2e kwart. 2005

Nationaal Instituut voor de Statistiek

6minutes.net is een gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.

GRATIS abonnement

OVERZICHT van alle titels

BEHEER uw adres: opzeg, adreswijziging, taal

JAARREKENINGEN - databank

ARCHIEF van eerder verschenen edities

Uw PRIVACY 

ADVERTEREN in 6minutes.net

1minute ADVANTAGE

6minutes OP UW SITE

KALENDER

CONTACT

E-zines EN FRANCAIS

6minutes.net is een uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt - antispam-maatregel)


Domeinnaam registratie & webhosting via Register.be

 

6minutes belgië ontcijferd # 18 van 27/06/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS

 


In deze editie:
1 - Openbaar vervoer gaat door op zijn elan
2 - Faillissementen en gerechtelijke akkoorden
3 - Straffe toeren of hoffelijkheid?
4 - De inkomens van de Belgen
5 - Mag ik de afstandsbediening even?
6 - Klik én vast !

 

1 - Openbaar vervoer gaat door op zijn elan

In 2004 vervoerden De Lijn, MIVB en TEC samen 838 miljoen reizigers. Dat zijn er 10% meer dan in 2003. De groei van de Belgische openbare vervoersmaatschappijen gaat dus onafgebroken verder. Ook in 2003 (plus 10,1%), 2002 (plus 13,7%) en 2001 (plus 9,6%) werden al groeicijfers opgetekend. De Lijn trok 14% meer reizigers aan (van 362 naar 413 miljoen), de MIVB 8,8% (van 220 naar 239 miljoen) en de TEC 3,5% (van 179 naar 186 miljoen). Ook in 2003 en 2002 was De Lijn al de grootste groeier.
Hoe belangrijk is het openbaar vervoer ten opzichte van het privé-vervoer? Uitgedrukt in reizigers-kilometer is het privé-wegverkeer goed voor 82,2% van het totaal. Metro, tram en bus nemen samen 11,6% voor hun rekening (3,9% door privé-autocarbedrijven en 7,7% door openbare maatschappijen) en de NMBS de overige 3,9%.
Vergelijking privé- en collectieve vervoersmodi
Openbaar vervoer over de weg
Openbaar vervoer via het spoor

2 - Faillissementen en gerechtelijke akkoorden

Jan De Boitselier, sedert 1997 werkzaam bij Graydon Belgium, publiceerde eind vorig jaar “Faillissementen en gerechtelijke akkoorden”. De auteur ging daarin onder meer na wat een faillissement technisch gezien is, wat de oorzaken zijn van faillissementen, hoe ze voorkomen kunnen worden en wat hun impact is op de economie. Hij sprak met bedrijfsleiders, failliete ondernemers, curatoren en rechters en bracht een heleboel statistieken en wetteksten bij elkaar over het onderwerp.
Volgens de rechter-commissarissen dienen startende ondernemers vooral voldoende beroepsbekwaamheid te bezitten (92,3% van de rechter-commissarissen duidden deze factor aan). Ook voldoende kapitaal (89,1%), een realistisch bedrijfsplan (84,5%) en voldoende begeleiding (72,9%) zijn belangrijk om te slagen. Belangrijkste oorzaken van een faillissement zijn volgens de rechter-commissarissen: wanbeheer (80,3%), een te laag netto-actief of onvoldoende kapitaal (78,8%) en een onrealistisch financieel plan bij de oprichting (68,5%).
De failliete ondernemers zelf voelen zich vaak de dupe van een “machinerie” waar ze geen vat op hebben. Wanbetaling en faillissement van een klant scoort het hoogst (64%) als reden van het faillissement, gevolgd door fraude (26%), een ongunstig ondernemersklimaat (20%), ongevallen en ziekte (15%), onvoldoende advies en begeleiding (15%) en de trage werking van het gerecht (4%).
“Faillissementen en gerechtelijke akkorden” is een co-productie van Standaard Uitgeverij en Graydon Belgium en kost 19 euro.
Voorstelling Jan De Boitselier en boek
Demorafie van de ondernemingen

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

 

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


3 - Straffe toeren of hoffelijkheid?

Niet dat het altijd verkeerd loopt, maar het is niet altijd koek en ei tussen fietsers en automobilisten. Indien àlle fietsers met brandende lichten zouden rijden en indien àlle autobestuurders niet meer zouden stilstaan of parkeren op het fietspad, dan zouden de grootste irritaties tussen deze weggebruikers alvast opgelost zijn. Dat blijkt uit de resultaten van een enquête van UitWeg over de ergernissen van weggebruikers.
De tweede grootste ergernis van fietsers zijn de achteloos opengezwaaide portieren. Plaats drie is voorbehouden aan hen die bij het oprijden van de weg onmiddellijk doorrijden tot op het fietspad zonder te kijken of er fietsers in aantocht zijn. Op vier staat het inhalen van fietsers op plaatsen waar er niet genoeg ruimte is en op vijf komt rechts op de rijbaan zo weinig ruimte laten dat fietsers er “gesandwicht” worden. Automobilisten storen zich op één na het meest aan fietsers die niet op het fietspad rijden, gevolgd door fietsers die met twee of meer naast elkaar rijden. De vierde grootste ergernis van de autobestuurders zijn de fietsers die plots het fietspad verlaten om de rijbaan op te rijden en/of over te steken. Plaats vijf is voorbehouden aan fietsers die voorrang nemen op plaatsen waar ze die niet hebben.
Ergernissen van fietsers en autobestuurders

4 - De inkomens van de Belgen

Uit de fiscale statistieken van het aanslagjaar 2003, opgesteld en verwerkt door de Afdeling Statistiek van de FOD Economie, blijkt dat het totaal belastbaar netto-inkomen in 2002 in ons land 126,6 miljard euro bedroeg, tegen 121,1 miljard euro het voorgaande jaar. Dat komt neer op een globale stijging van 4,5 procent. Als men rekening houdt met de inflatie van 1,6 procent in 2002, komt dat neer op een reële toename van de inkomens met 2,9 procent.
Vlaams-Brabant is de provincie met het hoogste gemiddeld inkomen. Ze neemt de fakkel over van Waals-Brabant. De provincie Luxemburg laat opnieuw de grootste vooruitgang optekenen. De inkomens stegen er met gemiddeld 3,9 procent (tegen 7,4 procent in 2001). Lasne is qua gemiddeld inkomen per aangifte opnieuw de rijkste gemeente van het land. Ze gaat Tervuren en Oud-Heverlee vooraf. Rode lantaarn is opnieuw de Brusselse gemeente Sint-Joost-ten-Node.
De inkomens van de Belgen

5 - Mag ik de afstandsbediening even?

De intensiteit van het tv-kijken verschilt volgens de onderzoekers Ignace Glorieux en Jessie Vandeweyer (Departement Sociologie, Onderzoeksgroep TOR, Vrije Universiteit Brussel) naargelang de opleiding, ouderdom en gezinssamenstelling van het individu in kwestie. Laaggeschoolden kijken heel wat meer tv dan hooggeschoolden: 21u09 per week tegen 11u15. De verschillen zijn vooral frappant op weekdagen. Bij de laagste opleidingscategorie kijkt 65% meer dan 3 uur tv op een weekdag, bij de universitair geschoolden slechts 5%. Bij de alleenstaanden en samenwonenden met partner maar zonder kinderen kijkt ongeveer de helft minstens drie uur tijdens een weekdag. Twintigers en dertigers besteden wekelijkse duur respectievelijk 13u11 en 12u58 aan televisiekijken, veertigers en vijftigers 13u40 en 17u23 en zestigers 26u46.
Vrijetijdsbesteding van vrouwen en mannen
Een onderzoek naar de tijdsbesteding van de Belgen
Andere on line studies over tijdsbesteding en cultuur

6 - Klik én vast !

Op 1 juni 1975 werd in ons land de gordeldracht verplicht. 30 jaar later werd de aan de hand van gordeltellingen de gordeldracht nogmaals geanalyseerd. Deze tellingen gebeurden in opdracht van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid bij 16.259 bestuurders en 6.111 voorin zittende passagiers in personenwagens.
66,7 procent van de bestuurders en 65,7 procent van de passagiers droeg in 2004 de gordel. Dit is een toename met respectievelijk 14,1 en 0,5 procent ten opzichte van 2003. Mannen, vooral als passagier voorin (75,8 procent) evenals Brusselse (62,9 procent) en Waalse chauffeurs (58,8 procent) zijn niet altijd happig om de gordel te dragen. Ook in zones met beperkte snelheid (30 en 50 km/uur) wordt gordelplicht door deze groep nogal eens ‘vergeten’. Op 30 km/u-wegen dragen slechts de helft van de bestuurders en inzittenden de gordel. Op autosnelwegen daarentegen dragen 77 op 100 bestuurders en 73 op 100 passagiers de gordel.
En, hoewel er een stijging wordt vastgesteld, blijft België een matige leerling in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen waar het draagpercentage meer dan 80 procent is. En wat te denken van Australië en Canada waar respectievelijk 95 en 90 procent van de autogebruikers de gordel benutten.
On line studies over mobiliteit en verkeersveiligheid
Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid

 

 

6minutes belgië ontcijferd # 17 van 30/05/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS

 


In deze editie:
1 - Het surfgedrag van mannen en vrouwen
2 - De effecten van de zone 30 voor de verkeersveiligheid
3 - In de ban van de sigaret (1)
4 - In de ban van de sigaret (2)
5 - De landbouwrekeningen van 2004
6 - Brusselaars houden van chocolade

 

1 - Het surfgedrag van mannen en vrouwen

Ons land telde in december 2004 ruim 4,2 miljoen regelmatige surfers. 45% van de internetpopulatie is vrouwelijk, 55% mannelijk. Vrouwen zijn wel bezig hun achterstand op mannen in te halen, maar vrouwelijke senioren blijven voorlopig zeer zeldzaam. Mannelijke internetgebruikers geven aan het vaakst op zoek te zijn naar de onderwerpen nieuws en actualiteit, computer, internet en ICT, muziek, financiële informatie en sport. Vrouwen surfen minder, en globaal genomen bezoeken ze ook een kleinere variëteit aan sites. Nieuws en actualiteit worden ook door hen het vaakst vermeld, gevolgd door muziek, spelletjes en games, reizen en jobs. De grootste verschillen treden echter op voor erotische websites, auto's, computers, internet en ICT en sport (bij uitstek "mannelijke" onderwerpen) en voor informatie over ziekte en ziektebeelden, persoonlijke verzorging, gezin en kinderen, koken en recepten, voeding en kleding (sites die verhoudingsgewijs veel vaker door vrouwen bezocht worden). De analyse gebeurde door de Afdeling Statistiek van de FOD Economie op basis van cijfers van (vooral) InSites Consulting. Dat bedrijf ondervroeg in december 2004 ook 10.000 internetgebruikers naar hun favoriete site. Google stak er, met een gemiddelde score van 8,5, werkelijk met kop en schouders bovenuit. Ook Sunjets, ISP Telenet, Toyota, Makro, VRT, Colruyt, Canvas, Audi en Proximus kregen een hoge waardering mee van de surfer.
Mannen, vrouwen en het internet

2 - De effecten van de zone 30 voor de verkeersveiligheid

Aan de hand van ervaringen in het buitenland (in Vlaanderen is er nog geen systematisch onderzoek gevoerd) ging het Steunpunt Verkeersveiligheid na wat het effect is van deze snelheidsbeperking. Hoewel de resultaten van land tot land verschillen en soms niet veralgemeenbaar zijn, daalt het aantal ongevallen van 10 tot 40 procent. Het aantal letselongevallen vermindert zelfs van 10 tot 60 procent (dat laatste percentage werd in het Verenigd Koninkrijkrijk gehaald). De reductie van het aantal ongevallen met verwondingen met fietsers bedroeg bijna 30 procent. Het aantal ongevallen met kinderen vermindert er met 67 procent en als ze voetganger zijn zelfs met 70 procent. In Nederland daalde het totaal aantal letselongevallen met 22 procent. In Denemarken daalde het aantal ongevallen met 72 procent per gereden kilometer en het aantal letselongevallen met 78 procent. Schepen van mobiliteit Van Heddeghem uit de gemeente Wetteren: “Het is inderdaad zo dat vermindering van snelheid leidt tot daling van de ongevallencijfers. Wij merken in onze gemeente dat er trager gereden wordt in de buurt van de scholen waar een zone 30 is ingevoerd. Ook horen wij van ouders die hun kinderen naar school brengen dat de sfeer én het veiligheidsgevoel er beter op geworden is. Als bijkomende troef trachten wij ervoor te ijveren om zoveel als mogelijk met ‘variabele zone 30-borden’ te werken. Daardoor wordt op drukke momenten de toegelaten snelheid automatisch verlaagd naar 30 kilometer per uur. In de daluren, tijdens het weekend en tijdens de schoolvakantie blijft de normale snelheidslimiet binnen de bebouwde kom behouden. Jammer genoeg is de omschakeling naar algemene zone 30 op dit moment in onze gemeente nog niet mogelijk. Vanuit meerdere hoeken is er nog teveel weerstand. Ook al zijn de cijfers zeer duidelijk, toch zijn ze niet overtuigend genoeg voor sommigen.”
Effecten op de verkeersveiligheid van een verlaging van de snelheidslimiet van 50 naar 30 km/u

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

 

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


3 - In de ban van de sigaret (1)

Lezers van onze Nieuwsflitsen wisten het al: armen geven meer uit aan gezondheid én aan tabakswaren. In absolute waarde spendeerden de 10% mensen met de laagste inkomens in 2002 ongeveer 63 procent méér aan tabak, sigaretten en sigaren dan mensen uit modale gezinnen (202 euro tegen 124 euro). Bovendien bleek uit de Gezondheidsenquête van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid dat de grootste groep rokers woont in landelijk gebied (30,7 procent), verblijft in Wallonië (30,4 procent) en tussen de 35 en 44 jaar (37,2 procent) is.
Maar er is ook goed nieuws: de Belgen beginnen minder te roken. In 1984 rookten 36 procent van de Belgen van 18 jaar en ouder. In 2004 was volgens dat aantal volgens de jaarlijkse enquête van het OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikers Organisaties) gedaald tot 20 procent. 15 procent van de vrouwen en 26 procent van de mannen is een regelmatig of dagelijks gebruiker.
Armen geven meer uit aan gezondheid maar ook aan… tabakswaren

4 - In de ban van de sigaret (2)

Toch grijpen jongeren (11-18 jaar) steeds vaker naar een sigaret en doen ze dat op een alsmaar jongere leeftijd. Volgens het tweejaarlijks onderzoek uitgevoerd door de Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde van de Universiteit van Gent, gerealiseerd onder toezicht van de Wereldgezondheidsorganisatie, rookten in 1990 drie procent van de Belgische 13- en 14-jarige jongens en 1 procent van de meisjes. Twee jaar terug was het aantal rokers in voornoemde leeftijdsgroep opgelopen tot respectievelijk 5 en 3 procent. In het technisch en beroepsonderwijs lag rookten meer jongens dan meisjes, in het algemeen secundair onderwijs was het precies omgekeerd: 16 procent van de meisjes rookten er, tegen 13 procent jongens.
Socio-economisch profiel van de rokers
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie Onderzoeks- en Informatiecentrum van de verbruikers Organisaties

5 - De landbouwrekeningen van 2004

De ramingen van de landbouweconomische rekeningen voor 2004 tonen aan dat de finale landbouwproductie globaal gezien een daling vertoont (-3,1%), voornamelijk wegens de aanzienlijke daling van de prijzen van de granen en de aardappelen, gecombineerd met de daling van de groentenprijzen. De stijging van de waarde van de dierlijke productie, die onder meer een gevolg is van de stevige prijzen van varkensvlees, kan de dalingen van de grote teelten en de tuinbouwproducten niet compenseren. Daar op het vlak van de intermediaire consumptie, de totale variatie van de uitgaven zeer zwak is (-0,3%), vertoont de bruto toegevoegde waarde tegen marktprijzen een daling van meer dan 7%. Met nagenoeg stabiele afschrijvingen kent de netto toegevoegde waarde een daling van 10%. Uitgedrukt per landbouwarbeidseenheid is de achteruitgang van de netto toegevoegde waarde enigszins beperkt (-8%) vermits het volume van de arbeidskrachten in de landbouw afneemt. De achteruitgang is daarentegen belangrijker voor het netto-inkomen per arbeidseenheid (-11,7%).
De landbouwrekeningen van 2004

6 - Brusselaars houden van chocolade

Uit de cijfers van de Huishoudbudgetonderzoeken van de Afdeling Statistiek van de FOD Economie blijkt dat inwoners van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer uitgeven aan chocoladeproducten dan Vlamingen en Walen. Brusselaars gaven in 2001 69,8 euro uit aan producten van chocolade (17% meer dan het landelijk gemiddelde van 59,6 euro en 3,2% van hun totale voedingsbudget), Walen 59,7 euro (1% meer dan het landelijk gemiddelde en 2,7% van wat ze in totaal aan voedingsproducten uitgaven) en Vlamingen 57,9 euro (3% onder het nationaal gemiddelde en eveneens 2,7% van wat ze in totaal aan voedingsproducten uitgaven).
Brusselaars lijken vooral dol te zijn op pralines. In 2001 kochten ze voor 19,3 euro van die lekkernijen, en dat is toch een pak meer dan Walen (10,4 euro) en Vlamingen (11,3 euro). Brusselaars (36,9 euro) en Walen (36,4 euro) geven ook het meeste uit aan chocolade zelf, Vlamingen zitten daar met 31,9 euro een pak onder. Vlamingen zijn wel het meest verzot op chocopasta’s. Per hoofd van de bevolking gaven ze daar in 2001 9,0 euro aan uit, tegen 5,8 euro voor Brusselaars en 7,0 euro voor Walen.
Downloadbare publicaties industrie

 

 

6minutes belgië ontcijferd # 16 van 2/05/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS

 


In deze editie:
1 - Positief verkeersrapport in 2002
2 - Adolphe Quetelet dingt mee naar titel “De Grootste Belg”
3 - De appel valt niet ver van de boom
4 - Duitse Reislust
5 - Veel beroepen blijven seksespecifiek
6 - Antwerpen, waar Nederlanders thuis zijn

 

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

 

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


1 - Positief verkeersrapport in 2002

Zopas publiceerde de Afdeling Statistiek van de FOD Economie de langverwachte ongevallenstatistieken van 2002. Het uitstel heeft te maken met het feit dat de basisgegevens onvolledig waren. Er waren dus heel wat extrapolaties en statistische bewerkingen nodig om toch tot kwaliteitsvolle resultaten te komen.
De algemene conclusie is dat het de goede kant opgaat met de verkeersveiligheid in België. Er gebeurden in 2002 wel iets meer verkeersongevallen met gewonden dan in 2001 (47.619 tegen 47.444, een stijging met 0,4 procent), maar er vielen daarbij minder doden (min 9 procent) en zwaargewonden (min 8 procent). Het aantal lichtgewonden nam met 0,7 procent toe.
Er vielen minder dodelijke slachtoffers in personenwagens (min 10 procent), in lichte vrachtwagens (min 15 procent) maar ook bij fietsers (min 16 procent) en voetgangers (min 16 procent) is de evolutie inzake het aantal dodelijke verkeersslachtoffers gunstig. Er zijn nog wel problemen met de motorrijders (12 procent meer doden) en met de bromfietsers (8 procent meer doden).
Officieel persbericht over de verkeersongevallen in 2002
Achtergrondbestanden verkeersongevallen
Het Mobiliteitsportaal – rubriek Verkeersveiligheid

2 - Adolphe Quetelet dingt mee naar titel “De Grootste Belg”

Dezer dagen wordt in Vlaanderen op zoek gegaan naar de “Grootste Belg” aller tijden. In totaal werden 111 kandidaten geselecteerd. De “Grootste Belg” wordt verkozen door “het volk” in verschillende stemrondes. Eén van de genomineerden is niemand minder dan Adolphe Quetelet, de Belgische aartsvader van de statistiek. Hij staat naast andere groten als Mercator, Vesalius, Erasmus, Bruegel, Rubens en Keizer Karel.
Quetelet heeft heel wat betekend voor de sterrekunde en voor de statistiek. Hij stond aan de wieg van de nationale volkstellingen en van begrippen als de Body Mass Index (officieel de “Quetelet-index” geheten), de normaalverdeling (door hem nog de "curve van de mogelijkheden" genoemd) en de “gemiddelde mens”. Een boeiende figuur dus die u beter kan leren kennen via de onderstaande websites.
Werk en leven van Adolphe Quetelet
Geschiedenis van de statistiek in België
Adolphe Quetelet op de wedstrijdsite van “De Grootste Belg“
Adolphe Quetelet op de site van De Standaard

3 - De appel valt niet ver van de boom

Appelaars tegen een zonnige muur, kerselaars als trotse ‘hoogstammers’ of een pergola van druiven: elke tuin creëert zijn Hof van Eden. De gemiddelde gemeente in ons land is 5.100 hectare groot. Ze bestaat uit 10,3 km2 bossen en andere beboste gronden, 29,7 km2 landbouwgronden en 3,9 km2 woongebied. Uiteraard vindt men nergens zulke “gemiddelde” gemeente en is het bodemgebruik overal danig verschillend. Neem nu de boomkwekerijen. Enerzijds is, in vergelijking met het jaar daarvoor, het aantal boomkwekerijen van sier-, bos- of fruitplanten (1.133) in 2004 iets toegenomen. Anderzijds is het aantal kwekerijen van fruitplanten ten opzichte van 1980 met bijna 30 procent verminderd en deze van bosplanten zelfs met 47 procent. Toch is de oppervlakte van de in cultuur gebrachte grond bij de boomkwekerijen over dezelfde periode met 82 procent vermeerderd. Dit houdt in dat er minder maar grotere bedrijven actief zijn. Ook in deze sector is er dus een tendens tot schaalvergroting. In het totaal bewerken deze boomkwekerijen in openlucht een oppervlakte van 4.525 ha. Het is trouwens opvallend dat het areaal bosboomteelt in Oost-Vlaanderen meer dan drie keer zo groot is dan het overeenkomstige areaal in Luxemburg, en dat is toch de meest bosrijke provincie van België. Ook de Limburgse fruittelers zoeken het voor hun plantmateriaal niet ver van huis. Van alle 665 ha fruitplanten hoort 40 procent in Limburg. Bovendien zijn er ook de meeste bedrijven (54 procent) gevestigd die ‘kleinfruit’ zoals wijnstokken, frambozen en allerlei soorten bessen opkweken. Overigens zal eenieder die in de Ardennen op zoek gaat naar boomkwekerijen, planterijen van populieren, loofbomen of boomgaarden, misschien van een kale reis terugkomen. Men vindt nu eenmaal geen appel onder een perenboom, maar dat wist u al.
Landbouwtellingen
Het Landbouwportaal

4 - Duitse Reislust

Volgens het B.A.T Freizeit- Forschungsinstitut blijven de Duitsers in 2004 ongeveer even reislustig als daarvoor. 53 op 100 Duitsers gingen in dat jaar op vakantie, tegen 52 op 100 het jaar daarvoor. Wat wel wijzigt, is de gemiddelde duur van een verblijf in het buitenland. Die neemt stelselmatig af. In 1980 verbleven doorsnee Fritz en Heidi 18,2 dagen in het buitenland, in 1990 16,3 dagen, in 2000 14,8 dagen en in 2004 nog slechts 12,8 dagen. Het instituut wijt de afname van de doorsnee vakantieduur aan een kleiner wordend reisbudget. Duitsers organiseren hun reizen vaker zelf en maken minder gebruik van touroperators.
De lijst van populairste vakantiebestemmingen van Duitsers in 2005 wordt aangevoerd door het eigen land (23,7 procent), gevolgd door Spanje (10 procent), Italië (7,3 procent) en Turkije (6 procent). Ook Oostenrijk (5 procent), Skandinavië (4,5 procent), Griekenland (3,1 procent) en Frankrijk (incl. Monaco) (3 procent) werden vrij vaak genoemd, naast de Verenigde Staten en Canada (samen goed voor 2,2 procent) en Kroatië en Slovenië (samen goed voor 1,9 procent).
Vakantie-enquête Duitsland

5 - Veel beroepen blijven seksespecifiek

In 1961 waren er in ons land volgens de Enquête naar de Arbeidskrachten en de volkstellingen alléén kleuterleidsters en waren vrouwelijke politieagenten quasi onbestaande. Anno 2003 zijn er weinig verschuivingen en bestaan er nog steeds duidelijke “mannelijke” en typisch “vrouwelijke” beroepen. Vrouwen werken nog steeds het meest in een verzorgende en administratieve omgeving. Aan secretaressen (95 op 100 werkenden), apothekersassistenten (92 op 100), diëtisten (89 op 100) of verpleegsters (88 op 100) geen gebrek. Mannelijke huishoudelijke schoonmakers (0,2 procent) of mannelijke kleuterleiders (1 procent) daarentegen zijn er bijna niet. Anderzijds domineren de mannen nog steeds in allerlei jobs in de bouw. Ook technische beroepen zoals automecanicien (99 op 100), schrijnwerker (98 op 100) of schilder (98 op 100) worden bijna alleen door mannen uitgeoefend. Daarnaast kruipen heel weinig vrouwen achter het stuur van een vrachtwagen (3,8 procent), maar zijn vrouwelijke buschauffeurs (15 procent) aan een opmerkelijke opmars begonnen.
Toch worden in meer en meer roldoorkruisende projecten vrouwen of mannen gestimuleerd om een opleiding te volgen of een beroep te kiezen in een sector waar nog weinig mannen, respectievelijk vrouwen actief zijn.
Martine Delfos, een Nederlandse psychologe, docente en schrijfster, stelt in haar boek “De schoonheid van het verschil” dat het mogelijk nooit zal gebeuren dat specifieke vrouwen- en mannenberoepen ooit helemaal “sekseneutraal” zullen worden vermits man-vrouwverschillen met elkaar samenhangen en vanuit de evolutionaire rol van man en vrouw een functie hebben.
Vrouwenberoepen en mannenberoepen
Matrozen komen van Mars, schoonmaaksters van Venus

6 - Antwerpen, waar Nederlanders thuis zijn

In 2004 zijn 49.000 mensen die in Nederland zijn geboren in het buitenland gaan wonen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal emigranten is sinds vijftig jaar niet zo hoog geweest. De meeste Nederlandse emigranten vertrekken naar Duitsland en België. In 2003 emigreerden 7.200 Nederlanders naar België en 6.200 naar Duitsland. Werk en relatievorming zijn de belangrijkste redenen om te vertrekken. Andere motieven om in België of Duitsland te gaan wonen zijn gunstiger belastingtarieven en lagere huizenprijzen. Naar het Verenigd Koninkrijk vertrokken in 2003 3.000 Nederlanders, naar Frankrijk en Spanje 2.100. Deze laatste landen zijn vooral bij ouderen een populaire bestemming.
Op 1 januari 2004 woonden iets meer dan 100.000 Nederlanders in ons land, zo blijkt uit cijfers van de Afdeling Statistiek van de FOD Economie (het vroegere NIS). Vooral het oosten en noorden van de provincie Limburg, het noorden van de provincie Antwerpen, het Waasland en een paar steden zoals Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven en Brussel zijn populair. De absolute toppers in absolute zin zijn Antwerpen, Lanaken, Hamont-Achel, Hoogstraten en Ravels.
Volgens Arno Sprangers en Han Nicolaas van het CBS bestaat er een samenhang tussen buitenlandse emigratie en economische conjunctuur. In perioden van sterke economische groei, zoals rond het eind van de jaren negentig, bereikte de immigratie een hoogtepunt.
Downloadbare publicaties over het thema bevolking
Webmagazine CBS

 

 

6minutes belgië ontcijferd # 15 van 4/04/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS

 


In deze editie:
1 - Over Goliath en Lilliputters
2 - Over Goliath en Lilliputters (2)
3 - Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat al vroeg
4 - Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat al vroeg (2)
5 - Kippeneieren in Charleroi...
6 - ... en meer dan een meter sneeuw in Botrange

 

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

 

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


1 - Over Goliath en Lilliputters

Tot dusver werd de gemiddelde lichaamslengte in weinig landen statistisch bijgehouden. Slechts door gebruik te maken van historische gegevens beschikte men over een beperkt aantal referentiepunten. Zo blijkt uit het eindwerk in 2001 van Geertrui De Cooman (Faculteit Geschiedenis Universiteit Gent -promotor Prof C. Vandenbroeke) dat de lichaamslengte van de Oost-Vlaamse mannen in het midden van de 18de eeuw gemiddeld 170 cm bedroeg, van de vrouwen 158 cm. Omstreeks 1915 bleek bij het meten van toekomstige militairen in een aantal Noord-Europese landen dat de lengte was toegenomen tot gemiddeld 174 cm. Volgens Eurostat, het Europese bureau voor de Statistiek, bedroeg in 1996 de gemiddelde lengte 177 cm voor de mannen en 165 cm voor vrouwen tussen 15 en 24 jaar.
Anderzijds zijn volgens Gazet van Antwerpen (27 april 2004) de mannelijke Nederlanders met een gemiddelde lengte van 181 cm, de langste wappers ter wereld. Zij worden gevolgd door de Belgen en de Amerikanen (beiden 175 cm). Duitsers moeten het stellen met 174 cm, Japanners met 165 cm.
Bij de vrouwen is de rangschikking ongeveer gelijklopend. Ook hier ‘staan’ Nederlandse dames met een gemiddelde lengte van 168 cm op de eerste plaats. Belgische vrouwen meten gemiddeld 166 cm, Duitse 164 cm, Amerikaanse 162 cm en Japanse 153 cm, of 15 cm minder dan de Nederlandse.
De Vlaamse groeicurven

2 - Over Goliath en Lilliputters (2)

In eigen land waren de curven van kinderen die bij het medisch schooltoezicht gemeten worden oud en achterhaald. Sinds kort bieden de groeicurven van het laboratorium voor Antropogenetica van de Vrije Universiteit Brussel een nieuwe referentie voor de gestalte van jongeren. De curven zijn gebaseerd op een representatieve steekproef van ruim 16.000 kinderen in Vlaanderen.
Hoewel het tempo van de toename van de gemiddelde lichaamslengte van de bevolking sedert de tweede wereldoorlog is afgezwakt, bleef die lichaamslengte ook de voorbije decennia toenemen in de meeste westerse en geïndustrialiseerde landen. De langetermijntoename schommelt tussen de 0,3 en 3,0 cm per 10 jaar. De toename doet zich vooral voor op jonge leeftijd en is voornamelijk toe te schrijven aan een toename van de beenlengte. In sommige populaties is de lengtetoename gestopt, in andere gaat ze verder en in sommige samenlevingen neemt de gemiddelde lichaamslengte zelfs af. De cijfers tonen aan dat vooral individuen uit het platteland en uit de lagere socio-economische klassen verhoudingsgewijs een grotere groeiopstoot kenden dan de andere individuen. Een gevolg hiervan is dat de onderlinge lengteverschillen tussen de sociologische klassen afnemen.
De Vlaamse groeicurven

Advertentie


Eindelijk… ‘classifieds’ of rubriekadvertenties in 6minutes
Gegarandeerd meer dan 7.500 contacten voor minder dan 50 euro…

 

In de nieuwsbrieven ‘Auto’, ‘Travel’, ‘Tuinen’ en ‘Wonen & Bouwen’ van 6minutes kan u nu een rubriekadvertentie plaatsen (tekst van max. 75 tekens plus de link naar uw site) voor een zeer aantrekkelijke prijs per contact. Geïnteresseerde lezers van 6minutes zijn ook geïnteresseerde bezoekers van uw site. Klik hier om uw advertentietekst online door te geven

3 - Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat al vroeg

Uit een analyse van het Steunpunt WAV, op basis van gegevens van de FOD Economie - NIS en de Datawarehouse Arbeidsmarkt bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid, blijkt dat er een grote kloof bestaat tussen de werkzaamheidsgraad (dit is het percentage werkenden in de bevolking van 15 tot 64 jaar) van mannen en vrouwen in Vlaanderen. Het verschil tussen de twee seksen ontstaat rond de leeftijd van 24 jaar en blijft toenemen tot de leeftijd van 54 jaar. Pas dan verkleint de kloof opnieuw.
In het begin van de arbeidscarrière bestaat er weinig verschil tussen de arbeidsparticipatie van hem en haar. De werkzaamheidsgraden blijven vrij gelijklopend tot de leeftijd van ongeveer 24 jaar. Vanaf dan overtreft de mannelijke werkzaamheidsgraad die van de vrouwen. De werkzaamheidsgraad bij mannen blijft op een hoog niveau tussen 25 en 50 jaar, terwijl het hoogtepunt bij vrouwen bereikt wordt op de leeftijd van 26. Vanaf die leeftijd daalt de vrouwelijke werkzaamheidsgraad geleidelijk. Vanaf ongeveer 45 jaar gaat de dalende curve steiler naar beneden.
Arbeidsmarktflits 54: “Over oude mannen en jonge vrouwen”
Het Arbeidsmarktportaal

4 - Verschil in arbeidsparticipatie mannen en vrouwen ontstaat al vroeg (2)

Ook bij mannen valt de werkzaamheidsgraad terug vanaf een bepaalde leeftijd, maar de sterke neergang zet zich pas later in - namelijk vanaf de kaap van 50. Maarten Tielens van het Steunpunt WAV wijst op het belang van de “sleutelmomenten” in de levens van mannen (en vrouwen): “Bij mannen zien we enkele sleutelmomenten waarop de werkzaamheid met een forse klap daalt: een eerste kleine klap bij het bereiken van de leeftijd van 58 jaar, vervolgens een mokerslag bij het bereiken van het zestigste levensjaar, gevolgd door een kleine naschok op 61 jaar."
Vooral de grote val tussen 59 en 60 jaar spreekt boekdelen: "Op 59-jarige leeftijd werken nog vijf op tien mannen, op 60-jarige leeftijd slechts drie op tien. Deze sleutelmomenten geven duidelijk weer dat het uittredepatroon bij de mannen sterk wordt bepaald door de mogelijkheden die de wetgever geeft om vroeger dan de officiële pensioenleeftijd de arbeidsmarkt te verlaten,” aldus nog Maarten Tielens.
Arbeidsmarktflits 54: “Over oude mannen en jonge vrouwen”
Het Arbeidsmarktportaal

5 - Kippeneieren in Charleroi...

Gedurende de ganse 20ste eeuw noteerden waarnemers van het Koninklijk Meteorologisch Instituut dag in dag uit een hele resem meteorologische variabelen. Daarmee beschikt het KMI over een van de langste klimatologische meetreeksen ter wereld. De gegevens werden te boek gesteld in “Weer of geen weer. Een eeuw natuurgeweld in België” van François Brouyaux, Pascal Mormal, Christian Tricot, Marc Vandiepenbeeck en Rosiane Verheyden. Met dit boek, dat bedoeld is voor een ruim publiek, wil het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België een overzicht geven van onze klimatologische geschiedenis.
De meeste Belgen mogen dan wel in een “gematigd zeeklimaat” leven, maar als je de weergegevens van de voorbije eeuw er op naslaat, vind je toch heel wat uitschieters. Een kleine greep uit de omvangrijke inventaris. Op 10 februari 1902 valt er 35 cm sneeuw in Ukkel, de dikste sneeuwlaag die er tijdens de hele 20ste eeuw werd waargenomen. De hoeveelheid sneeuw is des te opmerkelijker omdat ze het resultaat is van één enkele sneeuwbui.
Op 12 maart 1906 veroorzaakt een vloedgolf met uitzonderlijke kracht samen met erg hevige winden bressen in verschillende dijken van het Waasland. In minder dan twee uur tijd stijgt het niveau van de Schelde met drie meter.
Op 28 juni 1906 valt er tijdens hevige onweren in het hele land hagel. In Beaumont vindt men een hagelsteen van 250 gram. In de streek van Charleroi worden er hagelbollen ter grootte van kippeneieren gesignaleerd. En in Stabroek vallen er hagelstenen zo groot als duiveneieren...
Op 11 juli 1921 is het puffen geblazen in onze contreien. De maximumtemperatuur klimt tot 40,0°C in Sint-Joost-ten-Node. België lijdt in dat jaar onder een ernstig neerslagtekort. Het stuwmeer van de Gileppe staat nagenoeg leeg.
De intense koude die België in zijn greep heeft in februari 1929 veroorzaakt ijsbanken in rivieren en kanalen. Je kunt te voet de Maas oversteken en aan het Noordzeestrand rijzen twee meter hoge ijsschotsen op...
Voorstelling boek “Weer of geen weer”
Klimaatpagina FOD Economie - NIS
Het Leefmilieuportaal, rubriek klimaat
Het klimaat van de twintigste eeuw
Weerkundige rekenmachine van de Vlaamse Vereniging voor Weerkunde
Weerlinks
Waarschuwingen voor heel slecht weer (World Meteorological Organization)

6 - ... en meer dan een meter sneeuw in Botrange

Tijdens de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 veroorzaakt een hevige noordwesterstorm, vergezeld van springtij, catastrofale overstromingen in België en Nederland met veel dodelijke slachtoffers. Terwijl de kuststreek getroffen is door de meest vernietigende storm van de eeuw, lijden de Ardennen onder een echte blizzard, die bijna 48 uur duurt, alle communicatiekanalen verlamt en verschillende dorpen van de buitenwereld afsnijdt. Het gehucht Rheinartzhof (Eupen), dat vandaag niet meer bestaat, blijft gedurende vijf dagen geïsoleerd. Op 9 februari ligt er 1,15 meter sneeuw in Botrange (Waimes), de dikste sneeuwlaag van de eeuw in België.
25 juni 1967, nog zo’n datum die in het geheugen van velen gegrift staat. Hevige onweren breken uit over het hele land, op sommige plaatsen vergezeld van zeer grote hagelstenen. Een tornado treft Oostmalle. Meer dan de helft van de 900 woningen in het dorp worden beschadigd, 117 woningen worden compleet verwoest. De tornado vervolgt zijn weg in de richting van Nederland waar hij bijkomende schade veroorzaakt.
“Weer of geen weer. Een eeuw natuurgeweld in België” verscheen bij Uitgeverij Van Halewijck en is van de hand van François Brouyaux, Pascal Mormal, Christian Tricot, Marc Vandiepenbeeck en Rosiane Verheyden. Het boek bevat een inleiding door Frank Deboosere, een lange opsomming van alle markante weerfeiten uit de twintigste eeuw, statistieken en een handig lexicon.
Voorstelling boek “Weer of geen weer”
Klimaatpagina FOD Economie - NIS
Het Leefmilieuportaal, rubriek klimaat
Het klimaat van de twintigste eeuw
Weerkundige rekenmachine van de Vlaamse Vereniging voor Weerkunde
Weerlinks
Waarschuwingen voor heel slecht weer (World Meteorological Organization)


in samenwerking met het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)

Redactie: Erik Vloeberghs
Reacties en persberichten: editor@6minutes.net