|

6minutes.net is een
gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant
via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek
interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.
GRATIS
abonnement
OVERZICHT van
alle titels
BEHEER
uw adres: opzeg,
adreswijziging, taal
JAARREKENINGEN
- databank
ARCHIEF van
eerder verschenen edities
Uw PRIVACY
ADVERTEREN
in 6minutes.net
1minute ADVANTAGE
6minutes OP
UW SITE
KALENDER
CONTACT
E-zines
EN FRANCAIS
6minutes.net is een
uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt -
antispam-maatregel)
Domeinnaam registratie & webhosting via
Register.be

|
6minutes belgië
ontcijferd # 11 van 6/12/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
In deze editie:
1 - Nog steeds loonverschillen tussen mannen en vrouwen
2 - ... en de verklaring?
3 - Rap en hip hop populairste muziekgenre bij jongeren
4 - Het gevecht met de inbox (1)
5 - Het gevecht met de inbox (2)
6 - Hoe sportief zijn de Fransen ?
1
- Nog steeds loonverschillen tussen mannen en vrouwen
|
Een recent onderzoek van het HR
Kenniscentrum van SD WORX toont aan dat vrouwen in 2004 gemiddeld 4,7
procent minder verdienen dan hun mannelijke collega's voor eenzelfde
functie. Vooral in de leeftijdscategorie 50 jaar en ouder lopen de
verschillen op. Vrouwen van vijftig en meer verdienen gemiddeld bijna
een tiende (9,6 procent) minder dan hun mannelijke leeftijdsgenoten. De
verschillen nemen toe naarmate het functieniveau stijgt. Bij
directiefuncties en bij het hoger en middenkader zien we
salarisverschillen van 9,2 procent; bij de bedienden en het lager kader
bedraagt de loonkloof gemiddeld nog 4,4 procent. Toch is er hoop voor de
vrouwen: bij jonge werknemers zijn de loonverschillen kleiner. Zo
verdienen vrouwelijke bedienden van 25 tot 29 jaar slechts 3,1 procent
minder dan hun mannelijke collega's.
Vrouwelijke
bedienden verdienen 4,7 procent minder dan mannen voor eenzelfde functie
|
2
- ... en de verklaring?
|
Maar bestaan er geen objectieve
redenen die de loonverschillen tussen mannen en vrouwen verklaren? De
bedrijfswereld opereert op nogal rationele wijze; misschien zijn er dus
ook rationele redenen voor het verschil in wedde. Eén van de mogelijke
deelverklaringen is het hoger arbeidsverzuim van vrouwen. Het absenteïsme
van vrouwelijke bedienden bedroeg in 2003 6,85 procent, dat van
mannelijke bedienden slechts 3,2 procent. Dat is nog niet de helft.
Misschien houden werkgevers daar rekening mee?
Lorenzo Andolfi van SD WORX: "Het verzuimpercentage ligt wel hoger
bij vrouwen, maar of de werkgever daar nu bij de beloning rekening mee
houdt, zou ik niet durven beweren. Uit ons onderzoek stellen we alleen
vast dat vrouwen op een bijna consistente manier minder verdienen dan
mannen voor wat betreft het vaste loon. Kunnen we spreken van
discriminatie? Vermoedelijk wel, maar eigenlijk zouden we binnen
eenzelfde onderneming moeten controleren of een man, die exact hetzelfde
doet als zijn vrouwelijke collega van dezelfde leeftijd en met dezelfde
ervaring, al dan niet meer verdient. Het loonverschil van 4,7 procent
procent houdt rekening met de job en leeftijd, maar dit betekent niet
dat er in elke onderneming een loonverschil van 4,7 procent bestaat. Het
is een cijfer dat over de ondernemingen heen berekend werd."
Aan een verschil in onbetaalde overuren kan het volgens Lorenzo Andolfi
moeilijk liggen: "Dat lijkt me eerder onwaarschijnlijk. Uit de
databank van het Sociaal Secretariaat van SD WORX, waarin gegevens
zitten van 400.000 individuen, blijkt dat in 2003 het aantal betaalde
overuren bij mannen hoger lag dan dat bij vrouwelijke bedienden.
Bovendien bleek uit ander onderzoek bij 3.000 werknemers dat het aandeel
werknemers dat overuren betaald krijgt bij vrouwen lager ligt dan bij
mannen. Op het aantal onbetaalde extra uren dat iemand klopt, hebben we
geen zicht. Ik kan deze stelling dan ook niet bekrachtigen."
In het onderzoek werden ongeveer tachtig verschillende bediendenfuncties
onder de loep genomen. Enkel het salaris dat een bediende elk jaar vast
uitbetaald krijgt, werd hierbij in beschouwing genomen. Het variabele
loon en de extralegale voordelen werden niet onderzocht.
Arbeidsverzuim in
de privé-sector
|
3
- Rap en hip hop populairste muziekgenre bij jongeren
|
Uit onderzoek van de
Onderzoeksgroep TOR (Tempus Omnia Revelat) van de VUB blijkt dat rap en
hip hop in 2002 het populairste muziekgenre was bij jongeren van 14 tot
18 jaar. Liefst 73 op 100 jongeren vinden rap en hip hop goed tot zeer
goed. Op de tweede plaats komt soul en R&B, rock volgt op de derde
plaats. House kent een stevige terugval. Ten tijde van het vorige
onderzoek (1999-2000) kwam house nog als populairste muziekvorm uit de
bus, maar in 2002 is house teruggevallen tot een elfde plaats. Eén
kanttekening: in de klassering staan ook nog de verwante muziekstijlen
techno (52 procent van de jongeren houdt hiervan), drum 'n bass (die 51
procent van de jongeren weet te bekoren) en gabber (20,9 procent
liefhebbers). Bijna de helft (46,7 procent) van de 14- tot 18-jarigen
luistert graag naar heavy metal en hard rock. Fusion en lounge wordt
gesmaakt door 22,8 procent, wereldmuziek door 29,8 procent, folk door
15,4 procent, klassieke en licht klassieke muziek door 16,1 procent en
14 procent apprecieert het Frans chanson. Al deze cijfers zijn te vinden
in “Maatschappelijke participatie van jongeren. Bewegen in de sociale,
vrijetijds- en culturele ruimte”, een studie van de hand van Wendy
Smits van de VUB.
Welke functies vervult muziek eigenlijk? Socioloog Frank Stevens, die
eveneens meewerkte aan de studie, legt uit: “Jeugdonderzoek in
Vlaanderen toont aan dat jongeren muziek gebruiken voor verschillende
redenen: om zich te ontspannen, om troost te zoeken of gewoon om de tijd
door te brengen. Natuurlijk vervult muziek ook een sociale functie: het
is een ideaal gespreksonderwerp en helpt om een groepsgevoel te creëren
of om zich juist te onderscheiden van andere jongeren.”
Maatschappelijke
participatie van jongeren
|
4
- Het gevecht met de inbox (1)
|
Het is 14u20, ik heb 17 mails
verstuurd en al 24 “gewone” e-mails en een vijftiental spammails
ontvangen. Mijn inbox zit proppensvol. Een ruwe schatting leert me dat
het om zo’n 6.000 mails moet gaan. Het gevecht met de inbox lijkt op
een neerwaartse spiraal waarbij er alsmaar meer berichten binnenkomen
dan er verwerkt kunnen worden. Waarschijnlijk ben ik lang niet de enige
die in zo’n situatie verkeert. In mei 2004 ondervroeg time-smart, een
bedrijf dat sinds 1991 gespecialiseerd is in time-management, 2.130
personen over hun e-mailgewoonten op het werk.
Enkele vaststellingen: 77,0 procent van de ondervraagden gebruikt
Outlook, 12,9 procent gebruikt Lotus Notes en 10,1 procent werkt met nog
een ander e-mailprogramma (IncrediMail, Eudora...). 66,1 procent van de
respondenten verstuurt 0 tot twintig e-mails per dag. 27,6 procent
verstuurt er tussen de twintig en veertig, 5,0 procent verstuurt tussen
de veertig en zestig e-mails per dag, 1,0 procent verstuurt tussen de
zestig en tachtig e-mails per dag en 0,4 procent zit daar zelfs nog
boven.
Het aantal ontvangen e-mails ligt gemiddeld hoger dan het aantal
verstuurde e-mails. Zo ontvangt 39,3 procent dagelijks tussen de 0 en
twintig e-mails, 41,5 procent ontvangt er twintig tot veertig, 13,2
procent tussen de veertig en zestig, 3,0 procent tussen de zestig en
tachtig en eveneens 3,0 procent méér dan tachtig.
time-smart
|
5
- Het gevecht met de inbox (2)
|
Is het niet vreemd dat mensen méér
e-mails ontvangen dan ze er versturen? Tom Jacobs van time-smart legt
uit: “Eigenlijk schuilt het probleem van de inbox vaak in de outbox,
t.t.z. de manier waarop we zelf met het medium omgaan. Denk maar aan
funmail. Hoe meer funmail je doorstuurt, hoe meer je er in retour
ontvangt. En wie antwoordt op spammail en kettingbrieven, geeft
eigenlijk enkel aan dat zijn e-mailadres inderdaad actief is, met als
gevolg nóg meer spam. Maar evenzo: als je niet oplet, is je bericht al
weg voor je de bijlage had toegevoegd (vergissingen); als je een bericht
aan meer dan één bestemmeling stuurt, is elk van hen geneigd te
antwoorden (onduidelijke communicatie). Als je niet duidelijk aangeeft
van wie je welke actie verwacht, is de kans groot dat ze het naar elkaar
beginnen door te schuiven met alle weg-en-weer-gemail vandien
(afschuifgedrag).”
91 procent van de respondenten heeft de indruk dat het aantal e-mails
dat ze versturen, ontvangen en in de inbox hebben, het laatste jaar nog
is gestegen,” aldus het rapport van time-smart. Het gaat dus nóg
erger worden! “Niet noodzakelijk”, aldus Tom Jacobs, die erop
aandringt dat medewerkers op teamniveau werk maken van het uitwisselen
van tips en ervaringen in verband met e-mail. Tegelijk zou ook op
bedrijfsniveau meer werk moeten gemaakt worden van het
“expliciteren” van een e-mailpolicy en gedragsregels. Uit de enquête
blijkt voorts nog dat 98 procent van de respondenten meermaals per dag
zijn e-mails nakijkt. En liefst 20 procent leest zijn mails
onmiddellijk! Volgens time-smart riskeren e-mails op die manier een
prioriteit te krijgen die ze niet verdienen.
“Richtlijnen voor efficiënt e-mailgebruik” is een rapport met info,
tips & tricks en kan gratis gedownload worden van de website van
time-smart. Men dient zich wel eerst even te laten registreren.
time-smart
|
6
- Hoe sportief zijn de Fransen ?
|
Van alle Fransen van 15 tot 75
jaar, verklaren 88 op 100 mannen en 78 op 100 vrouwen aan sport te doen.
Hoe jonger, hoe sportiever. In de leeftijdscategorie van 15 tot 24 doen
liefst 97 op 100 mannen en 86 op 100 vrouwen aan sport. Op latere
leeftijd zakt het aandeel sportievelingen stelselmatig, maar zowel
mannen als vrouwen kennen nog één lichte heropflakkering. Bij mannen
komt die opstoot alleen iets later - gemiddeld als ze tussen de 45 en 54
jaar oud zijn - dan bij vrouwen. Die voelen het opnieuw kriebelen als ze
tussen de 35 en 44 jaar oud zijn. Mannen zijn vaker lid van een
sportclub dan vrouwen.
En welke sporten beoefenen onze zuiderburen? Wandelen (42 procent),
fietsen (35 procent), zwemmen (32 procent), jeu de boules (21 procent),
voetbal (20 procent) en joggen (eveneens 20 procent) worden het vaakst
genoemd door mannen. Bij vrouwen spannen wandelen (53 procent), zwemmen
(34 procent), fietsen (23 procent), gym (21 procent), joggen (10
procent) en skiën (eveneens 10 procent) de kroon. Gym is de meest
“vrouwelijke” sport; van de belangrijke sporten telt ze
verhoudingsgewijs het meeste vrouwelijke beoefenaars. Voetbal is de
meest “mannelijke” sport. Dat blijkt allemaal uit cijfers van INSEE,
het Franse Instituut voor de Statistiek.
Fransen
en sportbeoefening
|
6minutes belgië
ontcijferd # 10 van 8/11/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
In deze editie:
1 - Belgische bevolking stijgt met 45.000
2 - Kantoorbedienden hebben meer hoofdpijn
3 - Geweld in Nederland vervrouwelijkt
4 - De lengte van de Belgische kust
5 - De auto, mijn vrijheid ?
6 - Op reis door de Europese Unie
1
- Belgische bevolking stijgt met 45.000
|
Op 1 juli 2004 telde België
10.417.122 inwoners, zo blijkt uit cijfers van het NIS van de FOD
Economie. Dat zijn er weer bijna 45.000 meer (plus 0,43 procent) dan het
jaar voordien. In Vlaanderen steeg de bevolking met 24.000 eenheden
(plus 0,4 procent), in Wallonië met 13.500 (plus 0,4 procent) en in de
19 Brusselse gemeenten met ruim 7.000 (plus 0,7 procent). Brussel rondde
de kaap van één miljoen en telt nu 1.004.239 inwoners. Het nieuwe
inwonertal van Vlaanderen bedraagt 6.027.395 en dat van Wallonië
3.385.488. In 445 van de 589 gemeenten steeg het bevolkingsaantal, in
142 daalde het en in twee gemeenten, Beernem en Clavier, bleef het
inwonertal ongewijzigd.
Herstappe verloor één vrouw en is met zijn 86 inwoners nog steeds de
kleinste Belgische gemeente. Ook Mesen (969 inwoners) en Daverdisse
(1.339 inwoners) behoren tot de kleinere gemeenten. Antwerpen (met een
inwonertal van 457.319), Gent (229.898), Charleroi (200.983), Luik
(185.608) en Brussel (143.056) zijn de bevolkingsrijkste gemeenten van
het land. De Sinjorenstad kende met 3.147 ook de grootste absolute
bevolkingstoename, gevolgd door de gemeente Brussel (plus 2.069), Gent
(plus 1.417), Sint-Jans-Molenbeek (plus 1.139), Luik (plus 1.134),
Elsene (plus 1.107), Anderlecht (plus 874), Namen (plus 625), Vilvoorde
(plus 623) en Dilbeek (plus 545). Procentueel was de toename het grootst
in Saint-Georges-sur-Meuse (met 3 op 100 bijkomende inwoners), gevolgd
door Martelange, Somme-Leuze, Froidchapelle, Faimes, Attert, Tinlot,
Spiere-Helkijn, Bevekom en Terhulpen.
Leuven verloor tussen 1 juli 2003 en 1 juli 2004 466 inwoners, Kortrijk
425, Verviers 277, Ieper 145, Flémalle 138 en Rixensart 136. De
procentuele afname was het sterkst in Brugelette (verlies van 2 op 100
inwoners). Ook Ouffet, Bièvre, Engis, Zomergem, Herstappe,
Aiseau-Presles, Zuienkerke, Vloesberg en Anhée telden op 1 juli 2004
minder inwoners dan het jaar ervoor.
Bevolking
per gemeente op 1 juli 2004
|
2
- Kantoorbedienden hebben meer hoofdpijn
|
Pijn hebben als gevolg van het
werk (langdurig rechtstaan, intellectuele concentratie, onaangepaste
zithouding…) heeft een belangrijke invloed op de mentale en fysieke
gezondheidstoestand van het individu. Van alle ondervraagde werknemers
verklaart een op drie te lijden aan beroepsgebonden pijn. Daarvan heeft
48 procent rugpijn en 15 procent pijn aan de onderste ledematen of
hoofdpijn. Niet-geschoolde arbeiders klagen vooral over rugpijn.
Geschoolde arbeiders daarentegen voelen meer pijn in de bovenste
ledematen. Kantoorbedienden hebben meer hoofdpijn. Toch probeert meer
dan de helft (58 procent) van de actieve bevolking normaal verder te
werken. Een op vijf neemt snel een geneesmiddel of probeert zicht te
ontspannen zonder het werk te onderbreken en een op tien neemt een
pauze. Slechts 3 procent van de werknemers stapt naar huis.
Uit de cijfers valt tevens op te maken dat 15 procent van de
respondenten van mening is dat het probleem door de onderneming ernstig
wordt genomen. 27 procent spreekt van een totale miskenning en 16
procent heeft het over ‘verwaarlozing’ van het probleem.
Dit alles blijkt uit cijfers van een onderzoek uitgevoerd door het
Onderzoeksinstituut INRA in opdracht van de Pain Advisory Board (PAB).
De Belgische site
over pijn
|
3
- Geweld in Nederland vervrouwelijkt
|
De Nederlandse politie verhoorde
in 2003 347.000 verdachten in verband met een misdrijf. Het aantal
verdachten per hoofd van de bevolking steeg van 20,8 per duizend in 1998
naar 26,2 per duizend in 2003, zo blijkt uit berekeningen van het
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bijna negen op tien gehoorde
verdachten zijn mannen maar vrouwen - en dan vooral minderjarige - zijn
aan een inhaaloperatie bezig. Per hoofd van de bevolking steeg het
aantal verdachte vrouwen sterker dan het aantal verdachte mannen. Het
aantal meerderjarige mannelijke verdachten per hoofd van de bevolking
steeg in de periode 1998-2003 met 25 procent, het aantal meerderjarige
vrouwelijke verdachten met 38 procent. Geteld werden alle misdrijven,
zowel misdrijven op het gebied van vermogen, vernieling en geweld als
verkeers-, drugs- en vuurwapendelicten. Nog groter is het verschil in
ontwikkeling tussen de aantallen jongens en meisjes die verdacht werden
van een misdrijf: het aantal gehoorde verdachte meisjes per hoofd van de
bevolking steeg met 48 procent, terwijl het aantal verdachte jongens
“slechts” met 14 procent toenam.
Op het gebied van criminaliteit zijn minderjarige vrouwen bezig met een
inhaalslag die rond 1980 begon. In 2003 wordt nu een voorlopig
hoogtepunt bereikt met 16 verdachte meisjes op 100 verdachte jongeren.
In vergelijking met het begin van de jaren zestig is het aandeel van de
meisjes in de totale jeugdcriminaliteit verdubbeld. Het aandeel van
meisjes in de geweldsdelicten en vernielingen is sinds 1960 zelfs
verdrievoudigd. Waarschijnlijk is dit niet het soort emancipatie waar
men in Nederland op zit te wachten.
Verhoorde
verdachten volgens geslacht en soort misdrijf
|
4
- De lengte van de Belgische kust
|
Hoe lang is de Belgische kust ?
Wel, die vraag is niet zomaar te beantwoorden. De zeegrens kan namelijk
op drie manieren berekend worden, en de drie berekeningswijzen
resulteren in drie verschillende uitkomsten. De Belgische kust is ofwel
72,3 km, ofwel 66,6 km ofwel 65,3 kilometer lang.
De eerste optie is de lengte meten van de kromme van niveau 0 op basis
van de tweede algemene waterpassing - niveau 0 komt overeen met het
gemiddeld zeeniveau bij eb - waarbij rekening gehouden wordt met de
haven van Zeebrugge. De kust is dan 72,3 km lang. De tweede optie:
hetzelfde, maar géén rekening houden met de haven van Zeebrugge. De
lengte van de Noordzeekust bedraagt dan nog 66,6 km. Kiest men voor de
derde optie, dan wordt onze kust nog wat korter. Men meet dan de rechte
tussen de twee uiterste punten van de Belgische zeegrens. Dat levert een
kustlijn van 65,3 km op.
Lengte van de
landsgrenzen
|
5
- De auto, mijn vrijheid ?
|
In 2003 nam de verkeersdrukte
opnieuw met 0,4 procent toe. Het aantal afgelegde voertuigen-kilometer
nam sterker toe op autosnelwegen (plus 0,8 procent) en gemeentewegen
(plus 0,5 procent) dan op gewest- en provinciewegen (plus 0,2 procent).
Er zijn ook regionale verschillen. In het Waals Gewest nam de
verkeersintensiteit met 1,3 procent toe, in Vlaanderen was er ongeveer
een status-quo (min 0,1 procent) en in het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest daalde het aantal afgelegde kilometer met 0,9 procent. Snelwegen
krijgen meer dan een derde van het totale verkeer te slikken (34
procent), gewest- en provinciewegen 43 procent en gemeentwegen de
resterende 23 procent.
Het overgrote deel van de weggebruikers bestaat uit personenwagens. Ze
zijn goed voor 84,1 procent van de totaal afgelegde kilometers,
vrachtwagens en trekkers voor 14,4 procent, motorrijwielen voor 1,1
procent en autobussen en autocars voor 0,7. Belgische personenwagens
legden in 2003 gemiddeld 15.039 kilometer af op onze wegen. In 1985 was
dit nog 12.493 kilometer of 20,4 procent minder!
De gegevens zijn afkomstig van de FOD Mobiliteit en Vervoer en werden
verder verwerkt door het NIS van de FOD Economie.
Het Mobiliteitsportaal
|
6
- Op reis door de Europese Unie
|
De Europese Commissie publiceerde
een overzichtelijke brochure voor het grote publiek met actuele cijfers
en grafieken, “Belangrijke feiten en cijfers over de Europese Unie”.
Daaruit blijkt onder meer dat de EU meer dan viermaal zo dicht bevolkt
is als de Verenigde Staten en ongeveer veertigmaal zo dicht als Canada.
De bevolkingsdichtheid zet het milieu en de natuurlijke rijkdommen onder
druk, wat een van de redenen is waarom duurzame ontwikkeling
tegenwoordig hoge prioriteit heeft. Alle EU-landen zijn de afgelopen
tien jaar welvarender geworden en de levensstandaard van hun burgers is
merkbaar gestegen. Met name Ierland, een land dat relatief arm was toen
het toetrad tot de EU, heeft een opvallend grote vooruitgang geboekt.
Dat is mee te danken aan de hulp van de Europese Unie. Verwacht wordt
dat ook de landen die zich in 2004 bij de EU hebben aangesloten een
vergelijkbare sprong voorwaarts zullen maken. Naarmate burgers van de EU
welvarender worden, geven zij meer geld uit en dat is gunstig voor het
Europese bedrijfsleven. Uitgedrukt in KKS („koopkrachtstandaard“,
een indicator die een zo betrouwbaar mogelijk beeld geeft van de
levensstandaard in de verschillende landen) per inwoner is België
momenteel het zesde rijkste land van de Europese Unie. Alleen Luxemburg,
Ierland, Denemarken, Nederland en Oostenrijk gaan ons nog vooraf.
De afgelopen dertig jaar is het opleidingsniveau van de EU-bevolking als
geheel voortdurend gestegen. Vrouwen, die een generatie geleden nog een
lager opleidingsniveau hadden dan mannen, hebben de achterstand nu
ingehaald of zijn mannen zelfs voorbijgestreefd.
Uit een in december 2000 gehouden onderzoek kwam naar voren dat 53
procent van de Europeanen zegt minstens één Europese taal te spreken
naast zijn of haar moedertaal, terwijl 26 procent beweert twee vreemde
talen te spreken. Naast hun moedertaal kennen Europeanen vooral Engels
(41 procent), Frans (19 procent), Duits (10 procent), Spaans (7 procent)
en Italiaans (3 procent).
Belangrijke
feiten en cijfers over de Europese Unie
|
6minutes
belgië ontcijferd # 9 van 11/10/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
Deze editie is verzonden naar 5415 abonnees
In deze editie:
1 - Weekeffecten…
2 - … en dageffecten in de Koningin Elisabethwedstrijd
3 - Over arbeid en arbeidskrachten
4 - Buitenlandse handel België groeit minder
5 - België, een open land
6 - De kunst van het reizen
1
- Weekeffecten…
|
De Koningin Elisabethwedstrijd
geldt als een van de belangrijkste muziekwedstrijden ter wereld.
Beurtelings is ze voorbehouden aan viool, piano en zang. De
VUB-onderzoekers Bruno Heyndels en Kristien Werck publiceerden in het
muziekblad Contra. een driedelige analyse van de uitslagen van de 24
wedstrijden voor piano en viool die tussen 1956 en 2003 werden
georganiseerd. Uit hun cijfers blijkt dat vrouwen gemiddeld slechter
geklasseerd worden dan mannen, dat de keuze van het vrije muziekstuk een
rol speelt en dat er zich bovendien een “weekeffect” en een nog
sterker “dageffect” manifesteert.
De finale vindt plaats tijdens zes opeenvolgende dagen met telkens twee
kandidaten per dag. Hoewel de volgorde van aantreden van de twaalf
muzikanten bij lottrekking gebeurt en dus puur willekeurig is, stelt men
toch vast dat finalisten die later in de week aantreden, systematisch
hoger gerangschikt worden dan finalisten die vroeger in de week voor het
voetlicht treden (het “weekeffect”). Kandidaten die de wedstrijd
openden, eindigden gemiddeld 8,81ste (op twaalf kandidaten). Kandidaten
die in de eerste helft van de finaleweek optraden, eindigden gemiddeld
7,05de. Kandidaten uit de tweede wedstrijdhelft eindigden gemiddeld op
de 5,95ste plaats.
|
2
- … en dageffecten in de Koningin Elisabethwedstrijd
|
Tevens eindigt de tweede kandidaat
van de dag in de Koningin Elisabethwedstrijd systematisch hoger dan de
eerste (het “dageffect”). Wanneer men de resultaten van de wedstrijd
grafisch weergeeft, verkrijgt men een curve met een zaagtandstructuur.
Kandidaten die als eerste het concertpodium beklommen, strandden
gemiddeld op de 7,24ste plaats, terwijl kandidaten die als tweede op een
finaledag speelden gemiddeld als 5,76ste werden geklasseerd.
Van alle 144 kandidaten die als tweede op een finaledag optraden, waren
er 90 die bij de eerste zes laureaten eindigden en slechts 54 die de
top-6 niet haalden. Het is dus duidelijk dat de volgorde van aantreden
veel belang heeft, ofschoon deze puur bij lottrekking bepaald wordt. Hoe
vallen deze effecten te verklaren? Meerdere pistes werden al naar voren
geschoven: het ontbreken van een referentiekader bij het begin van de
jurering en de daarmee samenhangende lagere quotering (uit
voorzichtigheid), vermoeidheid van de juryleden (waardoor ze minder oog
krijgen voor technische tekortkomingen), grotere stress bij de eerste
kandidaten, steeds betere uitvoering door de begeleidende orkestleden...
Een remedie ligt niet voor de hand. “De meeste oplossingen zijn
onverenigbaar met de eigenheid van de wedstrijd of genereren zelfs
nieuwe problemen,” zo merken Heyndels en Werck nuchter op.
Verhandeling
van Steven Sweldens: “Last but not least: volgorde-effecten bij
beoordelingen”
|
3
- Over arbeid en arbeidskrachten
|
In ons land woonden vorig jaar
4.070.355 personen met een job. Hiervan werkte 56,0 procent in het
Vlaams Gewest, 25,9 procent in het Waals Gewest, 16,0 procent in het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 2,1 procent in het buitenland. In
totaal werken 1,3 miljoen bedienden en 1,1 miljoen arbeiders in de
private sector en 1 miljoen personen in de openbare sector. Ook zijn er
meer dan 600.000 ingeschreven als zelfstandige of als helper.
78,4 procent van alle loontrekkenden werkt voltijds. Bij de mannen gaat
het 93,6 procent en bij de vrouwen om 59,0 procent. 11,9 procent van de
deeltijds werkenden wenst geen voltijds werk, 19,2 procent verklaart
geen voltijds werk gevonden te hebben, 24,5 procent staat in voor de
kinderopvang en 24,8 procent geeft persoonlijke of familiale redenen als
oorzaak. Een klein aantal loontrekkenden is met brugpensioen en mag
daardoor slechts deeltijds werken (1,3 procent) of is arbeidsongeschikt
(2,9 procent). Daarnaast zijn nog andere redenen om deeltijds te werken.
De cijfers komen uit de publicatie ‘Enquête naar de
arbeidskrachten’ die men kan downloaden van de site van het NIS
(Nationaal Instituut voor de Statistiek, Statistiek en Economische
Informatie, FOD Economie).
Resultaten van
de Enquête naar de Arbeidskrachten 2003
|
4
- Buitenlandse handel België groeit minder
|
Over de periode 1980-2003 steeg de
Belgische buitenlandse handel - het gemiddelde van de in- en uitvoer van
goederen en diensten tegen vaste prijzen - naar volume jaarlijks
gemiddeld met 4,2 procent. Dat is veel sterker dan de groei van de
economische activiteit op zich, die met 1,9 procent toenam. De
uitbreiding van Belgiës buitenlandse handel was wel de zwakste van de
landen van het eurogebied, waar hij gemiddeld 4,8 procent toenam. Dat
schrijft Wim Melyn in het laatste nummer van het Economisch Tijdschrift,
een publicatie van de Nationale Bank van België.
De auteur geeft een aantal verklaringen voor de kleinere groei van de
buitenlandse handel van België. Zo viel de gemiddelde economische groei
in België tijdens de periode 1980-2003 (1,9 procent) lager uit dan die
van het eurogebied (2,2 procent). Dat was een gevolg van de
inhaalbeweging die Spanje, Portugal en vooral Ierland maakten, maar ook
wel van het feit dat de groei in België gedurende de eerste helft van
de jaren tachtig onder het niveau van de drie belangrijkste buurlanden
bleef. Daarenboven heeft de integratie van Spanje, Portugal en Ierland
in de EU er een sterke stijging van de internationale handel
veroorzaakt. En als laatste verklaring wijst Melyn er op dat België ook
vóór 1980 reeds een hoge openheidsgraad bezat.
In de periode 1980-2003 steeg de Belgische uitvoer van goederen en
diensten jaarlijks gemiddeld met 4,3 procent (verloop tegen vaste
prijzen). Alleen Griekenland (3,7 procent) en Italië (4,1 procent)
deden het slechter. In de ganse eurozone bedroeg de gemiddelde toename
van de uitvoer 4,9 procent. Duitsland (4,5 procent, gegevens van
West-Duitsland tot en met 1992), Frankrijk (4,8 procent), Nederland (4,9
procent) en Oostenrijk (5,1 procent) deden het enkele procentpunten
beter dan België; in Finland (5,3 procent), Portugal (6,0 procent),
Spanje (7,0 procent) en Luxemburg (7,0 procent) lag de jaarlijkse
gemiddelde toename van de uitvoer tussen 1980 en 2003 1 à 2,7
procentpunten hoger dan in België en in Ierland tenslotte kende de
export een spectaculaire groei van 10,6 procent per jaar.
Economisch
Tijdschrift van de Nationale Bank van België
|
5
- België, een open land
|
De openheidsgraad van België - de
verhouding tussen het gemiddelde van de in- en uitvoer van goederen en
diensten enerzijds en van de finale vraag anderzijds - beliep over de
periode 1995-2003 gemiddeld 43,7 procent. België is daarmee derde in
het eurogebied, waar de openheidsgraad gemiddeld 24,9 procent bedraagt.
Wat de buitenlandse handel in diensten betreft, heeft België met 7,5
procent de vierde grootste openheidsgraad van de landen van het
eurogebied. Ons land plaatst zich na Luxemburg (een land met een
belangrijke financiële sector), Ierland en Oostenrijk. Frankrijk en
Duitsland hebben dan weer een erg lage openheidsgraad voor de
buitenlandse handel in diensten.
Voor de buitenlandse handel in goederen heeft België de hoogste
openheidsgraad van alle landen van het eurogebied, namelijk 36,2 procent
Het centraal gelegen België drijft intensief handel met de andere
eurolanden. Een aantal landen aan de rand van het eurogebied, zoals
Ierland en Finland, hebben wel een grotere openheidsgraad dan België
voor de transacties met de landen buíten het eurogebied.
Sinds 1980 is de buitenlandse handel in goederen en diensten bijna
continu sneller gegroeid dan de finale vraag, een tendens die zich
handhaafde tijdens de tweede helft van de jaren negentig in de landen
van het eurogebied. De creatie van de eenheidsmarkt heeft in dat opzicht
blijkbaar als katalysator gefungeerd aangezien de groei van de
buitenlandse handel vanaf 1994 is versneld. De openheidsgraad van het
eurogebied steeg daardoor van 21,7 procent in 1980 tot 25,9 procent in
2003. In België steeg hij tijdens dezelfde periode van 36,5 procent tot
45 procent, aldus nog Wim Melyn in het Economisch Tijdschrift.
Economisch
Tijdschrift van de Nationale Bank van België
|
6
- De kunst van het reizen
|
Reizen vinden we steeds
belangrijker. Als populairste bestemming van de Belgen voor de langere
vakanties (reis van 4 nachten en meer) stond in 2003 ons eigen land op
nummer één (24,2 procent), gevolgd door Frankrijk (23,4 procent),
Spanje (12,7 procent) en Italië (6,0 procent).
De topbestemmingen voor de korte vakanties zijn België, Frankrijk,
Nederland en Duitsland. ‘Globetrotters’ naar vreemde bestemmingen
verkiezen Afrika (508.992 vakanties) boven Centraal- en Zuid-Amerika
(129.143), Azië (80.999) en Noord-Amerika (61.876).
De auto blijft het meest gebruikte vervoermiddel (62,4 procent), gevolgd
door het vliegtuig (23,8 procent), autobussen en autocars (7,8 procent)
en de trein (5,0 procent). 37 reizigers op 100 prefereren een verblijf
in een hotel tijdens hun lange vakantie, 18 op 100 geeft de voorkeur aan
een privé-accommodatie (logement bij vrienden, familie…) en 16 op 100
aan een gehuurde toeristische woning. Slechts 6 vakantiegangers op 100
zweren bij een vakantieverblijf op een camping.
De meeste mensen organiseren hun reis zelf. Toch blijven pakketreizen -
reizen waarbij zowel het vervoer als het verblijf door de touroperator
wordt verzorgd - niet alleen de voorkeur genieten bij reizen naar ver
gelegen oorden maar ook naar dichterbij gelegen bestemmingen zoals
Griekenland en Turkije.
Alle cijfers komen uit de jaarlijkse publicatie ‘Reisonderzoek’ die
men kan downloaden van de site van het NIS (Nationaal Instituut voor de
Statistiek, Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie).
Downloadbare
publicaties van het NIS “Reisonderzoek”
|
in samenwerking met het
NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)
Redactie: Erik Vloeberghs Reacties en persberichten:
editor@6minutes.net
|