1e kwart. 2005


6minutes.net is een gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.

GRATIS abonnement

OVERZICHT van alle titels

BEHEER uw adres: opzeg, adreswijziging, taal

JAARREKENINGEN - databank

ARCHIEF van eerder verschenen edities

Uw PRIVACY 

ADVERTEREN in 6minutes.net

1minute ADVANTAGE

6minutes OP UW SITE

KALENDER

CONTACT

E-zines EN FRANCAIS

6minutes.net is een uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt - antispam-maatregel)


Domeinnaam registratie & webhosting via Register.be

 

6minutes België ontcijferd # 14 van 7/03/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door de FOD Economie - NIS

 


In deze editie:
1 - Een Poolse bruid voor hem, een Tunesische bruidegom voor haar
2 - België gezien door het buitenland
3 - België gezien door het buitenland (2)
4 - De pijn van het zijn
5 - Allochtone arbeidskrachten in België
6 - De bestelwagens rukken op

 

Advertentie


6minutes België ontcijferd

 

Elke maand zes berichten met cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren, leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
Klik hier, maak kennis en abonneer u gratis.


1 - Een Poolse bruid voor hem, een Tunesische bruidegom voor haar

Hoewel bijna 8 op 10 huwelijken (77,5 procent) gesloten worden tussen twee Belgen, komen gemengde huwelijken steeds vaker voor. Tussen 1993 en 2002 steeg hun aantal met een vierde (24,5 procent). Het aantal trouwerijen van een Belgische vrouw met een niet-Belgische man nam met 42,7 procent toe en het aantal trouwpartijen tussen een Belgische man en een vreemde bruid steeg zelfs met 67,6 procent. Het aantal huwelijken tussen twee Belgen daalde in diezelfde periode met 8,5 procent.
In trek bij Belgische mannen lijken vooral bruidjes uit Polen en uit andere Oost-Europese landen, uit Latijns-Amerika, uit Azië en uit Denemarken, terwijl verhoudingsgewijs nogal wat Tunesische, Algerijnse, Turkse, Ierse, Britse, Marokkaanse, ex-Joegoslavische en Nederlandse mannen kiezen voor een Belgische bruid (en omgekeerd).
Demografische publicaties van het NIS
Statistieken over huwelijken

2 - België gezien door het buitenland

Het is altijd interessant om te weten hoe men in het buitenland naar België kijkt. Het algemene beeld is zeker positief. België wordt gepercipieerd als een hardwerkende en welvarende natie met een rijke cultuur en gastronomie. De Belgen zelf zijn veeltalige maar bescheiden mensen. Lonely Planet, de toonaangevende gids voor de onafhankelijke backpacker, drukt het zo uit op zijn website: “Het landje heeft meer geschiedenis, kunst, gastronomie en architectuur dan menig ander van zijn grotere en meer kabaal makende buren. België is een rijk en borrelend vat vol bier, chocolade, olieverf en bureaucraten.”
Nu ja, landje... Volgens Vakantielanden.net valt dat nog wel mee, want deze site steekt van wal met de volgende ontboezeming: “De oppervlakte van België is maar liefst 32.547 vierkante kilometer.” Maar liefst? Misschien is het wel ironisch bedoeld. Het cijfer stemt overigens niet overeen met de officiële cijfers (30.528 km² en 33.990 km², respectievelijk exclusief en inclusief het zeegebied).
Bij Vakantielanden.net houden ze er nog wel meer rare ideeën op na, want iets verder luidt het: “In Vlaanderen bestaat een gemiddeld ontbijt uit boterhammen belegd met boerenhesp en boter.” Het wordt nog smeuïger, want: “Ook wordt er kop of hoofdvlak gegeten: mals vlees uit een varkenskop, gestoofd met laurier, kruidnagel, zout, peper en ui.” En dan volgt de klap op de vuurpijl: “Soep is zeer geliefd bij de Belgische bevolking, vooral aan het begin van de middag.”
Landenportaal - België

3 - België gezien door het buitenland (2)

Een veel gemaakte fout bij buitenlanders is dat ze denken dat Vlamingen “Vlaams” spreken in plaats van Nederlands. Zelfs onze noorderburen trappen in die val. Vakantielanden.net meldt: “België kent twee talen, namelijk het Frans en het Vlaams. De Frans sprekende Belgen wonen in het zuiden (Wallonië), de Vlaams sprekenden in het noorden (Vlaanderen). Het Vlaams vertoont veel overeenkomsten met het Nederlands. In Vlaanderen zul je als Nederlands sprekende weinig problemen ondervinden als je je verstaanbaar wilt maken.” Een hele opluchting.
De fout wordt niet alleen door Nederlanders gemaakt want ook de site van de (Franse) reisgids Guide du Routard heeft het over “le flamand”. Foei! Gelukkig heeft de Routard ook een aantal waardevolle tips in petto. Zoals daar zijn: “Iemand van het andere geslacht kust men éénmaal of driemaal (geen tweemaal!)”, “Laat u nimmer laatdunkend uit over de koninklijke familie, want zoiets getuigt van slechte smaak.” en “Men komt niet te laat op een afspraak, alleen het academisch kwartiertje wordt getolereerd.”
Landenportaal - België

4 - De pijn van het zijn

Tussen april 2001 en juni 2002 werden, in het kader van de grote European Study on Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD), 2.419 Belgen van 18 jaar en meer geïnterviewd in een representatieve steekproef. De aanwezigheid van een mentale stoornis in de laatste 12 maanden voor het interview en het gebruik van de zorgvoorzieningen om emotionele redenen werden nagegaan. Daarnaast werd ook gevraagd welke soort behandeling de personen kregen. Wat blijkt uit het onderzoek?
Een mentale stoornis komt voor bij één op negen van de respondenten. Meer dan 27 procent van de ondervraagden vermeldde de aanwezigheid van minstens één mentale stoornis ooit in zijn leven. Vrouwen rapporteren duidelijk meer mentale stoornissen dan mannen. Depressie in enge zin en alcoholmisbruik komen het vaakst voor op lifetimebasis, terwijl depressie in enge zin en specifieke fobie het meest voorkwamen in de 12 maanden voor het interview.
Eén op drie van de personen die het voorbije jaar een mentale stoornis rapporteerden, raadpleegde een professionele hulpverlener. Mensen met een stemmingsstoornis wenden zich vaker tot een hulpverlener dan diegenen met een angststoornis of een alcoholgerelateerde stoornis. Van diegenen die hulp zochten, kreeg de meerderheid een medicamenteuze behandeling (al dan niet in combinatie met een psychologische), maar ongeveer een op vier kreeg geen behandeling.
Mentale stoornissen komen dus veelvuldig voor. Op basis van de prevalentiecijfers uit deze nationale enquête kan gesteld worden dat meer dan 2 miljoen Belgen ooit in hun leven een mentale stoornis hebben doorgemaakt. Meer dan 800.000 personen hadden een mentale stoornis in het afgelopen jaar.
De conclusies zijn na te lezen op onze website in twee artikelen van Ronny Bruffaerts, Anke Bonnewyn, Koen Demyttenaere, Herman Van Oyen en Stefaan Demarest.
Tweede deel van de resultaten van de European Study on Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD)
Eerste deel van de resultaten van de European Study on Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD)
Het Gezondheidsportaal

5 - Allochtone arbeidskrachten in België

Ongeveer 350.000 arbeidskrachten met een vreemde nationaliteit zijn actief op de Belgische arbeidsmarkt. Zij vertegenwoordigen 8 procent van de totale beroepsbevolking. Wanneer ook rekening wordt gehouden met genaturaliseerde vreemdelingen stijgt de vreemde arbeidsvertegenwoordiging tot 13 procent. Het aandeel vreemde arbeidskrachten in de totale beroepsbevolking is relatief hoog in België in vergelijking met de andere EU-15 landen.
Allochtonen hebben een lagere activiteits- en tewerkstellingsgraad dan autochtonen enerzijds omdat een groter aandeel onder hen inactief is, anderzijds omdat de actieven minder gemakkelijk werk vinden. De werkloosheidsgraad van allochtonen is disproportioneel hoog. Zij die werkloos zijn hebben het ook minder eenvoudig om werk te vinden, ze moeten gemiddeld genomen langer zoeken naar een betrekking. De kloof met de autochtonen is het grootst voor niet-EU-burgers en vooral voor Turken en Marokkanen.
Het gemiddelde opleidingsniveau varieert tussen de verschillende categorieën vreemdelingen. Turken en Marokkanen zijn oververtegenwoordigd in het laagst geschoolde segment van de arbeidsmarkt. Andere niet-EU-burgers zijn dan weer oververtegenwoordigd in het hoogst geschoolde segment.
Eén en ander is na te lezen in de studie “Hoe vreemd is vreemd op de arbeidsmarkt?” van Liesbet Okkerse (Universiteit Antwerpen) en Anja Termote (FOD Economie - NIS).
Studie “Hoe vreemd is vreemd op de arbeidsmarkt ? Over de allochtone arbeidskrachten in België”
Studie “De immigratie in België. Aantallen, stromen en arbeidsmarkt”

6 - De bestelwagens rukken op

Uit nieuwe cijfers, gepubliceerd in de brochure “Bedrijfsvoertuigenpark. Toestand op 31/12/2004” van de FOD Mobiliteit blijkt dat er steeds meer bestelwagens rondrijden in ons land. Eind 1991 bedroeg het totale bestelwagenpark 250.842 stuks, eind 2000 waren er 399.562 en eind 2003 was hun aantal gestegen tot 456.164 stuks. De cijfers van 31 december 2004 zijn nog niet gekend, maar wellicht zullen er op dat ogenblik ongeveer 484.000 bestelwagens ingeschreven zijn. Dat is een toename met 73 procent op 10 jaar tijd en bijna een verdubbeling ten opzichte van 1991.
Ook het aantal trekkers, aanhangwagens en opleggers nam de voorbije 10 jaar sterk toe, met respectievelijk 18, 53 en 44 procent. Alleen het aantal gewone vrachtwagens nam af binnen hetzelfde tijdsbestek (min 7 procent).
Het Mobiliteitsportaal
Statistieken over de inschrijvingen van voertuigen
Grootte van het voertuigenpark 1930-2004


 

6minutes belgië ontcijferd # 13 van 7/02/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

 

In deze editie:
1 - Leven van het land
2 - Ik denk dat ik ‘anders’ ben (1)
3 - Ik denk dat ik ‘anders’ ben (2)
4 - De armste provincie van het land wordt rijker
5 - Modes in het muziekgebeuren
6 - Wat is cultureel correcte muziek?


1 - Leven van het land

De zelfvoorzieningsgraad in de Belgische landbouw is de laatste decennia sterk toegenomen. Dat blijk uit het pas verschenen boek “Leven van het land. Boeren in België, 1750-2000”. In de periode 1958-1960 was de aardappelproductie goed voor 98 procent van het verbruik, in de periode 1998-2000 was dat al 160 procent. Voor groenten steeg de zelfvoorzieningsgraad in dezelfde periode van 100 naar 128 procent, voor vlees van 98 naar 182 procent, voor eieren van 111 naar 132 procent en voor witte suiker van 116 naar 197 procent. Het rendement is enorm gestegen want het landbouwareaal nam af. Het aantal bedrijven verminderde op veertig jaar tijd met ruim driekwart, maar de gemiddelde grootte nam sterk toe. Terwijl in 1959 nog maar één op 100 bedrijven minstens 50 hectare groot was, is dat in 2000 het geval voor 18 op 100 bedrijven. In 1959 hadden 44 op 100 boerderijen een oppervlakte van minder dan 5 hectaren, tegen 17 op 100 in 2000. Zonder mechanisering, geen schaalvergroting. In 1950 zwoegden nog 215.000 landbouwpaarden op onze velden, veertig jaar later bleef daar slechts een fractie van over. Tractoren namen de plaats in van de trekpaarden.
“Leven van het land. Boeren in België, 1750-2000” verscheen bij Uitgeverij Davidsfonds te Leuven en is van de hand van een aantal landbouwdeskundigen onder leiding van Yves Segers (Interfacultair Centrum voor Agrarische Geschiedenis, K.U.Leuven) en Leen Van Molle (Departement Geschiedenis, K.U.Leuven). Voor de cijfergegevens werd onder meer geput uit de landbouwtellingen en landbouwenquêtes van het NIS. De lezer krijgt op een bevattelijke manier inzicht in 250 jaar veranderingen op het veld, in de stal en op zijn bord.
Leven van het land. Boeren in België (1750-2000)
Het Landbouwportaal

2 - Ik denk dat ik ‘anders’ ben (1)

Autisme is een ontwikkelingsstoornis met een kenmerkend patroon op drie gebieden: de omgang met anderen, een probleem met communicatie en het beperkt reservoir aan interesses en activiteiten. Hoewel autisme altijd heeft bestaan, is het toch een relatief recente diagnose. Nog niet zo lang geleden ontdekten onderzoekers van de John Hopkins University School of Medicine in Baltimore dat het immuunsysteem van autisten ontstekingen veroorzaakt in de hersenen. “ Deze verbindingen bevestigen de theorie dat het immuunsysteem een belangrijke rol speelt bij autisme, al weten we nog niet of die rol goed of slecht is, of allebei ”, zegt Dr. Carlos Villamizar.
Hoeveel mensen er in ons land een stoornis uit het autismespectrum hebben is moeilijk te achterhalen. Voorafgaand aan de diagnose is eerst een goede ‘screening’ noodzakelijk. Op vraag van de Centra voor Leerlingenbegeleiding en in samenwerking met de Vlaamse scholen heeft de Gentse hoogleraar Prof. Roeyers in 2001 bij 5.402 kleuters een screening uitgevoerd. Daaruit bleek dat er 152 kinderen, of bijna 3 procent een hoge score behaalden. Daarvan waren er 49 procent meisjes en 51 procent jongens. Na doorverwijzing naar een gespecialiseerd centrum werden in voornoemde groep 23 procent kinderen gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en 19 procent kinderen met een andere stoornis. Volgens dit onderzoek zouden autismestoornissen voorkomen bij ruwweg 1 op 165 mensen (ongeveer 60 op 10.000). Dat cijfer is veel hoger dan de 5 op 10.000 die vroeger werden aangenomen en komt overeen met het percentage dat genoemd wordt in internationale studies. De hogere cijfers zijn vooral te verklaren door een betere detectie en diagnostiek en een verbreding van de definities en criteria.
Vlaamse Vereniging Autisme
Het Gezondheidsportaal

3 - Ik denk dat ik ‘anders’ ben (2)

Cijfers van het COS (Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen) van Gent en de campus AZK (Algemeen Ziekenhuis Kinderen) van de VUB bevestigen de stijgende tendens. In het diagnosecentrum van Gent, dat zich beperkt tot het onderzoeken van kleuters, werden er in 2000 bij 62 hummeltjes autismespectrum stoornissen vastgesteld. Het jaar daarop was dit aantal reeds toegenomen tot 81. In 2002 kregen 131 kleuters de diagnose autisme. In 2003 was het aantal opgelopen tot 136 en tot begin december 2004 waren er 152 kleuters met een vorm van autisme. Ook in Brussel was dit aantal tussen 2000 en 2003 met bijna 16 procent gestegen.
De aanmeldingsstroom van ouders met autistische kinderen met vraag voor thuisbegeleiding is eveneens aanzienlijk. Volgens directeur Aelvoet van ‘Tanderuis’, de thuisbegeleidingsdienst voor West- en Oost-Vlaanderen, waren er in 2004 850 gezinnen in begeleiding en hebben er zich al 730 nieuwe aangemeld. En hoewel er in ons land reeds heel wat initiatieven werden genomen om aangepast onderwijs te bieden, kunnen jongeren met autisme niet makkelijk toegang krijgen tot scholen met een dergelijk onderwijsaanbod. Gezinnen moeten gemiddeld zes maanden tot meerdere jaren wachten vooraleer ze toegang krijgen tot aangepast onderwijs.
Steunpunt expertise netwerken
Het Gezondheidsportaal
Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap

4 - De armste provincie van het land wordt rijker

Het bruto binnenlands product - afgekort bbp - van Wallonië nam in 2002 met 3,9% toe, terwijl het bbp in Vlaanderen slechts met 3,3% groeide. Dat blijkt uit cijfers die IWEPS (Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique) zopas publiceerde in zijn “Les Chiffres-Clés de la Wallonie N°4”.
Het bbp is de som van alles wat op een jaar tijd of tijdens een trimester wordt geproduceerd aan goederen en diensten binnen de grenzen van een land (of regio).
Ook als men de toename van het bruto nationaal inkomen per inwoner als maatstaf neemt, klopte het Waalse Gewest (+3,5%) het Vlaamse Gewest (+2,9%). Toch gaapt er nog steeds een aanzienlijke kloof tussen het noorden en het zuiden van het land.
Het bbp per inwoner bedroeg 18.671 euro in Wallonië tegen 25.329 euro in het noorden, wat neerkomt op een verschil van 36%. (Het bbp werd hier uitgedrukt in kkp of koopkrachtpariteit, een afgeleide van het bbp die rekening houdt met de verschillen in koopkracht in de verschillende regio’s en landen).
Van de vijf Waalse provincies is Waals-Brabant de meest welvarende. Met een bbp per inwoner van 24.474 euro benadert deze provincie het bbp van Vlaanderen. In de andere provincies schommelt het bbp per inwoner tussen 16.506 euro (Henegouwen) en 18.884 euro (Luik). Maar het was wel Henegouwen dat in 2002 de grootste vooruitgang maakte (+3,6%).
Les Chiffres-Clés de la Wallonie

5 - Modes in het muziekgebeuren

Op geregelde tijdstippen peilt de Onderzoeksgroep TOR (Tempus Omnia Revelat) van de VUB naar de muziekvoorkeuren van onze jeugd. De onderzoeken hadden betrekking op de periodes 1996-1997, 1999-2000 en 2002. Socioloog Frank Stevens van de VUB vergeleek de drie recentste bevragingen en vat voor ons samen: “Eén van de belangrijkste vaststellingen is de snelle groei van de populariteit van genres als rap/hiphop en R&B in de periode 1996-2002. In 2002 zijn deze genres uitgegroeid tot de toonaangevende muziekstijlen bij jongeren. Rock, alternatieve rock, grunge en punk kenden een dipje in hun populariteit in 1999-2000, maar hebben sindsdien aan populariteit herwonnen. Rock hoort, samen met rap en R&B, tot de top drie van de populairste muziekgenres bij jongeren in 2002. In de periode 1996-2002 zien we ook dat de populariteit van heavy metal en hardrock gestaag stijgt. Oudere genres zoals muziek uit de jaren 60, muziek uit de jaren 70, maar vooral klassieke muziek verliezen aan populariteit bij jongeren. House en techno waren in 1999-2000 de populairste muziekgenres onder jongeren, maar hebben sindsdien aan populariteit ingeboet. Gabber en trance zijn opgenomen in de bevragingen van 1999-2000 en 2002. Ook hier zien we een afname van de populariteit. Deze dalende populariteit kan deels toegeschreven worden doordat deze genres de laatste jaren in diverse subgenres zijn uiteengevallen. In de bevraging van 2002 hebben we ook genres als triphop, drum ‘n bass en lounge opgenomen. Lounge was weinig bekend bij de ondervraagde jongeren en van degene die het kenden, konden slechts 1 op 5 het appreciëren. Triphop, drum ‘n bass en breakbeat waren meer gekend en meer dan de helft van de jongeren apprecieerden deze genres.”
Muziekgenres (Yahoo!)
Muziekgenres (Open Directory Project)
Muziekgenres (Google)
Muziekgenres (Allrecordlabels.com)
Muziekgenres (Faxt-index)
Muziekgenres (Wikipedia)
Interessante sites over muziek

6 - Wat is cultureel correcte muziek?

Houden jongens van dezelfde muziekgenres als meisjes? Deze vraag werd onderzocht door sociologe Wendy Smits van de Onderzoeksgroep TOR (Tempus Omnia Revelat) van de VUB. “Hitparade- en filmmuziek, wereldmuziek, seventies, sixties en eighties muziek, maar vooral R&B zijn populairder bij meisjes dan jongens,” zegt Smits. “Techno, trance, drum ‘n bass, heavy metal, hard rock, skatemuziek en punk zijn in de laatste bevraging duidelijk populairder onder jongens dan meisjes.” Uiteraard is er ook een relatie tussen sociaal-economische klasse en muzikale voorkeuren. Wendy Smits: “Je kan de stijlen ordenen volgens de sociaal-economische achtergrond van de ouders (opleiding, netto-inkomen en beroepsstatus bevraagd bij de ouders) van de jongeren die de stijl goed vinden. Op basis van deze ordening kan je besluiten dat genres als folk, kleinkunst, jazz, blues, klassieke muziek, Frans chanson, wereldmuziek, muziek uit de jaren 60 en 70, maar ook alternatieve gitaarrock en Vlaamse rock eerder goed bevonden worden door jongeren uit de hogere sociale milieus. House, techno, maar vooral gabber zijn vooral populair bij jongeren uit lagere sociale milieus.” Vandaar dat sommige sociologen spreken over “cultureel correcte” muziek.
Maatschappelijke participatie van jongeren. Bewegen in de sociale, vrijetijds- en culturele ruimte
Binnenlandse hitlijsten

 

 

6minutes belgië ontcijferd # 12 van 10/01/2005
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

 


 

In deze editie:
1 - Youssef leeft gezonder dan Jules
2 - Youssef leeft gezonder dan Jules (2)
3 - Vlaamse leerlingen behalen goede punten
4 - Vlaamse leerlingen behalen goede punten (2)
5 - Vlaamse leerlingen behalen goede punten (3)
6 - Zijn jongens sterker in wiskunde en meisjes beter in leesvaardigheid ?


1 - Youssef leeft gezonder dan Jules

De sterftecijfers van niet-Belgische Brusselaars liggen duidelijk lager dan die van de Brusselaars met Belgische nationaliteit. Dat blijkt uit de Brusselse Gezondheidsindicatoren 2004, die onlangs werden gepubliceerd door het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn. Het is overigens geen typisch Belgisch of Brussels verschijnsel. Ook in andere Europese landen en bij de Spaanse bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten werden dezelfde vaststellingen gemaakt. Deze paradoxale situatie - een belangrijk percentage van migranten in Brussel leeft immers in ongunstige sociaal-economische omstandigheden - gaat enkel op voor volwassenen. Zo treft de perinatale sterfte in Brussel op zeer ongelijke manier de baby’s van verschillende sociale groepen en nationaliteiten. Baby’s van Turkse en Marokkaanse moeders of van moeders afkomstig uit subsaharisch Afrika lopen een groter risico om te sterven in de perinatale periode dan Belgische baby’s (60 tot 75 procent hoger risico).
Het mortaliteitsvoordeel geldt dus niet voor kinderen en ook niet voor adolescenten (jongens) tot 20 jaar. Nadien liggen de sterftecijfers bij de niet-Belgische volwassenen een derde tot de helft lager dan bij de Belgische bevolking.
Gezondheidsindicatoren 2004
Het Gezondheidsportaal

2 - Youssef leeft gezonder dan Jules (2)

De verschillen in mortaliteit tussen Belgische en niet-Belgische Brusselaars verschillen naargelang de doodsoorzaken. Zo liggen bij niet-Belgische mannen de sterftecijfers lager wat betreft longkanker, ischemische hartziekten en diabetes. Bij niet-Belgische vrouwen werd een lager sterftecijfer vastgesteld voor longkanker en borstkanker. De zelfmoordcijfers liggen, op elke leeftijd, lager bij niet-Belgen dan bij Belgen (2 tot 3 keer lager). Niet-Belgische kinderen hebben op jonge leeftijd een hoger risico om te overlijden ingevolge een ongeval. Boven de 15 jaar lopen ze dan weer minder risico.
Het gezondheidsrapport vermeldt dat de globale verschillen in sterfte tussen Belgische en niet-Belgische Brusselaars grotendeels worden verklaard door gunstiger levensgewoonten van deze laatste: minder alcoholgebruik, minder vroegtijdig tabaksgebruik, "mediterrane" voeding, voor vrouwen ook frequentere borstvoeding, vroege eerste zwangerschappen, meer zwangerschappen. Zo is bijvoorbeeld het percentage aan alcohol te wijten sterfgevallen vóór de leeftijd van 65 jaar zeer klein bij Marokkaanse mannen in vergelijking met Belgische mannen. “Het is noodzakelijk om te evalueren in welke mate en op welke manier deze gunstige levensstijlfactoren al dan niet behouden blijven in de volgende generaties,” zo besluiten de auteurs van het rapport nog.
Gezondheidsindicatoren 2004
Het Gezondheidsportaal

3 - Vlaamse leerlingen behalen goede punten

Om de drie jaar organiseert de OESO in meer dan veertig landen een grootschalig onderzoek naar de opgedane kennis en vaardigheden bij 15-jarige leerlingen, PISA. PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Het project wordt in België uitgevoerd en gecoördineerd door de Vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent en de Afdeling Experimentele Onderwijskunde van de Universiteit van Luik. Het laatste onderzoek vond plaats in 2003. Uit de resultaten blijkt dat ons land het lang niet slecht doet. Van de 41 deelnemende landen eindigt België achtste in wiskunde (5,8 procent boven het OESO-gemiddelde), veertiende in wetenschappen (1,8 procent boven het OESO-gemiddelde), elfde in leesvaardigheid (2,7 procent boven het OESO-gemiddelde) en tiende als het gaat om “probleemoplossen” (5,1 procent boven het OESO-gemiddelde). Vlaanderen scoort nóg beter. Onze Vlaamse bollebozen zijn primus in wiskunde, vijfde in wetenschappen, derde in leesvaardigheid en vierde in het probleemoplossen.
”Het domein probleemoplossen heeft als doel de vaardigheden van leerlingen bij het oplossen van problemen die men niet onder één domein (bijvoorbeeld “wiskunde”, “lezen” of “wetenschappen”) kan plaatsen, te onderzoeken,” legt onderzoekster Inge De Meyer van de Universiteit Gent uit. “We testen of leerlingen in een complexe, levensechte situatie een probleem kunnen detecteren en verhelpen. Om de oplossing te bereiken, moeten leerlingen denkprocessen uit de verschillende domeinen combineren.”
Een voorbeeld van een vraag uit dit domein is het inrichten van de slaapzalen bij een schooluitstap.
Kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen
PISA-homepage

4 - Vlaamse leerlingen behalen goede punten (2)

Wat zijn de meest verrassende conclusies uit het onderzoek? Inge De Meyer: “We verwachtten wel dat de Vlaamse resultaten voor wiskunde goed tot zeer goed zouden zijn, maar dat we de absolute top zouden halen en landen zoals Korea en Japan, die vorige keer op hetzelfde niveau als ons presteerden, achter ons zouden laten, kwam aan als een verrassing... Eveneens verrassend was dat we op alle subschalen bij wiskunde zo goed scoorden.”
Het gaat om “vorm en ruimte” (=meetkunde), “relaties en verandering” (=algebra), “hoeveelheid” (=getallenleer) en “onzekerheid” (=statistiek en kansberekening). In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, dat zeer goed presteert op de subschalen “relaties en verandering” en op “onzekerheid” en minder op “vorm en ruimte” en “hoeveelheid”, bevinden de Vlaamse resultaten zich op alle vier de subschalen in de absolute topgroep.
“Vooral onze hoge positie op onzekerheid heeft ons verrast, “ gaat Inge De Meyer verder. “Statistiek en kansberekening krijgen in het Vlaamse wiskundecurriculum van 15-jarigen minder aandacht dan in sommige andere landen, maar zelfs hier halen we na Hongkong de tweede plaats. Onze leerlingen kunnen dus ook met minder vertrouwde wiskundige contexten succesvol omgaan.”
Kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen
PISA-homepage

5 - Vlaamse leerlingen behalen goede punten (3)

Dat Belgische en Vlaamse schoolkinderen zulke goede prestaties afleveren, is vertrouwenwekkend, maar het betekent niet dat er geen enkel probleem is. Eén van de knelpunten is het grote prestatieverschil tussen de sterke en de zwakke leerlingen. Onze groep “zwakste” leerlingen scoort gemiddeld op hetzelfde niveau als de soortgelijke groep in de meeste andere landen; onze groep “sterkste” leerlingen behaalt daarentegen gemiddeld een niveau dat in geen enkel land geëvenaard wordt. Hierdoor ontstaat er een zeer groot puntenverschil tussen de beide groepen. Voor België is dat verschil zelfs groter dan in om het even welk ander deelnemend land.
Een ander knelpunt uit PISA blijkt de grote invloed van de thuistaal. “Leerlingen die thuis een taal spreken die niet de taal van de testafname (of een andere officiële landstaal of een variant dialect) is, scoren in alle landen minder goed dan leerlingen die thuis wel de testtaal spreken,” aldus Inge De Meyer. “In geen enkel land is het verschil tussen de twee groepen echter zo groot als in het Vlaams Gewest: in Vlaanderen scoren de 15-jarigen die thuis dezelfde taal spreken als de taal van testafname (dus Nederlands of een andere officiële taal of nationaal dialect) 119 punten hoger dan leerlingen die thuis een andere taal spreken. Vlaamse leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, hebben dus duidelijk een achterstand. Met deze gegevens moet met enige omzichtigheid omgegaan worden, want het percentage Vlaamse leerlingen dat thuis geen Nederlands of een andere officiële taal of nationaal dialect spreken, is zeer klein (minder dan 4 procent). De thuistaal van de leerlingen kan niet zomaar als criterium gebruikt worden om uitspraken te doen over autochtonen en allochtonen. In de groep van leerlingen die thuis dezelfde taal spreken als de testtaal zitten ook de Nederlandse leerlingen die in Vlaanderen onderwijs volgen. Anderzijds zijn er leerlingen uit eerste-generatiegezinnen en migrantengezinnen die thuis Nederlands spreken. Het grote puntenverschil wordt opnieuw beïnvloed door de uitzonderlijk hoge prestaties van onze Vlaamse leerlingen in het algemeen. Onze groep leerlingen die thuis een andere taal spreken dan de testtaal behalen een gemiddelde prestatie die gelijklopend is aan de prestaties van de groep “anderstalige” leerlingen in de andere landen, maar onze groep leerlingen die thuis wel de testtaal spreken scoren opnieuw uitzonderlijk hoog.
Kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen
PISA-homepage

6 - Zijn jongens sterker in wiskunde en meisjes beter in leesvaardigheid ?

De verschillen tussen jongens en meisjes bij Vlaamse 15-jarigen zijn al bij al beperkt, zo blijkt uit het PISA-onderzoek. De leesvaardigheid van meisjes is groter dan die van jongens (plus 5,4 procent) maar jongens zijn dan weer iets beter in wiskunde (plus 2,7 procent) en wetenschappen (plus 1,5 procent) dan meisjes. Voor probleemoplossen liggen de scores ongeveer even hoog.
Verloopt de ontwikkeling van meisjes sneller dan die van jongens? Inge De Meyer geeft een genuanceerd antwoord: “Voor zover ik zicht heb op dergelijke gegevens zou ik niet zozeer spreken in een snellere versus tragere ontwikkeling tussen jongens en meisjes, maar eerder van een ander soort ontwikkeling. Het is ontwikkelingspsychologisch “aangetoond” dat meisjes zich sneller ontwikkelen dan jongens (ze zijn vroeger rijp, gedragen zich vlugger volwassen,...) maar daarnaast bestaan er heel wat andere verschillen tussen jongens en meisjes die hun prestaties eveneens kunnen beïnvloeden. Zo zullen meisjes zich vlugger onderwerpen aan gezag en werken ze meestal netter en meer geordend dan jongens, gedragingen die in een onderwijscontext gewaardeerd en ook vaak beloond worden.”
Uit het PISA-onderzoek blijkt dat het voor alle landen geldt dat jongens op het vlak van wiskunde beter zijn dan meisjes, terwijl in dezelfde leeftijdsgroep meisjes hun mannelijke collega’s overtroeven op het vlak van leesvaardigheid. Het verschil tussen jongens en meisjes voor wiskunde komt ook terug in het TIMSS-onderzoek. (TIMSS is de afkorting van Trends in International Mathematics and Science Study.) Jongens uit het vierde leerjaar Lager Onderwijs haalden een gemiddelde wiskundescore in TIMSS 2003 van 552, terwijl de meisjes 549 punten scoorden. In het tweede leerjaar Secundair Onderwijs bedroeg dit puntenverschil 10 punten: 542 voor de jongens tegen 532 voor de meisjes. Het is dus in theorie mogelijk dat jongens beter zijn in wiskunde en dat dit verschil zich meer en duidelijker manifesteert naarmate ze ouder worden en dat bij meisjes zich hetzelfde voltrekt op taalvlak...
”Persoonlijk zou ik de hypothese dat jongens sterker zijn in wiskunde en meisjes sterker in leesvaardigheid niet zomaar durven verdedigen,” waarschuwt Inge De Meyer. “Er zijn mijns inziens nog een aantal andere factoren die dergelijke verschillen kunnen beïnvloeden. Zo kiezen jongens in de loop van hun onderwijsloopbaan misschien vaker wiskunderichtingen dan meisjes. Als dit het geval is, dan zullen er in de steekproef meer jongens zitten die vele uren wiskunde per week hebben dan meisjes, wat ongetwijfeld een gevolg zal hebben op het prestatieverschil. Misschien is er ook een groot verschil in de manier waarop jongens en meisjes studeren… Als de studiemethode die jongens gebruiken efficiënter zou zijn voor het leren van wiskunde dan de methode van meisjes, kan het prestatieverschil hiervan een gevolg zijn en niet van verschillen in de ontwikkeling of aanleg.”
Kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen
PISA-homepage
TIMSS-homepage


in samenwerking met het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)

Redactie: Erik Vloeberghs
Reacties en persberichten: editor@6minutes.net