|

6minutes.net is een
gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant
via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek
interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.
GRATIS
abonnement
OVERZICHT van
alle titels
BEHEER
uw adres: opzeg,
adreswijziging, taal
JAARREKENINGEN
- databank
ARCHIEF van
eerder verschenen edities
Uw PRIVACY
ADVERTEREN
in 6minutes.net
1minute ADVANTAGE
6minutes OP
UW SITE
KALENDER
CONTACT
E-zines
EN FRANCAIS
6minutes.net is een
uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt -
antispam-maatregel)
Domeinnaam registratie & webhosting via
Register.be

|
6minutes belgië
ontcijferd # 8 van 13/09/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
Deze editie is verzonden naar 5311 abonnees
In deze editie:
1 - Fysieke activiteit bij 55-plussers
2 - Over kleine en grote scharrelaars uit de zee
3 - Emma populairder dan Laura
4 - Ruim je kamer op, Princesse!
5 - Terug naar school?
6 - Abortus provocatus
Advertentie
 |
Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd
Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België
ontcijferd?
Klik
hier en u doet een vriend of kennis een plezier
|
1
- Fysieke activiteit bij 55-plussers
|
Het Vlaams Instituut voor
Gezondheidspromotie verrichte onderzoek over de gezondheid van
55-plussers. Meerdere aspecten kwamen aan bod: gezondheid en
valpreventie, welzijn, roken, gezonde voeding en fysieke activiteit.
In haar paper over fysieke activiteit bij 55-plussers stelt
onderzoekster Veerle Stevens dat 55-plussers geen homogene groep
vormen. Lang niet iedereen uit deze leeftijdsklasse verkeert immers
in een zwakke gezondheid, wordt geplaagd door armoede of is
afhankelijk van hulp van derden. Senioren wíllen ook niet
bestempeld worden als 'oud'. Ze verkiezen deelname aan algemene
programma's boven activiteiten voor hun leeftijdsgroep.
In beweging blijven is zeer belangrijk. Aan zin voor initiatief
ontbreekt het de 55-plussers in ieder geval niet. Zo toonde één
reviewstudie aan dat de participatieratio aan bewegingsprogramma's
hoger ligt bij 60-plussers dan bij mensen die jonger zijn. Senioren
kunnen dus zeker gemotiveerd worden tot meer fysieke activiteit.
Alleen is de idee van ‘training’ voor ouderen vaak moeilijk te
aanvaarden. Andere barrières voor participatie zijn motivationele
factoren, angst voor letsels en toegankelijkheid qua transport,
locatie of kosten. Het is belangrijk deze mogelijke hindernisen
rechtstreeks aan te pakken. De voordelen van beweging worden
makkelijker geaccepteerd als ouderen die ook waarnemen. Beweging op
zich is niet het doel; er moet vooral gestreefd worden naar een
combinatie van uithouding, spiersterkte, lenigheid en evenwicht.
Gezondheidspromotie
bij 55-plussers
|
2
- Over kleine en grote scharrelaars uit de zee
|
In 2003 kromp de Belgische
visserijvloot opnieuw met zes vaartuigen tot 119 stuks. Desondanks
verbeterde de aanvoer door Belgische vissersvaartuigen in onze
havens met 652 ton tot 20.107 ton, 3,4 procent meer dan het jaar
daarvoor. De verkochte vis had een totale vismijnwaarde van 78,2
miljoen euro. Dat is een stijging met 6,8 miljoen euro of 9,6
procent. De waarde van de aanvoerde vis steeg dus sterker dan de
hoeveelheid.
Zeebrugge blijft met 69,5 procent van de omzet (54,1 miljoen euro)
koploper in de Belgische havens. Oostende volgt op de tweede plaats
met 29,1 procent (22,7 miljoen euro). Nieuwpoort (baken voor de
kleinschalige kustvisserij) hengelt achteraan met 1,4 procent van de
besomming (1,1 miljoen euro). Gelukkig werden vorig jaar eenendertig
quotaruilen met andere lidstaten overeengekomen. Hierdoor
verbeterden de vangstmogelijkheden van tong en schol. Schol was
trouwens de meest geveilde vissoort (5.006 ton), gevolgd door tong
(4.351 ton) en rog (1.576 ton). De aanvoer van - de naar verluidt
steeds zeldzamer wordende - kabeljauw verminderde met bijna de helft
tot 1.313 ton. De cijfers komen allemaal uit de driemaandelijkse
publicatie ‘Landbouwstatistieken’ die men kan downloaden van de
site van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Statistiek
en Economische Informatie, FOD Economie).
Downloads van
het NIS
|
3
- Emma populairder dan Laura
|
Emma en Thomas zijn de
voornamen die in 2003 het vaakst aan borelingen werden gegeven. Dat
blijkt uit nieuwe cijfers van het NIS (Nationaal Instituut voor de
Statistiek, Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie). In
2002 stonden Laura en Thomas nog bovenaan. De populairste voornaam
verschilt van gewest tot gewest. In Vlaanderen zijn Emma en Robbe
het populairst, in Wallonië Léa en Hugo en in Brussel gaat de eer
naar Sarah en Mohamed. Het aantal verschillende voornamen neemt nog
steeds toe en meisjes hebben vaker een verschillende voornaam dan
jongens. Uit cijfers uit het verleden bleek al dat meisjes méér
verschillende voornamen krijgen. Bij hen is er ook een groter aantal
nieuwkomers in de top-100. De 54.208 meisjes die in het jaar 2003
geboren werden, kregen 8.176 verschillende voornamen toebedeeld, de
57.364 jongens "slechts" 7.265. Hoewel er in 2003 5,5
procent minder meisjes geboren werden, kregen zij toch 12,5 procent
méér verschillende voornamen.
De populairste
voornamen van 2003
|
4
- Ruim je kamer op, Princesse!
|
Ook in de voornaamlijsten van
2003 komen natuurlijk weer grappige, bijzondere of zeldzame
voornamen voor. Over het algemeen krijgen meisjes meer vreemde namen
dan jongens. Mooi zijn bijvoorbeeld Lotus, Dot en Meike. Of moest
dat eigenlijk Mieke zijn?
Er zijn weer heel wat Engels klinkende namen, genre Ginger, Jersey,
Billie, Heaven, Heavenly, Lovely, Destiny, Pebbles, Goldie, Gypsy,
Duke, O'Neill, Jazz en Roxy. Volgens linguïste Magda Devos wordt de
Angelsaksische cultuursfeer steeds belangrijker en treedt ze in
toenemende mate op als leverancier van voornamen.
Leuk zijn Puk, Engel, Too, Wiesje en Guusje. Voorbestemd voor de
muziek lijken Laïs (er kwamen er zo weer twintig bij in 2003!),
Mauro (Pawlowski?), Ozzy (van Ozzy Osbourne, ex-voorman van de
legendarische hardrockgroep Black Sabbath?), Prince, Enya en
misschien heeft ook Xander (van Xander de Buisonjé?) muzikale
roots.
Maar aan wat voor soort carrière moeten Lolita (komt 13 maal voor
in 2003), Acacia, Vanille en Eulalie beginnen?
Website
Crazy Baby Names & Stuff
|
5
- Terug naar school?
|
En over enkele jaren mogen al
die Emmas, Lauraatjes, Thomassen en Lucasjes misschien naar de
kleuterklas. Sinds in 1914 de leerplicht werd ingevoerd, moeten alle
kinderen van 6 tot 14 jaar onderwijs krijgen, thuis of op school. In
1983 werd de leerplicht verlengd. Vanaf toen moest elk kind tot z'n
achttiende onderwijs volgen. Bovendien is vanaf het begin van de
jaren negentig het thema ‘levenslang leren’ nadrukkelijk
aanwezig op nationale en internationale beleidsagenda’s. Volgens
de door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Statistiek
en Economische Informatie, FOD Economie) uitgevoerde Enquêtes naar
de Arbeidskrachten hadden meer dan drie miljoen personen (38,7
procent) van vijftien jaar of ouder in 1987 geen enkel diploma of
alleen hun lagere school afgemaakt. In 2003 waren dat er nog maar
een op vier. En 19,5 procent had toen het diploma hoger secundair op
zak tegenover 30,8 procent in 2003.
Pas in de jaren zestig wordt het hoger en universitair onderwijs
gedemocratiseerd en stijgt het aantal afgestudeerden. Op zestien
jaar tijd groeide het aantal afgestudeerden met een universitair
diploma van 3,6 procent in 1987 via 6,0 procent in 1997 naar 7,2
procent in 2003. Het aantal personen met een diploma hoger
niet-universitair onderwijs (korte of lange type) groeide nog
sneller: van 8,5 naar 15,0 procent (in absolute aantallen: van
692.000 naar bijna 1,3 miljoen).
Onderwijsniveau
van de bevolking
|
6
- Abortus provocatus
|
Uit cijfers van cRZ-Leuven op
basis van onder meer de gegevens van de Nationale Commissie ter
Evaluatie van de Wet op de Zwangerschapsafbreking blijkt dat het
aantal geregistreerde abortussen in België tussen het begin van de
registraties en het jaar 2000 duidelijk steeg, maar dat er
sedertdien een stabilisering optrad. De cijfers schommelen nu rond
de 16.000 abortussen per jaar (15.666 in 2002, 16.653 in 2003). In
2003 eindigde één op de acht zwangerschappen in een abortus.
Internationaal zit België daarmee bij de landen met het laagste
abortuscijfer. Ook het aantal afgebroken tienerzwangerschappen lijkt
te stabiliseren.
Wie kiest er voor abortus? De meeste vrouwen die in België kiezen
voor abortus zijn ongehuwd (62 procent), maar over de effectieve
leefsituatie van die vrouwen is niet veel bekend. De kleine helft
van de abortuscliëntes is kinderloos, 22 procent van de vrouwen
heeft één kind en 18 procent twee. 48 procent van de vrouwen die
kiezen voor abortus zeggen dat ze geen anticonceptiemiddel gebruikt
hebben en nog eens 30 procent zegt de anticonceptie niet correct te
hebben toegepast. De grootste groep vrouwen die in 2002 en 2003 voor
abortus kozen zijn die tussen 20 en 30 jaar oud. De gemiddelde
leeftijd van de abortuscliëntes is 27,5 jaar. “De voornaamste
methoden van zwangerschapsafbreking in ons land zijn vacuümaspiratie
(79 procent in 2002, 77 procent in 2003), de abortuspil (12 procent
in 2002, 11,5 procent in 2003) en curettage (7,5 procent in 2002, 10
procent in 2003)”, legt Katrien Ruytjens van cRZ-Leuven uit.
In 1990 werd in België de wet op zwangerschapsafbreking door het
parlement aangenomen. Sinds 1991 is de wet van kracht. Abortus staat
nog steeds in het strafwetboek vermeld maar is niet strafbaar als
aan zes voorwaarden is voldaan: de vrouw moet zich door de
zwangerschap in een noodsituatie bevinden; de zwangerschap mag
slechts twaalf weken gevorderd zijn; tussen de eerste consultatie en
de eigenlijke ingreep moeten zes dagen verlopen zijn; de vrouw moet
ingelicht worden over de alternatieven om een oplossing te vinden
voor haar noodsituatie; de ingreep moet gebeuren onder medisch
verantwoorde omstandigheden (door een arts) en aan de abortuskliniek
moet een voorlichtingsdienst verbonden zijn. De Belgische wetgeving
is vergelijkbaar met die in andere West-Europese landen.
Abortus
in België 2002-2003. Een analyse van de gegevens
|
6minutes belgië
ontcijferd # 7 van 17/08/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
In deze editie:
1 - Vier mensen op tien lijden onder verkeerslawaai
2 - Het personeel van de overheid
3 - Hogere prijzen op de woningmarkt
4 - Armoede blijft probleem in Brussel
5 - Met of zonder katalysator
6 - Minder maar grotere landbouwbedrijven
Advertentie
 |
Registreer een
vriend voor 6minutes België ontcijferd
Wil u een vriend
laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier
en u doet een vriend of kennis een plezier
|
1
- Vier mensen op tien lijden onder verkeerslawaai
|
In 2002 vond voor de vierde
maal het bevolkingsonderzoek ‘Veiligheidsmonitor’ plaats. Wat
kunnen we leren uit de resultaten? In 2002 verklaarden vier op tien
mensen dat ze last hebben van geluidsoverlast door het verkeer.
Tussen 2000 en 2002 is het aantal mensen dat lijdt onder
geluidsoverlast door het verkeer nog met ongeveer 4 procent
toegenomen. De andere vormen van geluidsoverlast zorgen voor
ergernis bij bijna 27 op 100 mensen. Iets meer dan één op vijf
burgers ergeren zich aan bekladde muren of gebouwen (graffiti). 38
op 100 storen zich aan rommel op straat. Overlast van groepen
jongeren zorgt bij één op vier burgers voor een gevoel van
onveiligheid, maar onaangepaste snelheid in het verkeer is volgens
64 op 100 mensen een probleem.
De bedoeling van de Veiligheidsmonitor is te beschikken over een
standaardmeetinstrument voor de evaluatie van het veiligheids- en
politiebeleid. Tussen eind maart en midden juli 2002 werden daarvoor
ongeveer 23.000 telefonische enquêtes verricht door het
marktonderzoeksbureau TNS Dimarso. De doelgroep: alle inwoners van
België van 15 jaar of ouder. Het onderzoek gebeurt steeds in
opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en vond al eerder
plaats in 1997, 1998 en 2000. De resultaten van dit onderzoek zijn
na te lezen op de website van de Federale Politie.
Veiligheidsmonitor
2002
|
2
- Het personeel van de overheid
|
De federale overheidsdiensten
hebben meerdere tienduizenden personeelsleden in dienst. Op de
website van de directie-generaal eHR, de dienst Personeelsbeheer van
de federale overheid, worden sinds enige tijd statistieken
bijgehouden over het niveau, het geslacht en het statuut van deze
personeelsleden. Op 100 werknemers zijn er 48 vrouwen en 52 mannen,
bijna een evenwicht dus (toestand op 1 januari 2004). In de hogere
functies (Niveau 1 of Niveau A; voor deze functies is in principe
een diploma universitair onderwijs vereist) ziet het plaatje er
anders uit. Daar is 35 op 100 van het vrouwelijk en 65 op 100 van
het mannelijk geslacht. Bij de personeelsleden van niveau B (o.m.
bestuurschef, opsteller) is de geslachtsverhouding 42 vrouwen tegen
58 mannen, bij niveau C (o.m. klerken) 55 tegen 45 en bij niveau D
(arbeiders en arbeidsters) 48 tegen 52. Conclusie: aan de top zijn
er heel wat meer mannen dan aan de basis. Niets nieuws onder de zon
dus!
Bijna één op vijf (19,3 procent) van de federale ambtenaren is van
Niveau 1 (of Niveau A, zoals voortaan de benaming zal zijn). De FOD
Informatie- en Communicatietechnologie (70 op 100), de POD
Wetenschapsbeleid (49 op 100), de FOD Buitenlandse Zaken,
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (43 op 100), de FOD
Personeel en Organisatie (41 op 100) en de Kanselarij van de Eerste
Minister (35 op 100) hebben verhoudingsgewijs het meeste
hoogopgeleiden in dienst. De FOD Justitie (Bestuur
Strafinrichtingen), de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en
het Ministerie van Landsverdediging stellen het meeste mannen te
werk, terwijl de FOD Justitie (Bestuur Justitiehuizen), de FOD
Budget- en Begrotingscontrole en het Ministerie van Financiën
(Afdeling Pensioenen) het meest ”feminien” zijn.
Tabel
personeel federale overheidsdiensten volgens geslacht en niveau
|
3
- Hogere prijzen op de woningmarkt
|
De prijzen van huizen en
appartementen kenden in 2003 een flinke stijging. De toename was het
grootst voor appartementen en gewone woonhuizen. In het segment
herenhuizen en villa’s was de stijging gematigder. Over het
algemeen nemen de prijzen van huizen en appartementen sterker toe in
Wallonië en de 19 Brusselse gemeenten dan in Vlaanderen. Voor
bouwgronden is het precies omgekeerd. Hier zijn de prijzen sterker
gestegen in Vlaanderen dan in Wallonië. In Brussel zijn ze zelfs
gedaald. In 2003 kostte een vierkante meter Vlaamse bouwgrond
gemiddeld 87 euro. Dat is meer dan drie keer zoveel als in Wallonië
(26 euro) maar nog altijd veel minder dan in Brussel (226 euro).
Bouwgronden waren in 2003 het duurst in Elsene (liefst 658 euro per
vierkante meter moest je ervoor neertellen!), Schaarbeek (452 euro),
Sint-Lambrechts-Woluwe (433), Knokke-Heist (341) en Edegem (337) en
het goedkoopst in Herbeumont (5,29 euro per vierkante meter),
Rouvroy (5,45 euro), Houyet (5,94 euro), Hotton (5,98) en Bièvre
(6,57 euro). De gegevens zijn afkomstig van het NIS (Nationaal
Instituut voor de Statistiek, Statistiek en Economische Informatie,
FOD Economie).
Appartementen,
huizen en bouwgronden 6 à 8 procent duurder in 2003
|
4
- Armoede blijft probleem in Brussel
|
Zopas verscheen het negende
Brusselse Armoederapport van het Observatorium voor Gezondheid en
Welzijn. Op het eind van de jaren ’90 leek het er even op dat de
armoede in Brussel zich had gestabiliseerd, maar sinds kort zijn er
aanwijzingen dat er opnieuw een toename is van het aantal mensen dat
in armoede leeft. Zo steeg bijvoorbeeld het aantal leefloners tussen
2001 en 2002 met 6,6 procent (schatting na correctie voor de nieuwe
wetgeving). Een groot deel van de steuntrekkers zijn jongeren.
Jongeren zijn eveneens de grootste slachtoffers van de werkloosheid.
Meer dan een vierde van de Brusselaars leeft in een huishouden
zonder inkomen uit arbeid, zo merken de onderzoeksters Truus Roesems
en Annette Perdaens op. Een andere vaststelling van hen is dat het
niet de vergrijzing is die zorgen baart voor de toekomst van Brussel
maar wel het grote aandeel jonge mensen zonder
toekomstperspectieven, de grote verschillen tussen arm en rijk, de
te hoge verwachtingen ten opzichte van de sociale sector in
vergelijking met de beschikbare middelen en het ontbreken van een
gecoördineerd armoedebeleid. In het tweede deel van het rapport
wordt de relatie onderzocht tussen armoede, gebrek aan inkomen en
overmatige schulden. Daaruit blijkt dat liefst de helft van de
huishoudens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer uitgaven dan
inkomsten heeft. Nadat het Brussels parlement het heeft besproken,
zal het rapport nog een staartje krijgen in de vorm van een tweede
luik met opmerkingen en aanbevelingen voor de verdere strijd tegen
de armoede.
Brussels
Armoederapport
|
5
- Met of zonder katalysator
|
Volgens cijfers van het
Europees Milieu Agentschap en Eurostat beschikten in 2001 83 procent
van alle personenwagens die in ons land op benzine rijden over een
katalysator. De katalysator is een toestel dat tussen motor en
uitlaat wordt geplaatst om tot naverbranding van de uitlaatgassen te
komen en op die manier de vervuilende emissies te beperken. Het zet
schadelijke uitlaatgassen (koolmonoxide, koolwaterstoffen, en
stikstofoxiden) om in waterdamp, kooldioxide, stikstof en zuurstof.
Het aandeel van Belgische voertuigen met een katalysator ligt
merkelijk boven het Europese gemiddelde (EU15) van 71,6 procent,
terwijl we van 1990 tot 1996 nog onder het gemiddelde scoorden.
Absolute koplopers zijn het G.H. Luxemburg, waar 96,1 procent van
alle benzinevoertuigen uitgerust zijn met een katalysator, Nederland
(92,3 procent), Oostenrijk (90,8) en Duitsland (89,0). Portugal
(31,9 procent) en Spanje (42 procent) hebben duidelijk nog heel wat
werk voor de boeg. Tussen 2000 en 2001 werd de grootste vooruitgang
geboekt in het Verenigd Koninkrijk, Finland, Italië en Denemarken.
Factsheet
Eurostat
|
6
- Minder maar grotere landbouwbedrijven
|
Uit de voorlopige resultaten
van de jaarlijkse landbouwtelling van het NIS (Nationaal Instituut
voor de Statistiek, Statistiek en Economische Informatie, FOD
Economie) blijkt dat er in mei 2004 53.074 landbouwbedrijven waren
in België. Dat zijn er 1.868 minder dan het jaar daarvoor.
Verhoudingsgewijs is de daling iets sterker in het Vlaanderen (min
3,5 procent) dan in Wallonië (min 3,1 procent). Deze terugval van
het aantal ondernemingen verloopt niet sneller of trager dan andere
jaren. Het voorbije decennium verminderde het aantal
landbouwbedrijven met 30 procent. De oppervlakte cultuurgrond blijft
min of meer stabiel ten opzichte van verleden jaar. Er is slechts
een lichte afname met 800 hectaren. Dat betekent dus dat er minder
maar grotere landbouwbedrijven actief zijn in de Belgische landbouw.
Ondanks het vrij geringe aandeel van de landbouwsector in de
economische activiteit, is ze toch nog steeds goed voor een
tewerkstelling van 97.700 mensen, 51.000 voltijds en 46.700
deeltijds. Vrouwen werken vaker deeltijds dan mannen.
Het aantal rundveehouders (min 4,5 procent) en varkenshouders (min
6,2 procent) kende een daling, net als het aantal runderen (min 1,2
procent) en varkens (min 2,6 procent). De goede klimatologische
omstandigheden tijdens de voorbije herfst verklaren de beduidende
stijging in de beteelde oppervlakte van wintertarwe, spelt,
wintergerst en triticale (dat is een kruising tarwe en rogge). Er is
eveneens een toename van landbouwgrond gepoot met aardappelen, maar
de oppervlakte bestemd voor het telen van groenten in open lucht
daalt dan weer in Vlaanderen en in Wallonië.
Resultaten van
de landbouwtelling van mei 2004
|
6minutes belgië
ontcijferd # 6 van 5/07/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
In deze editie:
1 - Belgische bevolking groeit weer aan
2 - Het nationale sanitair
3 - Eén op veertig jobs heeft met cultuur te maken
4 - Verhuiskriebels
5 - Over sluikstorten en nucleaire zwendel
6 - Inpakken en wegwezen
1
- Belgische bevolking groeit weer aan
|
Tussen 1 januari 2003 en 1
januari 2004 heeft ons land er opnieuw 40.577 inwoners bij gekregen.
We zijn nu met bijna 10,4 miljoen: 5.087.176 mannen en 5.309.245
vrouwen. De aangroei is vooral een gevolg van een migratieoverschot,
en veel minder van een geboorteoverschot. In de loop van 2003 kwamen
81.913 mensen naar ons land, terwijl er slechts 41.897 vertrokken.
37.502 personen werden “ambtshalve” geschrapt uit het
Bevolkingsregister, terwijl er 25.276 heringeschreven werden. Het
migratiesaldo in 2003 bedraagt daarmee 27.790. Er waren ongeveer
5.000 meer geboorten dan overlijdens: 112.149 tegen 107.039.
Groot-Brussel, de 19 Brusselse gemeenten, zit met 999.899 op de
zucht van één miljoen. Opmerkelijk is dat verhoudingsgewijs meer
mannelijke inwijkelingen naar Wallonië komen en meer vrouwelijke
inwijkelingen naar Brussel, terwijl in Vlaanderen de toename gelijk
verdeeld is. Op zes jaar tijd (tussen 1 januari 1998 en 1 januari
2004) groeide de Belgische bevolking aan met 204.157 zielen.
Bevolking neemt
opnieuw toe met 40.600
|
2
- Het nationale sanitair
|
In de jaren ’60 bengelde ons
land nog achterin het Europese peloton voor wat betreft de
aanwezigheid van een badkamer in het woonhuis. In 1960 beschikte
slechts 23,6 procent van de gezinnen over deze elementaire sanitaire
voorziening. Mede door stimulatie van de overheid werd toen een
inhaalbeweging ingezet, tien jaar later konden al bijna de helft
(49,1 procent) van de Belgen thuis een douche of ligbad nemen. In
’81 was dit percentage opgelopen tot 76,1 procent en de
volkstelling van ’91 leert ons dat 88,4 procent van onze
landgenoten zich toen thuis konden verfrissen. Tegenwoordig is de
afwezigheid van een badkamer een uitzondering geworden. Meer nog, 2
badkamers per gezin is de trend. In de vorig jaar gebouwde
gezinswoningen was bijna een kwart (24,9 procent) voorzien van een
tweede of zelfs een derde badkamer, bij open bebouwing (villa’s)
is dit 37,3 procent. 32 gezinnen kunnen zelfs baden in de weelde van
één van hun vijf of meer badkamers.
Toiletten blijken nog populairder. Tegenwoordig heeft uiteraard
bijna iedereen een toilet (binnenshuis). Maar ook hier komen we van
ver: in 1960 moest de meerderheid (58,8 procent) zich nog naar
buiten begeven voor een plasje. En ook hier merken we dat sommigen
graag enige reserve inbouwen. In 2003 werden er 105 woonhuizen
gebouwd waar je kan kiezen uit een aanbod van 5 of meer stuks.
Woningen
en hun uitrusting
|
3
- Eén op veertig jobs heeft met cultuur te maken
|
Cultuur is niet alleen goed
voor het geestelijk welbehagen van de mens. Ze zorgt ook voor
tewerkstelling. Liefst 4,2 miljoen jobs of één op veertig van alle
jobs in de Europese Unie zijn cultuurgerelateerd. De cijfers hebben
betrekking op 2002 en zijn afkomstig van Eurostat, het statistische
bureau van de Europese Unie. Geteld werden niet alleen de
“culturele” beroepen als boekhandelaar, schrijver, scheppend
kunstenaar en architect maar ook het kunstonderwijs en het personeel
van culturele instellingen (artistiek net zo goed als technisch,
administratief of leidinggevend personeel) telden mee. In België
werkt 2,3 procent in de culturele sector. Het gaat om 89.000 mensen.
Liefst één op twee (51 procent) heeft een universitair diploma.
Voor Polen en Malta bestaan er nog geen gegevens, maar in de overige
23 landen van de Europse Unie werkt 2,5 procent van de mensen met
een betrekking in de culturele sector. Het aandeel varieert van 1,4
procent in Portugal en Slowakije via 1,8 procent in Tsjechië,
Letland en Luxemburg tot 3,7 procent in Estland, 3,5 procent in
Finland, 3,3 procent in Nederland en Zweden en 3,2 procent in het
Verenigd Koninkrijk. Mensen die in de cultuursector werken hebben
vaker een tijdelijk contract, een deeltijds contract en een
bijberoep. Ze zijn doorgaans ook hoger opgeleid dan de gemiddelde
werkende.
Tijds-
en vrijetijdsbesteding in België
|
4
- Verhuiskriebels
|
Het kan misschien verrassend
lijken, maar jaarlijks verhuist liefst één Belg op tien. De
verklaring voor dit hoge cijfer ligt hem wellicht in het feit dat
een deel van de bevolking vaak of zeer vaak verhuist, waardoor het
gemiddelde sterk oploopt. Het aantal verhuizingen nam gedurende
enkele jaren af. In de loop van 1997 veranderden 1.048.154 mensen
van stek. In 2000 liep dit aantal terug tot 987.446 om in 2001
nogmaals te dalen tot 983.706. In 2002 stopte de dalende tendens.
Het aantal mensen dat van woonst veranderde nam met meer dan
tienduizend toe tot 998.173. Binnen deze groep verhuist 46,4 procent
naar een ander adres in dezelfde gemeente, 24,5 procent migreert
naar een andere gemeente in hetzelfde arrondissement, 21,5 procent
zoekt het elders en 4,1 procent wijkt uit naar het buitenland.
Twintigers veranderen het meest van woonplaats, gevolgd door
dertigers. Zelfs zesennegentig inwoners van honderd en meer
verhuisden in 2002. Men trekt in bij kinderen of gaat naar een
verzorgingsinstelling. Verhuizen hangt samen met de diverse
levensstadia. In de jonge kinderjaren wordt vrij vaak verhuisd, en
jongvolwassenen verhuizen eveneens vaak. Nadat men
"gesetteld" is stort het aantal verhuizingen in. Het
laagtepunt van 2,8 procent wordt bereikt rond het zeventigste
levensjaar. Daarna treedt er opnieuw een felle stijging op. Mensen
van vooraan in de negentig verhuizen opnieuw in 1 op de 10 gevallen.
Men trekt in bij de kinderen, bij verwanten of men gaat naar een
instelling. Mannen verhuizen iets vaker dan vrouwen.
Al dat verhuizen heeft ook een impact op het bedrijfsleven. Het
aantal verhuisfirma’s steeg de laatste jaren sterk. In 1995 waren
er 277 ondernemingen actief binnen deze branche, in 2002 was dit
aantal al gestegen tot 328.
|
5
- Over sluikstorten en nucleaire zwendel
|
De Federale Politie heeft ook
een afdeling die zich bezighoudt met milieumisdrijven. Het aantal
geregistreerde feiten schommelt nogal van jaar tot jaar. Het is dan
ook moeilijk om echte trends vast te stellen. De belangrijkste
categorie is in elk geval het sluikstorten. In 2002 werden hiervoor
5.996 pv’s opgesteld. Dat is een stijging met ongeveer een tiende
ten opzichte van 2001 maar een daling in vergelijking met 2000. Het
werkelijke aantal milieumisdrijven is natuurlijk nog vele malen
groter want in vele gevallen komt het immers niet tot een
vaststelling. Verhoudingsgewijs worden er meer gevallen van
sluikstorting geregistreerd in Wallonië dan in Vlaanderen, maar in
Vlaanderen was de toename wel groter: van 2.496 feiten in 2001 naar
3.162 in 2002. Verwacht wordt dat het aantal milieumisdrijven in de
toekomst nog zal toenemen, want de aandacht bij de politiediensten
en de parketten voor dit fenomeen is gegroeid. In 2002 waren er ook
acht gevallen van “nucleaire” misdrijven in ons land (zes in
Vlaanderen en twee in Wallonië). Het ging telkens om nucleaire
zwendel. Omdat de verwerking van radioactief afval zo duur is,
kwamen internationale gangsters op het idee om er een lucratief
handeltje in te beginnen.
Evolutie van
het aantal milieumisdrijven
|
6
- Inpakken en wegwezen
|
Om Frankrijk als
vakantiebestemming naar de kroon te steken heeft ons land meer te
bieden dan een streepje naaktstrand of het consumerend genieten van
ouderwetse gezelligheid in de Brusselse Beenhouwersstraat. Vorig
jaar registreerde het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek,
Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie) 29,01 miljoen
overnachtingen en 11,07 miljoen aankomsten in ons land. Dit komt
overeen met gemiddeld 2,6 overnachtingen per boeking in de
logiesverstrekkende inrichtingen (hotels, campings,
vakantiedorpen…). Meer dan de helft van alle overnachtingen wordt
in Vlaanderen geregistreerd. Wallonië ontvangt 24 procent gasten en
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 17 procent. Gemeten per provincie
is West-Vlaanderen afgetekend koploper (28 procent). Limburg volgt
op de tweede plaats (13 procent). Ook Antwerpen (11 procent),
Luxemburg (9 procent) en Luik (7 procent) doen het niet onaardig.
Verderop volgen Namen en Oost-Vlaanderen (beiden 5 procent) en
Vlaams-Brabant (4 procent). Waals-Brabant en Henegouwen sluiten de
rij. 17 procent van de overnachtingen vinden plaats in de 19
Brusselse gemeenten.
Van alle gemeenten heeft Brussel het hoogste aantal overnachtingen
(2,7 miljoen). Daardoor heeft het Brugge onttroond dat in 2003 op de
eerste plaats stond. Antwerpen krijgt zilver en het voornoemde
Brugge brons. Het kleinste stadje van ons land, Durbuy, is koploper
in het Franstalig landsgedeelte en staat met 415.000 overnachtingen
op de zestiende plaats.
Tijds- en
vrijetijdsbesteding in België
|
in samenwerking met het
NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)
Redactie: Erik Vloeberghs Reacties en persberichten:
editor@6minutes.net
|