er nog geen systematisch onderzoek gevoerd)
ging het Steunpunt Verkeersveiligheid na wat het effect is van deze
snelheidsbeperking. Hoewel de resultaten van land tot land verschillen
en soms niet veralgemeenbaar zijn, daalt het aantal ongevallen van 10
tot 40 procent. Het aantal letselongevallen vermindert zelfs van 10 tot
60 procent (dat laatste percentage werd in het Verenigd Koninkrijkrijk
gehaald). De reductie van het aantal ongevallen met verwondingen met
fietsers bedroeg bijna 30 procent. Het aantal ongevallen met kinderen
vermindert er met 67 procent en als ze voetganger zijn zelfs met 70
procent. In Nederland daalde het totaal aantal letselongevallen met 22
procent. In Denemarken daalde het aantal ongevallen met 72 procent per
gereden kilometer en het aantal letselongevallen met 78 procent. Schepen
van mobiliteit Van Heddeghem uit de gemeente Wetteren: “Het is
inderdaad zo dat vermindering van snelheid leidt tot daling van de
ongevallencijfers. Wij merken in onze gemeente dat er trager gereden
wordt in de buurt van de scholen waar een zone 30 is ingevoerd. Ook
horen wij van ouders die hun kinderen naar school brengen dat de sfeer
én het veiligheidsgevoel er beter op geworden is. Als bijkomende troef
trachten wij ervoor te ijveren om zoveel als mogelijk met ‘variabele
zone 30-borden’ te werken. Daardoor wordt op drukke momenten de
toegelaten snelheid automatisch verlaagd naar 30 kilometer per uur. In
de daluren, tijdens het weekend en tijdens de schoolvakantie blijft de
normale snelheidslimiet binnen de bebouwde kom behouden. Jammer genoeg
is de omschakeling naar algemene zone 30 op dit moment in onze gemeente
nog niet mogelijk. Vanuit meerdere hoeken is er nog teveel weerstand.
Ook al zijn de cijfers zeer duidelijk, toch zijn ze niet overtuigend
genoeg voor sommigen.”
Effecten
op de verkeersveiligheid van een verlaging van de snelheidslimiet van 50
naar 30 km/u
|
Advertentie
 |
Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd
Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier
en u doet een vriend of kennis een plezier
|
3
- In de ban van de sigaret (1)
|
Lezers van onze Nieuwsflitsen
wisten het al: armen geven meer uit aan gezondheid én aan tabakswaren.
In absolute waarde spendeerden de 10% mensen met de laagste inkomens in
2002 ongeveer 63 procent méér aan tabak, sigaretten en sigaren dan
mensen uit modale gezinnen (202 euro tegen 124 euro). Bovendien bleek
uit de Gezondheidsenquête van het Wetenschappelijk Instituut
Volksgezondheid dat de grootste groep rokers woont in landelijk gebied
(30,7 procent), verblijft in Wallonië (30,4 procent) en tussen de 35 en
44 jaar (37,2 procent) is.
Maar er is ook goed nieuws: de Belgen beginnen minder te roken. In 1984
rookten 36 procent van de Belgen van 18 jaar en ouder. In 2004 was
volgens dat aantal volgens de jaarlijkse enquête van het OIVO (Onderzoeks-
en Informatiecentrum van de Verbruikers Organisaties) gedaald tot 20
procent. 15 procent van de vrouwen en 26 procent van de mannen is een
regelmatig of dagelijks gebruiker.
Armen geven meer
uit aan gezondheid maar ook aan… tabakswaren
|
4
- In de ban van de sigaret (2)
|
Toch grijpen jongeren (11-18 jaar)
steeds vaker naar een sigaret en doen ze dat op een alsmaar jongere
leeftijd. Volgens het tweejaarlijks onderzoek uitgevoerd door de
Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde van de Universiteit van Gent,
gerealiseerd onder toezicht van de Wereldgezondheidsorganisatie, rookten
in 1990 drie procent van de Belgische 13- en 14-jarige jongens en 1
procent van de meisjes. Twee jaar terug was het aantal rokers in
voornoemde leeftijdsgroep opgelopen tot respectievelijk 5 en 3 procent.
In het technisch en beroepsonderwijs lag rookten meer jongens dan
meisjes, in het algemeen secundair onderwijs was het precies omgekeerd:
16 procent van de meisjes rookten er, tegen 13 procent jongens.
Socio-economisch
profiel van de rokers
Vlaams
Instituut voor Gezondheidspromotie Onderzoeks-
en Informatiecentrum van de verbruikers Organisaties
|
5
- De landbouwrekeningen van 2004
|
De ramingen van de
landbouweconomische rekeningen voor 2004 tonen aan dat de finale
landbouwproductie globaal gezien een daling vertoont (-3,1%),
voornamelijk wegens de aanzienlijke daling van de prijzen van de granen
en de aardappelen, gecombineerd met de daling van de groentenprijzen. De
stijging van de waarde van de dierlijke productie, die onder meer een
gevolg is van de stevige prijzen van varkensvlees, kan de dalingen van
de grote teelten en de tuinbouwproducten niet compenseren. Daar op het
vlak van de intermediaire consumptie, de totale variatie van de uitgaven
zeer zwak is (-0,3%), vertoont de bruto toegevoegde waarde tegen
marktprijzen een daling van meer dan 7%. Met nagenoeg stabiele
afschrijvingen kent de netto toegevoegde waarde een daling van 10%.
Uitgedrukt per landbouwarbeidseenheid is de achteruitgang van de netto
toegevoegde waarde enigszins beperkt (-8%) vermits het volume van de
arbeidskrachten in de landbouw afneemt. De achteruitgang is daarentegen
belangrijker voor het netto-inkomen per arbeidseenheid (-11,7%).
De
landbouwrekeningen van 2004
|
6
- Brusselaars houden van chocolade
|
Uit de cijfers van de
Huishoudbudgetonderzoeken van de Afdeling Statistiek van de FOD Economie
blijkt dat inwoners van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest meer uitgeven aan chocoladeproducten dan Vlamingen en Walen.
Brusselaars gaven in 2001 69,8 euro uit aan producten van chocolade (17%
meer dan het landelijk gemiddelde van 59,6 euro en 3,2% van hun totale
voedingsbudget), Walen 59,7 euro (1% meer dan het landelijk gemiddelde
en 2,7% van wat ze in totaal aan voedingsproducten uitgaven) en
Vlamingen 57,9 euro (3% onder het nationaal gemiddelde en eveneens 2,7%
van wat ze in totaal aan voedingsproducten uitgaven).
Brusselaars lijken vooral dol te zijn op pralines. In 2001 kochten ze
voor 19,3 euro van die lekkernijen, en dat is toch een pak meer dan
Walen (10,4 euro) en Vlamingen (11,3 euro). Brusselaars (36,9 euro) en
Walen (36,4 euro) geven ook het meeste uit aan chocolade zelf, Vlamingen
zitten daar met 31,9 euro een pak onder. Vlamingen zijn wel het meest
verzot op chocopasta’s. Per hoofd van de bevolking gaven ze daar in
2001 9,0 euro aan uit, tegen 5,8 euro voor Brusselaars en 7,0 euro voor
Walen.
Downloadbare
publicaties industrie
|
6minutes belgië
ontcijferd # 16 van 2/05/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS
In deze editie:
1 - Positief verkeersrapport in 2002
2 - Adolphe Quetelet dingt mee naar titel “De Grootste
Belg”
3 - De appel valt niet ver van de boom
4 - Duitse Reislust
5 - Veel beroepen blijven seksespecifiek
6 - Antwerpen, waar Nederlanders thuis zijn
Advertentie
 |
Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd
Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier
en u doet een vriend of kennis een plezier
|
1
- Positief verkeersrapport in 2002
|
Zopas publiceerde de Afdeling
Statistiek van de FOD Economie de langverwachte ongevallenstatistieken
van 2002. Het uitstel heeft te maken met het feit dat de basisgegevens
onvolledig waren. Er waren dus heel wat extrapolaties en statistische
bewerkingen nodig om toch tot kwaliteitsvolle resultaten te komen.
De algemene conclusie is dat het de goede kant opgaat met de
verkeersveiligheid in België. Er gebeurden in 2002 wel iets meer
verkeersongevallen met gewonden dan in 2001 (47.619 tegen 47.444, een
stijging met 0,4 procent), maar er vielen daarbij minder doden (min 9
procent) en zwaargewonden (min 8 procent). Het aantal lichtgewonden nam
met 0,7 procent toe.
Er vielen minder dodelijke slachtoffers in personenwagens (min 10
procent), in lichte vrachtwagens (min 15 procent) maar ook bij fietsers
(min 16 procent) en voetgangers (min 16 procent) is de evolutie inzake
het aantal dodelijke verkeersslachtoffers gunstig. Er zijn nog wel
problemen met de motorrijders (12 procent meer doden) en met de
bromfietsers (8 procent meer doden).
Officieel
persbericht over de verkeersongevallen in 2002
Achtergrondbestanden
verkeersongevallen
Het
Mobiliteitsportaal – rubriek Verkeersveiligheid
|
2
- Adolphe Quetelet dingt mee naar titel “De Grootste Belg”
|
Dezer dagen wordt in Vlaanderen op
zoek gegaan naar de “Grootste Belg” aller tijden. In totaal werden
111 kandidaten geselecteerd. De “Grootste Belg” wordt verkozen door
“het volk” in verschillende stemrondes. Eén van de genomineerden is
niemand minder dan Adolphe Quetelet, de Belgische aartsvader van de
statistiek. Hij staat naast andere groten als Mercator, Vesalius,
Erasmus, Bruegel, Rubens en Keizer Karel.
Quetelet heeft heel wat betekend voor de sterrekunde en voor de
statistiek. Hij stond aan de wieg van de nationale volkstellingen en van
begrippen als de Body Mass Index (officieel de “Quetelet-index”
geheten), de normaalverdeling (door hem nog de "curve van de
mogelijkheden" genoemd) en de “gemiddelde mens”. Een boeiende
figuur dus die u beter kan leren kennen via de onderstaande websites.
Werk en leven van
Adolphe Quetelet
Geschiedenis van de
statistiek in België
Adolphe
Quetelet op de wedstrijdsite van “De Grootste Belg“
Adolphe
Quetelet op de site van De Standaard
|
3
- De appel valt niet ver van de boom
|
Appelaars tegen een zonnige muur,
kerselaars als trotse ‘hoogstammers’ of een pergola van druiven:
elke tuin creëert zijn Hof van Eden. De gemiddelde gemeente in ons land
is 5.100 hectare groot. Ze bestaat uit 10,3 km2 bossen en andere beboste
gronden, 29,7 km2 landbouwgronden en 3,9 km2 woongebied. Uiteraard vindt
men nergens zulke “gemiddelde” gemeente en is het bodemgebruik
overal danig verschillend. Neem nu de boomkwekerijen. Enerzijds is, in
vergelijking met het jaar daarvoor, het aantal boomkwekerijen van sier-,
bos- of fruitplanten (1.133) in 2004 iets toegenomen. Anderzijds is het
aantal kwekerijen van fruitplanten ten opzichte van 1980 met bijna 30
procent verminderd en deze van bosplanten zelfs met 47 procent. Toch is
de oppervlakte van de in cultuur gebrachte grond bij de boomkwekerijen
over dezelfde periode met 82 procent vermeerderd. Dit houdt in dat er
minder maar grotere bedrijven actief zijn. Ook in deze sector is er dus
een tendens tot schaalvergroting. In het totaal bewerken deze
boomkwekerijen in openlucht een oppervlakte van 4.525 ha. Het is
trouwens opvallend dat het areaal bosboomteelt in Oost-Vlaanderen meer
dan drie keer zo groot is dan het overeenkomstige areaal in Luxemburg,
en dat is toch de meest bosrijke provincie van België. Ook de Limburgse
fruittelers zoeken het voor hun plantmateriaal niet ver van huis. Van
alle 665 ha fruitplanten hoort 40 procent in Limburg. Bovendien zijn er
ook de meeste bedrijven (54 procent) gevestigd die ‘kleinfruit’
zoals wijnstokken, frambozen en allerlei soorten bessen opkweken.
Overigens zal eenieder die in de Ardennen op zoek gaat naar
boomkwekerijen, planterijen van populieren, loofbomen of boomgaarden,
misschien van een kale reis terugkomen. Men vindt nu eenmaal geen appel
onder een perenboom, maar dat wist u al.
Landbouwtellingen
Het Landbouwportaal
|
4
- Duitse Reislust
|
Volgens het B.A.T Freizeit-
Forschungsinstitut blijven de Duitsers in 2004 ongeveer even reislustig
als daarvoor. 53 op 100 Duitsers gingen in dat jaar op vakantie, tegen
52 op 100 het jaar daarvoor. Wat wel wijzigt, is de gemiddelde duur van
een verblijf in het buitenland. Die neemt stelselmatig af. In 1980
verbleven doorsnee Fritz en Heidi 18,2 dagen in het buitenland, in 1990
16,3 dagen, in 2000 14,8 dagen en in 2004 nog slechts 12,8 dagen. Het
instituut wijt de afname van de doorsnee vakantieduur aan een kleiner
wordend reisbudget. Duitsers organiseren hun reizen vaker zelf en maken
minder gebruik van touroperators.
De lijst van populairste vakantiebestemmingen van Duitsers in 2005 wordt
aangevoerd door het eigen land (23,7 procent), gevolgd door Spanje (10
procent), Italië (7,3 procent) en Turkije (6 procent). Ook Oostenrijk
(5 procent), Skandinavië (4,5 procent), Griekenland (3,1 procent) en
Frankrijk (incl. Monaco) (3 procent) werden vrij vaak genoemd, naast de
Verenigde Staten en Canada (samen goed voor 2,2 procent) en Kroatië en
Slovenië (samen goed voor 1,9 procent).
Vakantie-enquête Duitsland
|
5
- Veel beroepen blijven seksespecifiek
|
In 1961 waren er in ons land
volgens de Enquête naar de Arbeidskrachten en de volkstellingen alléén
kleuterleidsters en waren vrouwelijke politieagenten quasi onbestaande.
Anno 2003 zijn er weinig verschuivingen en bestaan er nog steeds
duidelijke “mannelijke” en typisch “vrouwelijke” beroepen.
Vrouwen werken nog steeds het meest in een verzorgende en
administratieve omgeving. Aan secretaressen (95 op 100 werkenden),
apothekersassistenten (92 op 100), diëtisten (89 op 100) of
verpleegsters (88 op 100) geen gebrek. Mannelijke huishoudelijke
schoonmakers (0,2 procent) of mannelijke kleuterleiders (1 procent)
daarentegen zijn er bijna niet. Anderzijds domineren de mannen nog
steeds in allerlei jobs in de bouw. Ook technische beroepen zoals
automecanicien (99 op 100), schrijnwerker (98 op 100) of schilder (98 op
100) worden bijna alleen door mannen uitgeoefend. Daarnaast kruipen heel
weinig vrouwen achter het stuur van een vrachtwagen (3,8 procent), maar
zijn vrouwelijke buschauffeurs (15 procent) aan een opmerkelijke opmars
begonnen.
Toch worden in meer en meer roldoorkruisende projecten vrouwen of mannen
gestimuleerd om een opleiding te volgen of een beroep te kiezen in een
sector waar nog weinig mannen, respectievelijk vrouwen actief zijn.
Martine Delfos, een Nederlandse psychologe, docente en schrijfster,
stelt in haar boek “De schoonheid van het verschil” dat het mogelijk
nooit zal gebeuren dat specifieke vrouwen- en mannenberoepen ooit
helemaal “sekseneutraal” zullen worden vermits man-vrouwverschillen
met elkaar samenhangen en vanuit de evolutionaire rol van man en vrouw
een functie hebben.
Vrouwenberoepen en
mannenberoepen
Matrozen komen van
Mars, schoonmaaksters van Venus
|
6
- Antwerpen, waar Nederlanders thuis zijn
|
In 2004 zijn 49.000 mensen die in
Nederland zijn geboren in het buitenland gaan wonen. Dat blijkt uit
cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal
emigranten is sinds vijftig jaar niet zo hoog geweest. De meeste
Nederlandse emigranten vertrekken naar Duitsland en België. In 2003
emigreerden 7.200 Nederlanders naar België en 6.200 naar Duitsland.
Werk en relatievorming zijn de belangrijkste redenen om te vertrekken.
Andere motieven om in België of Duitsland te gaan wonen zijn gunstiger
belastingtarieven en lagere huizenprijzen. Naar het Verenigd Koninkrijk
vertrokken in 2003 3.000 Nederlanders, naar Frankrijk en Spanje 2.100.
Deze laatste landen zijn vooral bij ouderen een populaire bestemming.
Op 1 januari 2004 woonden iets meer dan 100.000 Nederlanders in ons
land, zo blijkt uit cijfers van de Afdeling Statistiek van de FOD
Economie (het vroegere NIS). Vooral het oosten en noorden van de
provincie Limburg, het noorden van de provincie Antwerpen, het Waasland
en een paar steden zoals Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven en Brussel zijn
populair. De absolute toppers in absolute zin zijn Antwerpen, Lanaken,
Hamont-Achel, Hoogstraten en Ravels.
Volgens Arno Sprangers en Han Nicolaas van het CBS bestaat er een
samenhang tussen buitenlandse emigratie en economische conjunctuur. In
perioden van sterke economische groei, zoals rond het eind van de jaren
negentig, bereikte de immigratie een hoogtepunt.
Downloadbare
publicaties over het thema bevolking
Webmagazine
CBS
|
6minutes belgië
ontcijferd # 15 van 4/04/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS
In deze editie:
1 - Over Goliath en Lilliputters
2 - Over Goliath en Lilliputters (2)
3 - Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat
al vroeg
4 - Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat
al vroeg (2)
5 - Kippeneieren in Charleroi...
6 - ... en meer dan een meter sneeuw in Botrange
Advertentie
 |
Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd
Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier
en u doet een vriend of kennis een plezier
|
1
- Over Goliath en Lilliputters
|
Tot dusver werd de gemiddelde
lichaamslengte in weinig landen statistisch bijgehouden. Slechts door
gebruik te maken van historische gegevens beschikte men over een beperkt
aantal referentiepunten. Zo blijkt uit het eindwerk in 2001 van Geertrui
De Cooman (Faculteit Geschiedenis Universiteit Gent -promotor Prof C.
Vandenbroeke) dat de lichaamslengte van de Oost-Vlaamse mannen in het
midden van de 18de eeuw gemiddeld 170 cm bedroeg, van de vrouwen 158 cm.
Omstreeks 1915 bleek bij het meten van toekomstige militairen in een
aantal Noord-Europese landen dat de lengte was toegenomen tot gemiddeld
174 cm. Volgens Eurostat, het Europese bureau voor de Statistiek,
bedroeg in 1996 de gemiddelde lengte 177 cm voor de mannen en 165 cm
voor vrouwen tussen 15 en 24 jaar.
Anderzijds zijn volgens Gazet van Antwerpen (27 april 2004) de
mannelijke Nederlanders met een gemiddelde lengte van 181 cm, de langste
wappers ter wereld. Zij worden gevolgd door de Belgen en de Amerikanen
(beiden 175 cm). Duitsers moeten het stellen met 174 cm, Japanners met
165 cm.
Bij de vrouwen is de rangschikking ongeveer gelijklopend. Ook hier
‘staan’ Nederlandse dames met een gemiddelde lengte van 168 cm op de
eerste plaats. Belgische vrouwen meten gemiddeld 166 cm, Duitse 164 cm,
Amerikaanse 162 cm en Japanse 153 cm, of 15 cm minder dan de
Nederlandse.
De Vlaamse groeicurven
|
2
- Over Goliath en Lilliputters (2)
|
In eigen land waren de curven van
kinderen die bij het medisch schooltoezicht gemeten worden oud en
achterhaald. Sinds kort bieden de groeicurven van het laboratorium voor
Antropogenetica van de Vrije Universiteit Brussel een nieuwe referentie
voor de gestalte van jongeren. De curven zijn gebaseerd op een
representatieve steekproef van ruim 16.000 kinderen in Vlaanderen.
Hoewel het tempo van de toename van de gemiddelde lichaamslengte van de
bevolking sedert de tweede wereldoorlog is afgezwakt, bleef die
lichaamslengte ook de voorbije decennia toenemen in de meeste westerse
en geïndustrialiseerde landen. De langetermijntoename schommelt tussen
de 0,3 en 3,0 cm per 10 jaar. De toename doet zich vooral voor op jonge
leeftijd en is voornamelijk toe te schrijven aan een toename van de
beenlengte. In sommige populaties is de lengtetoename gestopt, in andere
gaat ze verder en in sommige samenlevingen neemt de gemiddelde
lichaamslengte zelfs af. De cijfers tonen aan dat vooral individuen uit
het platteland en uit de lagere socio-economische klassen
verhoudingsgewijs een grotere groeiopstoot kenden dan de andere
individuen. Een gevolg hiervan is dat de onderlinge lengteverschillen
tussen de sociologische klassen afnemen.
De Vlaamse groeicurven
|
Advertentie
|
Eindelijk…
‘classifieds’ of rubriekadvertenties in 6minutes
Gegarandeerd meer dan 7.500 contacten voor minder dan 50 euro…
In de nieuwsbrieven ‘Auto’, ‘Travel’, ‘Tuinen’ en ‘Wonen
& Bouwen’ van 6minutes kan u nu een rubriekadvertentie plaatsen
(tekst van max. 75 tekens plus de link naar uw site) voor een zeer
aantrekkelijke prijs per contact. Geïnteresseerde lezers van 6minutes
zijn ook geïnteresseerde bezoekers van uw site.
Klik hier om uw advertentietekst online door te geven |
3
- Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat al vroeg
|
Uit een analyse van het Steunpunt
WAV, op basis van gegevens van de FOD Economie - NIS en de Datawarehouse
Arbeidsmarkt bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid, blijkt dat er een
grote kloof bestaat tussen de werkzaamheidsgraad (dit is het percentage
werkenden in de bevolking van 15 tot 64 jaar) van mannen en vrouwen in
Vlaanderen. Het verschil tussen de twee seksen ontstaat rond de leeftijd
van 24 jaar en blijft toenemen tot de leeftijd van 54 jaar. Pas dan
verkleint de kloof opnieuw.
In het begin van de arbeidscarrière bestaat er weinig verschil tussen
de arbeidsparticipatie van hem en haar. De werkzaamheidsgraden blijven
vrij gelijklopend tot de leeftijd van ongeveer 24 jaar. Vanaf dan
overtreft de mannelijke werkzaamheidsgraad die van de vrouwen. De
werkzaamheidsgraad bij mannen blijft op een hoog niveau tussen 25 en 50
jaar, terwijl het hoogtepunt bij vrouwen bereikt wordt op de leeftijd
van 26. Vanaf die leeftijd daalt de vrouwelijke werkzaamheidsgraad
geleidelijk. Vanaf ongeveer 45 jaar gaat de dalende curve steiler naar
beneden.
Arbeidsmarktflits
54: “Over oude mannen en jonge vrouwen”
Het Arbeidsmarktportaal
|
4
- Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat al vroeg (2)
|
Ook bij mannen valt de
werkzaamheidsgraad terug vanaf een bepaalde leeftijd, maar de sterke
neergang zet zich pas later in - namelijk vanaf de kaap van 50. Maarten
Tielens van het Steunpunt WAV wijst op het belang van de
“sleutelmomenten” in de levens van mannen (en vrouwen): “Bij
mannen zien we enkele sleutelmomenten waarop de werkzaamheid met een
forse klap daalt: een eerste kleine klap bij het bereiken van de
leeftijd van 58 jaar, vervolgens een mokerslag bij het bereiken van het
zestigste levensjaar, gevolgd door een kleine naschok op 61 jaar."
Vooral de grote val tussen 59 en 60 jaar spreekt boekdelen: "Op
59-jarige leeftijd werken nog vijf op tien mannen, op 60-jarige leeftijd
slechts drie op tien. Deze sleutelmomenten geven duidelijk weer dat het
uittredepatroon bij de mannen sterk wordt bepaald door de mogelijkheden
die de wetgever geeft om vroeger dan de officiële pensioenleeftijd de
arbeidsmarkt te verlaten,” aldus nog Maarten Tielens.
Arbeidsmarktflits
54: “Over oude mannen en jonge vrouwen”
Het Arbeidsmarktportaal
|
5
- Kippeneieren in Charleroi...
|
Gedurende de ganse 20ste eeuw
noteerden waarnemers van het Koninklijk Meteorologisch Instituut dag in
dag uit een hele resem meteorologische variabelen. Daarmee beschikt het
KMI over een van de langste klimatologische meetreeksen ter wereld. De
gegevens werden te boek gesteld in “Weer of geen weer. Een eeuw
natuurgeweld in België” van François Brouyaux, Pascal Mormal,
Christian Tricot, Marc Vandiepenbeeck en Rosiane Verheyden. Met dit
boek, dat bedoeld is voor een ruim publiek, wil het Koninklijk
Meteorologisch Instituut van België een overzicht geven van onze
klimatologische geschiedenis.
De meeste Belgen mogen dan wel in een “gematigd zeeklimaat” leven,
maar als je de weergegevens van de voorbije eeuw er op naslaat, vind je
toch heel wat uitschieters. Een kleine greep uit de omvangrijke
inventaris. Op 10 februari 1902 valt er 35 cm sneeuw in Ukkel, de dikste
sneeuwlaag die er tijdens de hele 20ste eeuw werd waargenomen. De
hoeveelheid sneeuw is des te opmerkelijker omdat ze het resultaat is van
één enkele sneeuwbui.
Op 12 maart 1906 veroorzaakt een vloedgolf met uitzonderlijke kracht
samen met erg hevige winden bressen in verschillende dijken van het
Waasland. In minder dan twee uur tijd stijgt het niveau van de Schelde
met drie meter.
Op 28 juni 1906 valt er tijdens hevige onweren in het hele land hagel.
In Beaumont vindt men een hagelsteen van 250 gram. In de streek van
Charleroi worden er hagelbollen ter grootte van kippeneieren
gesignaleerd. En in Stabroek vallen er hagelstenen zo groot als
duiveneieren...
Op 11 juli 1921 is het puffen geblazen in onze contreien. De
maximumtemperatuur klimt tot 40,0°C in Sint-Joost-ten-Node. België
lijdt in dat jaar onder een ernstig neerslagtekort. Het stuwmeer van de
Gileppe staat nagenoeg leeg.
De intense koude die België in zijn greep heeft in februari 1929
veroorzaakt ijsbanken in rivieren en kanalen. Je kunt te voet de Maas
oversteken en aan het Noordzeestrand rijzen twee meter hoge ijsschotsen
op...
Voorstelling
boek “Weer of geen weer”
Klimaatpagina FOD
Economie - NIS
Het
Leefmilieuportaal, rubriek klimaat
Het
klimaat van de twintigste eeuw
Weerkundige
rekenmachine van de Vlaamse Vereniging voor Weerkunde
Weerlinks
Waarschuwingen voor heel
slecht weer (World Meteorological Organization)
|
6
- ... en meer dan een meter sneeuw in Botrange
|
Tijdens de nacht van 31 januari op
1 februari 1953 veroorzaakt een hevige noordwesterstorm, vergezeld van
springtij, catastrofale overstromingen in België en Nederland met veel
dodelijke slachtoffers. Terwijl de kuststreek getroffen is door de meest
vernietigende storm van de eeuw, lijden de Ardennen onder een echte
blizzard, die bijna 48 uur duurt, alle communicatiekanalen verlamt en
verschillende dorpen van de buitenwereld afsnijdt. Het gehucht
Rheinartzhof (Eupen), dat vandaag niet meer bestaat, blijft gedurende
vijf dagen geïsoleerd. Op 9 februari ligt er 1,15 meter sneeuw in
Botrange (Waimes), de dikste sneeuwlaag van de eeuw in België.
25 juni 1967, nog zo’n datum die in het geheugen van velen gegrift
staat. Hevige onweren breken uit over het hele land, op sommige plaatsen
vergezeld van zeer grote hagelstenen. Een tornado treft Oostmalle. Meer
dan de helft van de 900 woningen in het dorp worden beschadigd, 117
woningen worden compleet verwoest. De tornado vervolgt zijn weg in de
richting van Nederland waar hij bijkomende schade veroorzaakt.
“Weer of geen weer. Een eeuw natuurgeweld in België” verscheen bij
Uitgeverij Van Halewijck en is van de hand van François Brouyaux,
Pascal Mormal, Christian Tricot, Marc Vandiepenbeeck en Rosiane
Verheyden. Het boek bevat een inleiding door Frank Deboosere, een lange
opsomming van alle markante weerfeiten uit de twintigste eeuw,
statistieken en een handig lexicon.
Voorstelling
boek “Weer of geen weer”
Klimaatpagina FOD
Economie - NIS
Het
Leefmilieuportaal, rubriek klimaat
Het
klimaat van de twintigste eeuw
Weerkundige
rekenmachine van de Vlaamse Vereniging voor Weerkunde
Weerlinks
Waarschuwingen voor heel
slecht weer (World Meteorological Organization)
|
in samenwerking met het
NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)
Redactie: Erik Vloeberghs Reacties en persberichten:
editor@6minutes.net
|