6min_arch_nl.gif (2209 bytes)
1e kwart. 2004

6minutes België ontcijferd

Nationaal Instituut voor de Statistiek

6minutes.net is een gesegmenteerde nieuws- en informatiekrant via e-mail. Bestaat uit meer dan een dozijn gratis
e-mailnieuwsbrieven, elk in een specifiek interessedomein. Een initiatief van Toon Lowette en Leo Van Dorsselaer.

GRATIS abonnement

OVERZICHT van alle titels

BEHEER uw adres: opzeg, adreswijziging, taal

JAARREKENINGEN - databank

ARCHIEF van eerder verschenen edities

Uw PRIVACY 

ADVERTEREN in 6minutes.net

1minute ADVANTAGE

6minutes OP UW SITE

KALENDER

CONTACT

E-zines EN FRANCAIS

6minutes.net is een uitgave van 6minutes Press bvba
Lakensestraat 147 bus 15, 1000 Brussel
editor@XXX6minutes.net
(schrap de XXX als u een mail stuurt - antispam-maatregel)


Domeinnaam registratie & webhosting via Register.be

Archief

 

 

6minutes belgië ontcijferd # 2 van 29/03/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

Deze editie is verzonden naar 3141 abonnees


In deze editie:
1 - Een jaartje meer, een procentje minder gezond
2 - Ex-gedetineerden aan de slag
3 - Fido, Spot, Spike... en de anderen
4 - Hittegolf van vorig jaar eiste wel degelijk extra slachtoffers
5 - Nederlanders fietsen minder
6 - Tot stof en as zult gij...

Advertentie


Join us at the Microsoft Convention – 23 & 24/3 5000 Business & ICT Managers gather at this FREE event at the Heysel in Brussels. 40 Customers and 90+ Partners show you how to become a Connected and Agile Enterprise. Don’t miss the Premier ICT event.
Register now

1 - Een jaartje meer, een procentje minder gezond

Iets minder dan drie op vier Belgen verklaren dat hun algemene gezondheidstoestand goed tot zeer goed is. Mannen zijn er iets geruster in dan vrouwen: bijna acht op tien mannen vinden hun gezondheid op z’n minst goed, tegen iets minder dan zeven op tien vrouwen. De grotere tevredenheid van mannen over hun eigen gezondheid lijkt op het eerste zicht paradoxaal. Vrouwen hebben immers nog steeds een hogere levensverwachting dan mannen. Maar de levensverwachting in goede gezondheid van mannen en vrouwen verschilt nauwelijks: mannen van 25 hebben gemiddeld 37,5 jaar in als goed ervaren gezondheid voor de boeg, vrouwen van die leeftijd 37,6 jaar.
De tevredenheid over de gezondheid neemt af met de jaren. Gemiddeld gaat onze ervaren gezondheid er ieder jaar met één procent op achteruit. Leeftijd en geslacht zijn niet de enige bepalende factoren. Ook het opleidingsniveau en het feit of men al dan niet een job heeft, zijn gecorreleerd met de gepercipieerde gezondheid. Uit een vergelijking van de onderzochte factoren blijkt dat leeftijd de factor is die het meeste invloed heeft op de ervaren gezondheidstoestand, gevolgd door opleidingsniveau en beroepsstatuut, twee factoren die ongeveer even sterk zijn. De invloed van het geslacht weegt veel minder door.
Een jaartje meer, een procentje minder gezond

2 - Ex-gedetineerden aan de slag

Wie uit de gevangenis komt, heeft het niet altijd makkelijk om een job te vinden. Niet alleen vanwege het strafblad en de vooroordelen, maar vele ex-gedetineerden beschikken ook niet over een (gepast) diploma. Op die manier kan werkloosheid eventueel de oorzaak worden van nieuwe problemen. In september 2001 werd daarom in acht Vlaamse gevangenissen een nieuw programma opgestart dat een brug moet slaan tussen gevangenis en arbeidsmarkt. Dat gebeurt door het aanbieden van beroepsopleidingen. Uit interviews met de gegadigden bleek dat voor de opsluiting 55 procent werkte, 36 procent werkloos was en 6 procent leefde van betalingen van het ziekenfonds. Twee op drie had eerder ook al in de gevangenis gezeten en vier op tien zelfs meer dan een keer. Slechts een minderheid is niet van plan om hun baas van het ‘slechte’ verleden op de hoogte te stellen.
De meest gevolgde opleidingen situeren zich in de bouw, in de logistieke sector en in de metaalsector of hadden betrekking op een baan als bediende of in de horeca. De resultaten van het begeleidingsprogramma zijn zeer hoopgevend. Een half jaar na het beëindigen van de opleiding was 47,1 procent van de ex-gedetineerden niet meer ingeschreven als werkzoekende bij de VDAB, een cijfer dat slechts iets lager ligt dan de uitstroomresultaten in vergelijkbare projecten bij allochtonen (51,6 procent), langdurig werklozen (49,9 procent) en laaggeschoolde mannen (56,5 procent). “Het programma wordt dan ook voortgezet,” verklaart Michael De Blauwe, coördinator bij de VDAB. “Het is de bedoeling om het stelselmatig uit te breiden tot in alle zeventien gevangenissen van Vlaanderen een minimaal aanbod bestaat aan arbeidstoeleiding van gedetineerden.”
Aan de bak (van)uit de bak (VDAB-Arbeidsmarkttopic, 1 MB)

Advertentie


Registreer een vriend voor 6minutes België ontcijferd

Wil u een vriend laten kennismaken met 6minutes België ontcijferd?
Klik hier en u doet een vriend of kennis een plezier


3 - Fido, Spot, Spike... en de anderen

Er zijn weer nieuwe cijfers bekend over het aantal huisdieren in België. Volgens de meest recente raming houden de Belgen zowat 1.255.000 honden en 1.735.000 katten. Dat komt neer op 12,2 honden en 16,9 katten per honderd inwoners. De cijfers hebben betrekking op het jaar 2001 en zijn afkomstig uit het Huishoudbudgetonderzoek van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie).
Belgen houden proportioneel meer katten en honden dan Nederlanders, Duitsers en Britten. Binnen de grenzen van ons land zijn er ook verschillen. In Wallonië bezit bijna één gezin op drie een hond of een kat, in Vlaanderen iets meer dan een op vijf. Vlamingen hebben in 2001 wel meer uitgegeven aan de aankoop van honden of katten. Huishoudens uit de hogere inkomenscategorieën bezitten vaker een hond of kat dan huishoudens met een lager inkomen. Ook veertigers, vijftigers, zelfstandigen en bedienden blijken verhoudingsgewijs vaker een hond te bezitten dan de doorsnee Belg.
De honden en katten van de Belgen

4 - Hittegolf van vorig jaar eiste wel degelijk extra slachtoffers

Begin augustus 2003 werd ons land getroffen door een hittegolf die dertien dagen duurde en waarbij de temperaturen zes dagen lang opliepen tot boven de 30°C. Uit een onderzoek van de administratie Gezondheidszorg van de Vlaamse Gemeenschap blijkt dat deze hittegolf wel degelijk voor extra doden heeft gezorgd. Aanvankelijk werd beweerd dat zulks niet het geval was.
De nauwkeurige analyse van het team Beleidsondersteuning had betrekking op de overlijdens door ziekte - en dus niet door externe oorzaken - van inwoners van het Vlaams Gewest die overleden zijn in het Vlaams Gewest en die tenminste een jaar oud waren. Daarbij werd de waargenomen dagsterfte tijdens de maand augustus vergeleken met de theoretisch te verwachten sterfte op basis van de gemiddelde dagsterfte in de periode 1998 tot 2002. Uit het rekenwerk blijkt dat er in de eerste twee weken van augustus 99 doden meer vielen dan verwacht. Dat is een meersterfte van 5,4 procent.
Opmerkelijk is dat de twee dagen met de grootste oversterfte, 7 en 12 augustus, telkens netjes voorafgegaan werden door dagen met een hele hoge ozonconcentratie, namelijk 6 en 11 augustus. Niet alleen de hitte, maar vooral de combinatie ervan met hoge ozonconcentraties blijkt een rol te spelen. Peter Hooft, epidemiologische coördinator van de administratie Gezondheidszorg: "De warmte en de hoge ozonconcentraties hebben vooral invloed op mensen met luchtwegaandoeningen, een beperkte hartfunctie en zware infecties. Vooral hoogbejaarden lopen hierbij een risico." Dokter Hooft veronderstelt dat de ‘oversterfte’ tijdens de hittegolf voor een belangrijk deel is toe te schrijven aan sterfgevallen die in de tijd vooruitgeschoven werden en anders wellicht in de tweede helft van augustus zouden hebben plaatsgevonden. Er is ook voldoende evidentie voor deze hypothese in de cijfers. Iedere sterftepiek werd gevolgd door een ‘sterftedip’, en na de hittegolf dook de waargenomen sterfte onder de curve van de verwachtingen.
De sterfte in Vlaanderen tijdens de hittegolf van 2003

5 - Nederlanders fietsen minder

Help! Nederland staat bekend als dè fietsnatie bij uitstek, maar blijkbaar begint de klad er in te komen. Nederlanders fietsen steeds minder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tussen 1994 en 2002 daalde het aantal fietsverplaatsingen met 4,9 procent en de gemiddelde lengte van de fietstrajecten met 4,0 procent. De gemiddelde afgelegde afstand per persoon liep zelfs met 8,8 procent terug. De Nederlander fietst nu nog 2,29 kilometer per dag. Deze afstand legt hij af in 10,68 minuten, hetgeen neerkomt op een gemiddelde snelheid van 12,9 km per uur. Niet alleen fietst de Nederlander steeds minder, hij gaat ook minder vaak en minder ver te voet. Gemiddeld stapt hij of zij nog een kleine 7 minuten per dag, tegen 8,4 minuten in 1994 - een daling met 17 procent. Minder lichaamsbeweging dus, en meer gemotoriseerde verplaatsingen. De vervoerswijzen die aan belang wonnen zijn de trein en de auto. Uit de cijfers valt tevens op te maken dat Nederlanders ook steeds vaker alleen in de wagen zitten. Verplaatsingen als bestuurder namen tussen 1994 en 2002 toe met 10 procent, terwijl die als passagier met 9 procent terugliepen.
De mobiliteit van de Nederlandse bevolking

6 - Tot stof en as zult gij...

Het aantal crematies in ons land blijft toenemen. Dat blijkt uit cijfers die het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, FOD Economie) zopas gepubliceerd heeft op zijn website. De basisgegevens werden verzameld door www.crematorium.be, de verzamelkoepel van de publieke crematoria in België. In 2003 werden 41.571 lichamen gecremeerd. Dat zijn er bijna 2.000 meer dan het jaar voordien. In Brussel werden 6.154 lichamen verast, in Vlaanderen 26.698 en in Wallonië 8.719. Het aantal crematies nam de laatste twintig jaar toe met 5 à 10 procent per jaar. Alleen 1996 was een uitzondering met een status-quo. Per hoofd van de bevolking zijn er het meeste crematies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Meer dan de helft (55,3 procent) kiest er voor verassing. In Vlaanderen is dat 44,0 procent. In Wallonië kiest slechts één op vijf (22,1 procent) voor crematie.
Tabel met cijfergegevens NIS - FOD Economie



6minutes belgië ontcijferd # 1 van 16/02/2004
cijfers en statistieken over België, zijn inwoners en zijn buren,
leesbaar gemaakt door het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)

Deze editie is verzonden naar abonnees


In deze editie:
1 - Wat drinkt de Belg?
2 - Het mysterie van de lagere sterfte op zaterdag en zondag
3 - Aubange 38,6° in de namiddag
4 - Meer Europese films
5 - Het wordt te veel voor Corneel
6 - Zelfmoord onderzocht

1 - Wat drinkt de Belg?

Ieder jaar verzamelt het NIS cijfers over de drankconsumptie in ons land. In 2001 dronk de doorsnee Belg gemiddeld zo'n 135 liter koffie, 127,1 liter water, 112,3 liter frisdrank, 97,1 liter bier, 61,3 liter melk, 30,6 liter vruchtensap en groentesap, 21,5 liter wijn, 11,2 liter thee, 3,4 liter sterkedrank en 2,9 liter chocolademelk. In vergelijking met het voorgaande jaar is de consumptie van water, koffie, thee, wijn en vruchtensap toegenomen en die van bier, frisdrank, melk en chocolademelk afgenomen.
Op langere termijn is vooral het verbruik van vruchtensap sterk gestegen; er is sprake van een verdriedubbeling op tien jaar tijd. Ook chocolademelk (stijging van meer dan 40 procent), water (een derde meer), frisdrank (meer dan een kwart meer) en wijn (plus 17 procent) wordt in grotere hoeveelheden gedronken dan tien jaar geleden. De consumptie van bier daalde met ongeveer een vijfde. Ook thee (min 14 procent) en koffie (min 10 procent) kennen een terugval.
Artikel van het NIS – FOD Economie

2 - Het mysterie van de lagere sterfte op zaterdag en zondag

Op een dag in het weekend overlijden minder mensen dan op een weekdag. Tot deze conclusie kwam het NIS na de analyse van de sterftecijfers in 1998 en 1999. De sterftekans is het kleinst op zondag en op zaterdag. Dat is zowel het geval voor vrouwen als voor mannen. Het weekend in zijn geheel lijkt aan vrouwen meer bescherming te bieden dan aan mannen. Het milderende effect op het "zwakke" geslacht is ongeveer een derde groter dan het effect op het "sterke" geslacht. Ook op woensdag vallen iets minder doden dan normaal. Alle andere dagen van de week kennen een verhoogd sterfterisico, met een piek op donderdag en vrijdag. Vooral op deze laatste dag vallen er proportioneel meer doden. Het gaat daarbij niet om erg grote verschillen, maar de tendens is er wel. De meest aannemelijke hypothese is dat de sterfte volgens de dag van de week vooral varieert bij de werkende bevolking, maar deze hypothese moet nog onderzocht worden.
Artikel van het NIS – FOD Economie

3 - Aubange 38,6° in de namiddag

We beginnen het stilaan gewoon te worden, maar ook 2003 was op klimatologisch vlak weer een uitzonderlijk jaar. In het centrum van ons land scheen de zon 1.988 uren, een kwart meer dan normaal. Alleen in 1959 scheen de zon met 2.121 uur nog meer dan in 2003. Het was ook een tiende warmer dan normaal en er waren minder dagen met neerslag. Liefst 43 “zomerse” dagen – dat zijn dagen van 25°C en meer - kregen we op ons bord, en negen dagen lang werd zelfs de kaap van de dertig graden gehaald. Lang niet slecht voor een “koud en nat” landje als België!
Begin augustus werd ons land getroffen door een hittegolf die vijftien dagen duurde, maar dat was net geen record. De hittegolf van 1976 duurde zestien dagen, waarvan 15 opeenvolgende dagen met maxima van boven de 30°C. Vier dagen lang werden in 22 meetstations van het KMI temperaturen tot boven de zevenendertig graden genoteerd. De allerhoogste temperatuur werd op 8 augustus gemeten te Aubange: 38,6°C. Ca chauffe! Zou de opwarming van de aarde er weer iets mee te maken hebben?
Klimatologisch overzicht van het jaar 2003

4 - Meer Europese films

De productie van langspeelfilms in de landen van de Europese Unie steeg tussen 1995 en 2002 met 41 procent. 625 films werden er in dat laatste jaar gemaakt, waarvan zestien in ons eigen land. Frankrijk was het productiefst met liefst 200 films, voor Spanje met 137 en Italië met 130 stuks. Vergeleken met de Verenigde Staten en met India stelt onze filmindustrie echter weinig voor - puur kwantitatief gezien dan. De VS - goed voor 786 films - alleen produceerde meer dan de 15 EU-landen samen, maar in India worden nog meer prenten gedraaid. In 2000 waren dat er bijvoorbeeld 855. Amerikaanse films steken qua kostprijs met kop en schouders uit boven die van de andere landen. Gemiddeld kost een productie er 14,8 miljoen euro, dat is meer dan het drievoud van een Franse en 150 keer (!) meer dan een Indiase film.

5 - Het wordt te veel voor Corneel

Van een gebrek aan fantasie kan men Belgische ouders niet meteen beschuldigen. Dat blijkt althans uit de volledige lijst van alle voornamen die kersverse ouders in 2002 voor hun spruit gekozen hebben en die het NIS onlangs publiceerde. Het aantal verschillende namen stijgt ieder jaar, en meer en meer vreemde en excentrieke voornamen duiken op. Sommige mama’s en papa’s halen hun inspiratie uit de sportwereld of de showbusiness en noemen hun spruit Figo, Zico, Raul, Ullrich, Agassi, Beyoncé, Britney, Shaggy, Vangelis, Toto of - het kan ook “Vlaams” - Helmut en Laïs. Dante maakt een mooie comeback en ook Corneel steekt zijn neus weer aan het venster. Er zijn ook heel wat namen met verkleinwoorden als Bartje, Bertje, Daantje, Noortje, Antje, Saartje, Martje, Floortje, Geertje, Kaatje, Klaartje, Claartje, Fientje, Leentje, Lotje, Bregtje, Andebrechtje, Diewertje en Dieuwertje, Eibeltje, Fleurtje en Otje. Bij meisjes zijn geografische namen in trek: France, India, Africa, Paris, Sofia, Roma, Vienna. Misschien zijn deze baby’s vernoemd naar de plaats waar ze zijn verwekt? Sommige ouders zijn kennelijk zo dankbaar met de komst van hun spruit dat ze hem of haar meteen Godpraise, Gracious, Dieumercibazilunga of Welkom dopen. Het kan ook gewoon gevoelig: Liefde, Beauté, Believe of Chance. Lange namen zijn niet meer uit den boze. Er duiken soms tamelijk ingewikkelde samenstellingen op, genre Harris-Barthélemy, Marjorie-Carmen of Hayley-Amber. Liever kort? Boy, Pip, Flo, Sus, Swa, Al, Fe, Ka, Mo, Io, Qi of Yo bestaan ook.
De populairste voornamen van 2002

6 - Zelfmoord onderzocht

Het nieuwe Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad publiceerde zopas een rapport over zelfmoord in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zelfmoord staat in Brussel in voor 1,9 procent van alle overlijdens: 2,7 procent bij mannen en 1,2 procent bij vrouwen. In de categorie van 20 tot 29 jaar vertegenwoordigt zelfmoord meer dan een kwart van de overlijdens. Het grote aandeel van zelfmoord bij de overlijdens van jongvolwassenen heeft te maken met het erg lage aantal sterfgevallen door andere oorzaken. Bij vrouwen stijgt het percentage overlijdens door zelfmoord tot de leeftijdscategorie van 20 tot 24 jaar, om daarna stelselmatig te dalen. Alleen rond de leeftijd van 40 tot 44 jaar is er opnieuw een kleine piek. Bij mannen klimt het aandeel overlijdens ten gevolge van zelfmoord sterk tot de leeftijd van 25 tot 29 jaar, om daarna vrij geleidelijk te zakken. Interessant is ook de analyse die het Observatorium maakte van de socio-demografische factoren die een rol spelen. Zowel ongehuwde mannen als vrouwen lopen, in vergelijking met gehuwden, een verdubbeld risico op zelfmoord. Gescheiden mensen lopen een nog groter risico: 2,5 maal hoger bij vrouwen en 2,9 maal hoger bij mannen. Weduwnaars blijken het kwetsbaarst te zijn; hun zelfmoordcijfer ligt meer dan drie keer hoger dan dat van getrouwde mannen (na standaardisatie voor leeftijd). Bij weduwen is er slechts een lichte verhoging van het zelfmoordcijfer (factor 1,1).
Er zijn ook verschillen tussen Belgen en niet-Belgen. De zelfmoordcijfers liggen hoger bij Belgische mannen en vrouwen. Na standaardisatie voor leeftijd is het cijfer 2,5 maal lager bij mannelijke niet-Belgen dan bij mannelijke Belgen. Het verschil is nog meer uitgesproken bij vrouwen. Daar ligt het cijfer 3,3 maal lager bij niet-Belgische vrouwen dan bij Belgische vrouwen. Studies uitgevoerd in Australië, de Verenigde Staten en Canada brachten gelijkaardige cijfers aan het licht. Culturele factoren hebben dus een grote invloed op suïcidaal gedrag, zo besluit het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn.
Observatorium voor Gezondheid en Welzijn


in samenwerking met het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - FOD Economie)

Redactie: Erik Vloeberghs
Reacties en persberichten: editor@6minutes.net