6min_arch_nl.gif (2209 bytes)
2e kwart. 2004

6minutes België ontcijferd

Nationaal Instituut voor de Statistiek

6minutes.net is een gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.

GRATIS abonnement

OVERZICHT van alle titels

BEHEER uw adres: opzeg, adreswijziging, taal

JAARREKENINGEN - databank

ARCHIEF van eerder verschenen edities

Uw PRIVACY 

ADVERTEREN in 6minutes.net

1minute ADVANTAGE

6minutes OP UW SITE

KALENDER

CONTACT

E-zines EN FRANCAIS

6minutes.net is een uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt - antispam-maatregel)


Domeinnaam registratie & webhosting via Register.be

Archief

 

 

6minutes belgië ontcijferd # 5 van 7/06/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

In deze editie:
1 - Opsporing verzocht
2 - In het bos daar zijn de jagers
3 - Antwerpen gordelt … soms
4 - Vrolijk weer naar school … na het verlaten van de school
5 - Allen naar Zuienkerke !
6 - Biologische landbouw groeit amper

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


1 - Opsporing verzocht

De FOD Justitie publiceerde zopas de brochure “Justitie in cijfers 2004”. Daarin werden een heleboel gegevens verzameld over de werking van deze instelling. In 2004 beschikte de FOD Justitie over een budget van 1.274,9 miljoen euro, een stijging met 7,5% ten opzichte van het jaar voordien. De toename is het grootst bij de DG Uitvoering Straffen en Maatregelen (+15,6%). Er werd vooral in personeel geïnvesteerd want de personeelsuitgaven kenden een sterkere groei dan de totale uitgaven.
De meeste nieuwe werkingsgegevens hebben betrekking op het jaar 2002 of op 2003. We leren bijvoorbeeld dat er in 2003 10.014 aanhoudingsmandaten werden uitgeschreven, en dat is een daling vergeleken met het jaar voordien. Brussel, Antwerpen en Luik scoren erg hoog. Deze drie gerechtelijke arrondissementen zijn samen immers goed voor de helft van het totale aantal aanhoudingsbevelen.
Het Openbaar Ministerie keek op 1 januari 2002 aan tegen 413.626 onafgehandelde zaken. In de loop van het jaar kwamen er 906.023 nieuwe zaken bij, terwijl er 919.723 werden afgesloten. 719.522 daarvan werden geseponeerd. De redenen daarvoor lopen uiteen. In 56,9% van de gevallen waren de daders onbekend, in 8,3% was er geen sprake van een misdrijf, in 6,9% waren er onvoldoende bewijzen voorhanden, in 2,3% was de maatschappelijke weerslag te beperkt, in 7,3% oordeelde men dat er andere prioriteiten waren en in 4,0 % was de toestand inmiddels geregulariseerd.
Ju stitie in cijfers 2004

2 - In het bos daar zijn de jagers

Voor het jachtseizoen 2003-2004 werden in Vlaanderen 11.806 jachtverloven uitgereikt. Het aantal jachtvergunningen bedroeg 832. Jachtvergunningen worden uitgereikt aan (al dan niet buitenlandse) gasten, maar wie een vergunning heeft moet ook een jachtverlof hebben. De provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen tellen het meeste jagers, West-Vlaanderen het minste. Voor Wallonië zijn geen heel recente cijfers beschikbaar, maar in het jachtseizoen 1997-1998 werden iets meer dan 16.000 jachtverloven en meer dan 2.000 jachtvergunningen uitgereikt. Grafieken op de site van het Waals Gewest tonen aan dat in het jachtseizoen 1998-1999 het aantal reeën in de Waalse bossen in de lente, vóór de worp, geschat werd op een goeie 36.000. Ongeveer 16.000 ervan werden gedood tijdens de jacht. Bij everzwijnen ligt het percentage gedode dieren een stuk hoger. Van de geschatte 13.000 stuks die in de Ardense bossen rondliepen, werden er ongeveer 9.500 afgeschoten. Requiescat In Pace!
Het Leefmilieuportaal

3 - Antwerpen gordelt … soms

In april 2003 voerde de Verkeerspolitie van de stad Antwerpen 8.350 gordeltellingen uit in het centrum van Antwerpen, in Berchem, in Borgerhout en in Deurne. De metingen zijn erg waardevol, omdat het de eerste keer is dat tegelijkertijd van bestuurder en passagier zowel het geslacht als de gordeldracht genoteerd werd. Het Steunpunt Verkeersveiligheid bij Stijgende Mobiliteit uit Diepenbeek analyseerde de gegevens en publiceerde onlangs de resultaten. Met een logistische regressie werd er gezocht naar het verband tussen het dragen van de gordel en de plaats die een persoon inneemt (passagier of bestuurder), geslacht van bestuurder en passagier, en tijdstip en locatie van het autorijden.
Wat blijkt? Vrouwen dragen de gordel meer dan mannen. In het weekend dragen bestuurders de gordel minder en passagiers méér. Andere conclusie: de aanwezigheid van passagiers heeft geen invloed op het dragen van de gordel door de bestuurders. Wel vertonen bestuurders en passagiers meestal hetzelfde gedrag. Als de passagiers een gordel dragen, vergroot ook de kans dat de bestuurder er een draagt - en vice versa. De gordeldracht van mannelijke bestuurders is wel afhankelijk van het geslacht van de passagier. Vergezeld door een vrouwelijke passagier dragen ze vaker een gordel, vergezeld door een mannelijke passagier minder. Vrouwelijke bestuurders daarentegen worden niet beïnvloed door het geslacht van de passagier en evenmin door hun aanwezigheid. Ze dragen even vaak de gordel. Mannelijke passagiers dragen minder de gordel als ze naast een mannelijke bestuurder zitten. De onderzoekers Erik Nuyts en Lara Vesentini denken dat sociale invloed een grote rol speelt. Op basis van dit onderzoek kan men concluderen dat mannen op zich een doelgroep vormen voor sensibilisatiecampagnes, zeker als twee mannen samen in de wagen zitten.
Steunpunt Verkeersveiligheid

4 - Vrolijk weer naar school … na het verlaten van de school

Uit de recentste Enquête naar de Arbeidskrachten van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie) blijkt dat een kleine helft van de bevolking ook na de schoolcarrière inspanningen blijft doen om zich bij te scholen: 42,6 procent van de personen tussen 25 en 64 jaar nam tussen het voorjaar van 2002 en het voorjaar van 2003 deel aan minstens één leeractiviteit. Het deelnamepercentage is met 48,1% het hoogst in Wallonië. In Brussel bedraagt het 43,8% en Vlaanderen zit achteraan in de klas met 39,6%. Maar als je zelfstudie niet meerekent, komt Vlaanderen op de eerste plaats.
Mensen met een job volgen vaker een opleiding dan werklozen en niet-actieven, maar de totale duur van de opleidingen ligt bij werkenden lager dan bij personen zonder job. Bij elk van de drie onderscheiden groepen - werkenden, werklozen en niet-actieven - zijn vooral computerlessen in trek. Niet-actieven hebben daarbovenop nog een andere en zelfs iets meer uitgesproken voorkeur, met name het studeren van vreemde talen.
Na het verlaten van de school leert 4 op de 10 Belgen nog bij

5 - Allen naar Zuienkerke !

Moeten we met z’n allen verhuizen naar West-Vlaanderen? Misschien wel, want het is goed leven en wonen in die provincie. Tanja Termote, stafmedewerkster sociaal-economisch beleid bij WES Onderzoek & Advies, nam de resultaten van de Algemene socio-economische enquête van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie) onder de loep. Daarin werd gepeild naar de tevredenheid van de bevolking over een aantal aspecten.
West-Vlamingen zijn doorgaans meer tevreden over de luchtkwaliteit, de netheid, de rust en het uitzicht van de gebouwen in de buurt dan inwoners van de rest van Vlaanderen en België. Alleen voor wat betreft de aanwezigheid van groen in de buurt ligt de tevredenheid van West-Vlamingen iets onder het Vlaams gemiddelde. 37% van de West-Vlamingen vindt de kwaliteit van de lucht zeer goed en 54,3% vindt die kwaliteit bevredigend. De appreciatie van de West-Vlamingen van de netheid van de buurt scoort nog beter. Slechts 5,3% is van oordeel dat het met de netheid slecht is gesteld, bijna 40% van de West-Vlamingen vindt de netheid van zijn buurt zeer goed. Ook over het uitzicht van de gebouwen in de omgeving is de West-Vlaming over het algemeen tevreden: 37,1% is hierover heel tevreden, 55,9% vindt het uitzicht bevredigend en slechts 7% is van oordeel dat het uitzicht slecht is. De inwoners van Zuienkerke blijken nog het meest tevreden te zijn over de luchtkwaliteit, de netheid, de rust, het uitzicht van de gebouwen en het groen in de buurt. Koksijde, De Haan, Lo-Reninge en Damme vervolledigen de West-Vlaamse top vijf. De resultaten werden gepubliceerd in 'West-Vlaanderen Werkt', een driemaandelijks tijdschrift dat uitgegeven wordt door WES Onderzoek & Advies.
West-Vlaanderen Werkt

6 - Biologische landbouw groeit amper

Biologische landbouw is een landbouwsysteem met veel aandacht voor de samenhang tussen plant, dier, mens en omgeving. Het behoud van de bodemvruchtbaarheid staat centraal. Een ruimere vruchtwisseling, gebruik van groenbemesters en organische bemesting zijn typische kenmerken. Er worden geen chemische bestrijdingsmiddelen noch kunstmest gebruikt. De onkruidbestrijding gebeurt voornamelijk mechanisch. Biologische veehouderij is per definitie grondgebonden en hecht zeer veel belang aan dierenwelzijn, het overgrote deel van de veevoeders wordt biologisch geteeld en diergeneesmiddelen worden niet preventief toegepast. In 2010 zou 10% van de Belgische landbouw biologisch moeten zijn. Dat is althans het streefdoel van BioForum, de koepelorganisatie van de biologische landbouwsector in België.
Voorlopig zitten we nog een eind van die “10 op 10”-norm. Qua omzet halen we nu 1,9%. De gezinnen kopen wel biologische producten, maar die blijken vaak uit het buitenland te komen. Het aantal biologische landbouwbedrijven in ons land daalde van 710 in 2002 tot 688 in 2003. Ook de gebruikte oppervlakte nam iets af, van 24.874 naar 24.163 ha. Het areaal gebruikt voor biolandbouw is een stuk kleiner in Vlaanderen dan in Wallonië, maar dat komt vooral door de aard van de bedrijvigheid.
”In het Vlaamse landsgedeelte is de biologische landbouw intensiever," verklaart Wouter Vankeirsbilck van BioForum. "In Vlaanderen heb je meer tuinbouw, glasteelt en een intensieve melkveehouderij dan in het zuiden van het land waar akkerbouw en extensieve veehouderij het grootste aandeel vormen.” Door het feit dat nogal wat bedrijven klein zijn, vormt de afzet soms een probleem. Kleinschalige bedrijven beschikken immers niet over dezelfde distributie- en verkoopkanalen als grootschalige. Van 29 mei tot eind september vindt de eerste Biozomer plaats, als opvolger van de ‘Week van de Biologische Landbouw’. Een hele zomer lang zullen activiteiten over biologische landbouw georganiseerd worden om op die manier nog meer mensen te overtuigen van de maatschappelijke, milieuvriendelijke en duurzame meerwaarde van bio.
Biologische landbouw


 

6minutes belgië ontcijferd # 4 van 10/05/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

In deze editie:
1 - Klimatologisch overzicht sinds 1833
2 - Houd de dief!
3 - Werkgelegenheid van personen met een langdurig gezondheidsprobleem
4 - Ondernemend ondernemen
5 - Belg matig tevreden over aanbod bus, tram, metro
6 - Het boek was beter


1 - Klimatologisch overzicht sinds 1833

Voor wie de evolutie van de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde hoeveelheid neerslag sinds het begin van de meteorologische waarnemingen overloopt, is het duidelijk dat het weerpatroon verandert. De temperatuur stijgt en het regent meer.
2003 was vanuit klimatologisch oogpunt uitzonderlijk: heel veel zon, een hittegolf die dertien dagen duurde en waarbij de temperaturen zes dagen lang opliepen tot boven de 30°C en een lage neerslagfrequentie. “Vooral dat laatste is opmerkelijk”, zegt Marc De Corte van het KMI. “De voorbije jaren stellen wij immers vast dat er steeds meer regen valt. 2003 vormt daarop de uitzondering”. Nog opvallender is de stijging van de gemiddelde maximumtemperatuur in België. De tijdspanne is te kort om algemeen geldende uitspraken te kunnen doen, maar er is duidelijk iets bezig.
Dit blijkt allemaal uit berekeningen van het Nationaal Instituut voor de Statistiek op basis van cijfers van het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België, bijgehouden sinds 1833.
Klimatologisch overzicht

2 - Houd de dief!

De motivatie om winkeldiefstallen te plegen is verscheiden: armoede, wraak nemen, de wens om het consumptieniveau te verbeteren…. Volgens het laatste analytisch onderzoek onder toezicht van het Belgisch Comité voor de Distributie daalde tussen 2001 en 2002 het totaal aantal winkeldiefstallen bij de aangesloten leden met iets meer dan vier procent. Diefstal van huishoudapparatuur is ‘goed’ voor bijna twintig procent van het totaalbedrag van de geregistreerde diefstallen. Nadien volgt de categorie muziekartikelen (13,6 procent) en de afdeling parfumerie (9,25 procent).
In vergelijking met het referentiejaar 1998 is de waarde van de gestolen artikelen in 2002 met 1,37 procent verminderd. In een aantal productcategorieën wordt er echter meer gestolen en betreft het ook duurdere producten. Voor de afdeling elektrische huishoudapparatuur is er in 2002 een stijging met 42,6 procent van het aantal gestolen goederen en een vermeerdering van de waarde van het ontvreemde goed met 118,0 procent. Hetzelfde is van toepassing voor ‘muziek’: een toename van het aantal gestolen producten met 16,0 procent maar met 37,4 procent in waarde. Of het speelgoed, waar het aantal gestolen artikelen verhoogt met 66,1 procent en de waarde ervan met 251,8 procent.
Achttien procent van de diefstallen gebeurt op vrijdag en iets meer dan zeventien procent op maandag. Daarvan wordt 30,6 procent gepleegd tussen 13 en 16 uur en 23,6 procent tussen 16 en 18 uur.
Distributie vandaag

Advertentie


Vind uw volgende talent via 6minutes
Function Forward is de nieuwe vacaturenbijlage van 6minutes. Personeel werven kan via punctuele advertenties in nieuwsbrieven met duidelijke interessedomeinen: management, IT & telecom, marketing & advertising,...
Meer informatie: vraag de brochure en profielen of bel 02 426 21 42


3 - Werkgelegenheid van personen met een langdurig gezondheidsprobleem

2003 werd door de Europese Unie uitgeroepen tot het Europees Jaar van Personen met een Handicap. Hiermee hoopte men een extra duwtje te geven aan hun integratie op de arbeidsmarkt. Uit een extra vragenlijst gelinkt aan de enquête naar de arbeidskrachten tijdens het tweede kwartaal van 2002 van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie) blijkt dat een op zes van de in België wonende bevolking tussen 15 en 64 jaar een langdurig gezondheidsprobleem of handicap heeft. Het verschil tussen de geslachten is niet zo groot, al lijken mannen iets vaker te kampen met een langdurig gezondheidsprobleem of handicap. Een goede gezondheid neemt af met de jaren. Bij de 15- tot 24-jarigen verklaarde 85,2 procent van de respondenten geen langdurig gezondheidsprobleem te hebben. Bij de personen tussen 50 en 64 jaar is dit aantal gedaald tot 64 procent. Leeftijd en geslacht zijn niet de enige bepalende factoren. Zo zijn het opleidingsniveau en het feit of men al dan niet een job heeft eveneens gecorreleerd met gezondheid.
De werkzaamheidsgraad van langdurig zieken of gehandicapten ligt ver onder het gemiddelde. Voor elke zes op tien ‘gezonde’ mensen hadden iets meer dan vier op tien personen met een langdurig gezondheidsprobleem een job. Daarvan kreeg iets minder dan de helft specifieke ondersteuning bij het werk dat ze moeten verrichten.
Werkgelegenheid van personen met een handicap Nieuwsflits

4 - Ondernemend ondernemen

Op 1 mei 2004 werd de Europese Unie met meer dan 452 miljoen inwoners de tweede belangrijkste economische markt van de wereld en weegt ons land een stukje lichter. Door de uitbreiding zullen de productie, het transport en de distributie tussen de verschillende landen ingrijpend worden gewijzigd en de competitiviteit van de Belgische exportbedrijven aangescherpt.
In het verleden heeft de sterke euro en de weinig hoopvolle economie een negatieve invloed gehad op exporterende bedrijven. Toch was de export uit ons land vorig jaar goed voor meer den 168 miljoen euro naar landen van de Europese Unie en was het aandeel van de uitvoer in de totale industrie meer dan de helft.
Autoproducenten zijn belangrijke, zoniet één van de belangrijkste, uitvoerbedrijven in ons land. Meer dan vijfentachtig procent van de waarde van de bestellingen is bestemd voor de uitvoer. De chemische industrie laat zich ook niet onbetuigd en exporteert vijfenzeventig procent, of meer dan twintig miljoen euro, naar het buitenland. Ook textielbedrijven exporteren drievierde van hun bestellingen naar een ander land. Waarschijnlijk spelen de zogenaamde kop-staart bedrijven een belangrijke rol in de uitvoer van textiel. Het zijn bedrijven die de kledingstukken, die in lage loonlanden worden afgemaakt, in ons land laten afwerken. Dit blijkt allemaal uit de maandelijkse publicatie ‘Industriële productie en bouwnijverheid’.
Downloadbaar pdf-bestand (2,32MB)

5 - Belg matig tevreden over aanbod bus, tram, metro

Men zegt wel eens dat Belgen grote zeurpieten zijn, maar uit de Algemene socio-economische enquête blijkt dat er toch een pak méér landgenoten tevreden dan ontevreden zijn over de netheid en uitzicht van de gebouwen in de buurt. Heel wat minder is de bevolking te spreken over het aanbod aan openbaar vervoer. Eén huishouden op vier vindt het aanbod ontoereikend en het overige kwart is van oordeel dat het voldoet. Er zijn dus ongeveer evenveel mensen enthousiast als misnoegd. De waardering over het openbaar vervoer is wel erg groot in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 47 op 100 huishoudens zijn er erg opgezet met het aanbod. In Vlaanderen en in Wallonië is de tevredenheid beduidend lager.
De waardering van de Belgen over het openbaar vervoer

6 - Het boek was beter

Cijfermateriaal over het boekenvak is slechts in beperkte mate beschikbaar. Nochtans zorgt de afdeling van het Wettelijk Depot in de Koninklijke Bibliotheek van België voor een stukje van de noodzakelijke informatie. Vorig jaar verminderde het aantal gedeponeerde niet-periodieke publicaties zoals boeken, brochures en aanvullingen en CD-Rom’s met 7,6 procent. Daarentegen blijft het aantal periodieke publicaties, onder meer kranten en tijdschriften, jaar na jaar vermeerderen. In de magazijnen van de afdeling ‘Belgische Bibliografie’ worden kinderboeken het meest gecatalogeerd (1.766 stuks of 14,9 procent van alle rubrieken), gevolgd door werken over politieke wetenschappen (1007 stuks of 8,5 procent) en boeken over recht en overheidsadministratie (945 stuks of 8,0 procent). Tussen 1985 en 2003 groeide het aantal gecatalogiseerde en dus gedeponeerde stripverhalen met 750 procent!
Daarnaast zijn er ook andere, per taal uitgesplitste bronnen om een idee te krijgen over het boekenvak: de jaarlijkse omzetenquête onder de leden van de Vlaamse Uitgevers en Boekenimporteurs en de informatie afkomstig van de aangesloten leden bij het Franstalige boek. In 2002 boekten de Vlaamse Uitgevers en Boekenimporteurs een netto-omzet in het noorden van het land van meer dan 267 miljoen euro. Dit is negen miljoen euro meer dan het jaar daarvoor. Vooral het toenemend succes van de stripverhalen is opvallend (+141,1 procent). Anderzijds verloor het ‘algemene boek’ zoals fictie, non-fictie en kinderboeken terrein (-21,4 procent).
De leden van het Franstalige boek realiseerden een totale omzet van bijna 236 miljoen. Dit is 4,6 procent minder dan in 2001. Ook bij deze leden daalde de omzet van het algemene boek (-33,3 procent) en de boeken voor jongeren (-42,4 procent). Nochtans is er een toename voor wetenschappelijke en technische uitgaven (+25,0 procent), praktijkhandboeken (+5,3 procent) en stripboeken (1,0 procent).
Het boek was beter


 

6minutes belgië ontcijferd # 3 van 12/04/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

In deze editie:
1 - Meer stress
2 - Waarin een klein land groot kan zijn…
3 - Aimez-vous Brahms?
4 - Steeds meer batterijen gerecycleerd
5 - Eén personenwagen op vier krijgt rode kaart
6 - De mobiliteit van senioren

Advertentie



1 - Meer stress

Uit een onderzoek van Center Parcs over stress op het werk bij 1.300 Belgen, Nederlanders en Duitsers blijkt dat de mensen begin 2004 meer gestresst waren dan tijdens een vorige meting in de zomer van 2003. De hoge werkdruk wordt als grootste boosdoener aangewezen, naast het gebrek aan waardering. Nog andere bronnen van stress zijn zorgen over de toekomst van het bedrijf, het voortdurend moeten presteren, de dagelijkse files en computerproblemen. Het meeste plezier in het werk wordt gehaald uit de omgang met de collega’s. Belgen blijken wel iets grotere individualisten te zijn dan hun ooster- en noorderburen. Het gevoel dat men ergens een bijdrage aan levert en het salaris dat men ontvangt zijn ook belangrijk. Vooral Duitsers putten voldoening uit de complimenten die ze krijgen van hun meerderen. Opvallend is dat mannen en vrouwen aangeven aan dezelfde dingen plezier te beleven in het werk. Uit het onderzoek van Center Parcs blijkt verder nog dat Nederlanders en Belgen trotser op hun bedrijf zijn dan Duitsers. Van de Duitsers praat tweederde alleen in privé-tijd over het werk als het gespreksonderwerp echt niet te vermijden is. Meer dan de helft van de werkende burgers neemt werk naar huis, terwijl de overgrote meerderheid privé-zaken op het werk regelt. Bovendien lijkt bijna niemand zich daarover te schamen.
Het Gezondheidsportaal

2 - Waarin een klein land groot kan zijn…

Ieder jaar brengt The Economist een heleboel economische, demografische, sociale en ecologische gegevens samen in de publicatie “World in Figures”. Onlangs verscheen de editie van 2004. Een groot aantal cijfers over 177 landen worden er op een rijtje gezet en met elkaar vergeleken. België staat nergens op de allereerste plaats, maar één enkele keer zijn we wel tweede. We scoren met name goed voor de gender-ontwikkelingsindex (ofte “Gender-related development index”), een index die is afgeleid van de Human Development Index (“Menselijke ontwikkelingsindex”) maar waarin bovendien rekening wordt gehouden met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Alleen Australië scoort met 95,6 nog beter dan ons land (94,3). België heeft ook de vierde hoogste Human Development Index en het vierde dichtste wegennet ter wereld. Er zijn wereldwijd maar elf landen waar verhoudingsgewijs meer mensen doorstromen naar het hoger onderwijs, we zijn een belangrijke export- en handelsnatie (zesde plaats in de internationale ranglijst) en we geven verhoudingsgewijs veel hulp aan ontwikkelingslanden (eveneens zesde plaats). Qua bezit van consumptiegoederen als tv-toestellen en cd-spelers scoren we ook niet slecht. Toch is er ook minder gunstig nieuws. De Belg heeft een grote ecologische voetafdruk. Per persoon is er 6,38 hectare vruchtbaar land en water nodig om de goederen die we verbruiken te produceren en onze afval te verwerken.
The Economist

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

 

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


3 - Aimez-vous Brahms?

Van alle Belgen ouder dan 15 zegt 93,3% naar muziek te luisteren. 4,2% luistert nooit naar muziek en de overige 2,5% weet het niet. Pop en rock is met voorsprong het populairste muziekgenre. Op 100 muziekliefhebbers luisteren er 65 naar dit genre. Het op één na populairste genre is variété (of "easy listening"), een muzieksoort die 38 van de 100 luisteraars kan bekoren. Klassieke muziek boeit één op vier luisteraars. Ook volksmuziek (23 op 100) en wereldmuziek (22 op 100) kunnen op heel wat belangstelling rekenen. Eén Belg op 5 woonde het voorbije jaar een concert bij. De meerderheid (1,1 miljoen mensen) gaat één à drie keer per jaar naar een concert, maar er bestaat ook een harde kern van ongeveer 115.000 die meer dan eens per maand een muziekoptreden bijwoont. Heavy metal-, jazz en blues- en operafans wonen verhoudingsgewijs het vaakst concerten bij. Ook liefhebbers van pop en rock en van klassiek gaan graag naar optredens.
En hoe zit het met de actieve muziekbeoefening? 14 op 100 Belgen hebben thuis een muziekinstrument liggen, maar slechts de helft van hen heeft het de afgelopen 12 maand effectief bespeeld. 2% deed dat in groepsverband of op school, de grote meerderheid (5,5%) musiceerde in z'n eentje. Het bezit van muziekinstrumenten ligt in ons land aan de lage kant: het Europese gemiddelde bedraagt 21,4%. De cijfers dateren uit 2001.
De muzikale voorkeuren van de Belgen

4 - Steeds meer batterijen gerecycleerd

Vanaf 1996 worden in België gebruikte batterijen selectief ingezameld. Tussen dit opstartjaar en 2003 steeg de vrijwillige inzameling van gebruikte batterijen met meer dan 300 procent. In 1996 werd 788 ton ingezameld, in 2000 2.106 ton en in 2003 was dit reeds opgelopen tot 2.465 ton. Dat betekent dat meer dan zestig procent van alle gebruikte batterijen uiteindelijk bij de recyclageindustrie terechtkomt. Niet alleen de ingezamelde hoeveelheid batterijen stijgt, ook de recyclagetechnieken zijn de laatste jaren sterk verbeterd. De taken van recyclage en opwerking van de batterijen zijn momenteel toevertrouwd aan de firma's INDAVER (Antwerpen) voor de knoopcellen, S.N.A.M. (Frankrijk) voor de nikkel-cadmiumbatterijen, CAMPINE (Beerse) voor de loodbatterijen en REVATECH (Luik) en ERACHEM (Tertre) voor de andere soorten. Zware investeringen in deze laatste eenheid maken het sinds kort mogelijk tot +/- 70 procent van de herbruikbare stoffen in de batterijen die op die manier worden verwerkt, te recycleren. Deze resultaten maken van België en z'n drie gewesten één van de koplopers inzake de inzameling van gebruikte batterijen.
De recyclage van batterijen

Advertentie


Nieuw: 6minutes marketing

 

Elke maand zes berichten met nieuws en kennis voor de actieve marketeer, over marketing van vandaag en morgen
in samenwerking met Stichting Marketing (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
Klik hier, maak kennis en abonneer u gratis.


5 - Eén personenwagen op vier krijgt rode kaart

De Belgische autokeuringbedrijven (GOCA) constateerden dat in 2001 één op vier gecontroleerde personenwagens niet in orde was. Drie op vier personenwagens (75 procent) raken dus wel door de keuring. In 12 procent van de gevallen lieten banden, stuurinrichting en ophanging te wensen over, en dat is net evenveel als de lichten en de signalisatie dat deden. De remmen waren bij 7 procent van de auto’s niet in orde, het chassis en het koetswerk bij 6 procent. Autobussen en autocars (81 procent) geraken vaker door de keuring dan lichte vrachtwagens (77 procent). Zware vrachtwagens - vrachtwagens van 3,5 ton en meer - maken het minst kans om goedgekeurd te worden voor de weg: 70 procent krijgt een voldoende. Vooral remmen (17 procent) maar ook lichten en signalisatie (15 %) zorgen voor problemen. Bij autobussen zijn de remmen het zorgenkind. Bij 12 procent van de bussen die zich aanbieden functioneren ze niet naar behoren.
Jaarverslag 2001 GOCA (PDF, 4,21 MB)

6 - De mobiliteit van senioren

Door de vergrijzing van de bevolking neemt ook de aanwezigheid van senioren op onze wegen toe. Marie Castaigne, Jean-Paul Hubert en Philippe Toint van de Groupe de Recherche sur les Transports aan de Universiteit van Namen namen de mobiliteit van de (Waalse) senioren grondig onder de loep. Enkele van hun bevindingen: 90 procent van de mannen van 55 jaar en ouder bezit een rijbewijs B, tegenover amper 50 procent van de vrouwen. Het aantal vrouwen zonder rijbewijs is wel sterk aan het dalen. Binnen 12 jaar zal nog slechts 30 procent vrouwen van 55 en ouder geen rijbewijs meer bezitten. Mannelijke senioren met een rijbewijs maken iedere dag gemiddeld iets minder dan drie verplaatsingen en zitten 42 minuten per dag achter het stuur en 2 minuten op de passagierszetel. Vrouwen van 55 jaar en ouder met een rijbewijs zitten 40 minuten per dag in de auto, waarvan 21 minuten als bestuurder en 19 als passagier. Zij maken gemiddeld 2,6 ritjes per dag. Met het ouder worden, neemt het aandeel van de korte verplaatsingen duidelijk toe.
Hoe ouder men is, hoe vaker men zich te voet (17 procent van alle verplaatsingen tussen 55 en 64 jaar, 22 procent voor die tussen 65 en 74 jaar en 24 procent vanaf 75 jaar) of met het openbaar vervoer verplaatst (respectievelijk 3, 5 et 7 procent). Het aandeel verplaatsingen met de auto neemt af in functie van de leeftijd (respectievelijk 78, 69 en 67 op honderd verplaatsingen in de drie voornoemde leeftijdsgroepen). Volgens de onderzoekers lijken de gratis bussen in België vanaf 65 jaar een zinvolle maatregel om tegemoet te komen aan de verplaatsingsbehoeften van autoloze senioren. Wel is het zo dat nogal wat van die senioren moeite ondervinden bij het opstappen op de bus, meer dan bij het in de wagen stappen. Vier op tien 55-plussers stappen slechts met moeite. Vandaar wellicht dat meer dan de helft van de 75-plussers (57 procent) zich niet of nauwelijks verplaatst (een cijfer dat terugvalt tot 43 procent in de groep van 65 tot 74 jaar en tot 34 procent in die van 55 tot 64 jaar).
La mobilité des aînés en Wallonie


in samenwerking met het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)

Redactie: Erik Vloeberghs
Reacties en persberichten: editor@6minutes.net